IEF 19852

Afspelen muziek in zorginstellingen vereist vergoeding

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 maart 2021, IEF 19852, ECLI:NL:GHARL:2021:2727 (Dagelijks Leven tegen Sena en Buma) In deze zaak gaat het om de vraag of woonzorgvoorziening Dagelijks Leven voor het afspelen van muziek in de woonkamers van haar zorginstellingen een vergoeding dient te betalen aan Sena en Buma, die namens de rechthebbenden op de auteursrechtelijk beschermde muziek de vergoeding incasseert. De vraag dient wat betreft het Europees geharmoniseerde recht aan de hand van de rechtspraak van het HvJEU met betrekking tot “mededeling aan het publiek” moet worden beantwoord. Het gaat hier om volledige harmonisatie, zodat een aanvullend beroep op artikel 12 lid 4 Aw en artikel 2 lid 7 Wnr niet mogelijk is. Het hof komt daarmee tot hetzelfde oordeel als de kantonrechter, namelijk dat Dagelijks Leven de vergoeding moet betalen.

6.12 Ten aanzien van de mededelingshandeling overweegt het hof dat Dagelijks Leven, anders dan zij stelt, meer doet dan het alleen beschikbaar stellen van fysieke faciliteiten om een mededeling mogelijk te maken of te verrichten. Dagelijks Leven vervult bij het ten gehore brengen van de muziek in de huiskamers een centrale rol. Zij heeft de apparatuur voor haar bewoners aangeschaft en het is haar personeel die de apparatuur op verzoek van bewoners aanzet. Dat de bewoners de apparatuur zelf bedienen, acht het hof gelet op wat over hun medische gesteldheid is aangevoerd, onaannemelijk. Bovendien heeft de directeur van Dagelijks Leven tijdens de zitting bij het hof ook met zoveel woorden bevestigd dat haar personeel op verzoek van de bewoners de radio en/of televisie aanzet en hun favoriete cd’s afspeelt. Het hof is van oordeel dat Dagelijks Leven op deze wijze de beschermde werken bewust doorgeeft aan haar bewoners en daarmee een “handeling bestaande in een mededeling” verricht.

6.13 Wat betreft het publiek stelt het hof vast dat het hier een wisselend publiek betreft van gemiddeld 20 bewoners met hun visite, meestal vrienden en familieleden en het personeel van Dagelijks Leven, waaronder externe zorgverleners en vrijwilligers, verdeeld over twee huiskamers. Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat deze groep van personen niet kan worden beschouwd als specifieke individuen die tot een private groep behoren. Daarbij betrekt het hof de uitleg die de WIPO-woordenlijst en de European Copyright Code daaraan geeft. Beiden stellen de persoonlijke relatie centraal (“connected by personal relationship”). Ook Dagelijks Leven refereert daaraan. Zij wijst in het bijzonder op de persoonlijke band die de bewoners gedurende hun verblijf met elkaar opbouwen. Dat de bewoners tijdens hun verblijf in een zorginstelling van Dagelijks Leven onderling een hechte band opbouwen, maakt naar het oordeel van het hof nog niet dat zij aan elkaar gebonden zijn door een persoonlijke relatie in de hiervoor bedoelde zin, omdat zij bij elkaar zijn gebracht door Dagelijks Leven op grond van hun inschrijving bij haar.