IEF 17477

Vriendschappelijke relatie tussen partijen, geen auteursrechtinbreuk

Ktr. Rechtbank Den Haag 29 januari 2018, IEF 17477 (Fotograaf tegen tegen E) Auteursrecht. E heeft 15 door N gemaakte fotografische opnamen gepubliceerd. Enkele van die foto's zijn daarbij door E gewijzigd. E heeft bij plaatsing van de foto's op zijn website niet steeds de naam van N vermeld. E stelt dat de foto's hem in het kader van langdurige vriendschappelijke relatie en regelmatige (professionele) samenwerking door N zonder voorwaarden ter beschikking zijn gesteld. De kantonrechter volgt E in dat verweer. N heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de foto's door hem onvoorwaardelijk zijn afgestaan aan E. Door die wijze van afgifte van foto's door N mocht E er inderdaad gerechtvaardigd op vertrouwen en er dus vanuit gaan dat hij de foto's naar eigen inzichten vrijelijk kon gebruiken. Geen auteursrechtinbreuk. De vordering wordt afgewezen.

4.2 Het meest verstrekkende verweer van E is zijn stelling dat de in deze procedure bedoelde foto's in het kader van een langdurige vriendschappelijke relatie en regelmatige (professionele) samenwerking door N zonder voorwaarden aan E ter beschikking zijn gesteld. E en N hadden een vriendschappelijke verhouding; zij hadden dezelfde woonplaats en zij kwamen met regelmaat bij elkaar over huis. E schakelde voor zijn public relations bureau regelmatig N in. N kon dan werkzaamheden verrichten en voor die werkzaamheden loon in rekening brengen bij de opdrachtgevers van E en zo omzet genereren. Als wederdienst verstrekte N met regelmaat foto's aan E waaronder de in deze procedure bedoelde foto's. Omdat de foto's zonder voorwaarden aan E werden verstrekt, was E vrij om die foto's naar eigen inzicht te gebruiken. N heeft gedurende een reeks van jaren geen opmerkingen gemaakt over het gebruiken van de foto's door E. Eerst nadat de vriendschappelijke relatie tussen partijen bekoeld was geraakt, heeft N alsnog bezwaren gemaakt tegen het gebruik van de foto's. Na he uiten van die bezwaren heeft E overigens de foto's alsnog van zijn website verwijderd. E is van mening dat hij, gelet op de onvoorwaardelijke afgifte van de foto's door N, er gerechtvaardigd op kon vertrouwen dat hij met het plaatsen en bewerken van de foto's de Auteurswet niet heeft overtreden en daarom niet schadeplichtig is jegens N. 

4.3 De kantonrechter volgt E in dat verweer. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft N weliswaar uitgebreid stil gestaan bij (de wijze van) het gebruik door E van ieder van de afzonderlijke foto's op de website van E, maar N heeft daarbij niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, dat de foto's door hem onvoorwaardelijk zijn afgestaan aan E ten tijde van de door E gestelde vriendschap en samenwerking. Door die wijze van afgifte van de foto's door N mocht E er inderdaad gerechtvaardigd op vertrouwen en er dus vanuit gaan dat hij de foto's naar eigen inzichten vrijelijk kon gebruiken.