IEF 20774

A-G concludeert tot verwerping cassatieberoep Airwair

HR Conclusie A-G 10 juni 2022, IEF 20774; 21/03876 (Airwair tegen Van Haren) Zie [IEF 19700] en [IEF 20713]. Dit kort geding gaat over de vraag of het leerstuk van slaafse nabootsing ruimte laat voor de bescherming van abstracties, zoals een aan de hand van bepaalde karakteristieken omschreven soort product, productlijn of stijl. De zaak betreft schoenen van Airwair in een bepaalde stijl of met bepaalde karakteristieken. Airwair betoogt dat door de bescherming tegen indirecte verwarring binnen het leerstuk van slaafse nabootsing ruimte bestaat voor bescherming van dit soort abstracties. In het verlengde daarvan wordt de vraag opgeworpen of bij de beoordeling steeds een één-op-één vergelijking moet worden gemaakt tussen het nagebootste product en de nabootsing van dat product. De conclusie van A-G van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep van Airwair.

Airwair doet in deze zaak een poging tot invulling van de mogelijkheid dat stijlnabootsing onder bijkomende omstandigheden onrechtmatig kan zijn, al is daartoe volgens de Hoge Raad niet toereikend dat die nabootsing nodeloos is en verwarring wekt bij het publiek (vgl. HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8661, NJ 2013/504 (Broeren/Duijsens) rov. 3.6 in fine). Ik zie deze ruimte hier niet. Voor bescherming tegen nabootsing van abstracties in deze zin is de ruimte binnen de slaafse nabootsingsleer immers terecht maar zeer beperkt, omdat het een beperking van de vrije mededinging en van de vrijheid van de maker met zich brengt en bovendien de rechtszekerheid aantast. Met de door Airwair bepleitte vergelijking tussen collectie(s) of typen schoenen met bepaalde kenmerken en bepaalde beweerdelijk door Van Haren nagebootste schoenen van het type combat boot, wordt eraan voorbij gezien dat het (ook) bij slaafse nabootsing gaat om de totaalindrukken van concrete vormgeving.
De overige klachten van het middel zien met name op de motivering van het bestreden arrest en falen voor het merendeel bij gebrek aan feitelijke grondslag en/of gebrek aan belang. Het arrest van het Haagse hof geeft volgens mij blijk van een juiste rechtsopvatting en is alleszins begrijpelijk gemotiveerd, zeker als in aanmerking wordt genomen dat het hier om een kort
geding gaat.