IEF 16545

Verbouwing museumgebouw Naturalis maakt inbreuk op rechten architect

Rechtbank Den Haag 25 januari 2017, IEF 16545; ECLI:NL:RBDHA:2017:555 (eiser tegen Stichting Naturalis) Artikel 25 lid 1 sub c en d Aw. verbouwing en uitbreiding museumgebouw. Wijzigingen binnenzijde is aantasting van de persoonlijkheidsrechten van de architect in zin artikel 25 lid 1 sub d. Noch artikel 25 noch 6bis Berner Conventie voorziet in een belangenafweging tussen dit recht en het eigendomsrecht, of de vrijheid voor onderneming volgens het Handvest van de Grondrechten EU. Uit het persbericht: De plannen om museum Naturalis in Leiden te verbouwen zijn in strijd met de auteursrechten van de architect, omdat de binnenzijde van het bestaande museumgebouw door de verbouwing te veel wordt aangetast. Slopen Darwin House en uitbreiden museum mag wel

Stichting Naturalis Biodiversity Center mag het naast het museumgebouw Naturalis gelegen en door dezelfde architect ontworpen Darwin House wel slopen. Ook mag zij op die plek ter uitbreiding van het bestaande museumgebouw een nieuw museumdeel bouwen. Met die plannen maakt Stichting Naturalis Biodiversity Center geen inbreuk op de rechten van de architect. Beslissing rechtbank over uitvoering verbouwing volgt nog. De rechtbank heeft nog niet beslist welke gevolgen dit gaat hebben voor de verbouwingswerkzaamheden aan het bestaande museumgebouw Naturalis. Die beslissing zal volgen nadat Stichting Naturalis Biodiversity Center en de architect zich uit hebben gelaten over de stand van zaken van de uitvoering van de plannen.

Het Naturalisgebouw: uitbreiding
4.12. Dat de nieuwbouw zowel naar voren als in hoogte het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan doorbreekt, kan niet gelden als een wijziging van het Naturalisgebouw en is op zichzelf ook niet als een aantasting aan te merken. Ook het gegeven dat het Naturalisgebouw concurrentie krijgt van het nieuw te bouwen deel door de hoogte of de omvang daarvan, is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een wijziging of aantasting van het Naturalisgebouw. Een toereikende motivering waarom de nieuwbouw niettemin als een wijziging of aantasting van het Naturalisgebouw zou moeten worden aangemerkt ontbreekt. Voor zover de vorderingen zien op de uitbreiding van het Naturalisgebouw, zullen de vorderingen daarom worden afgewezen.

Het Naturalisgebouw: verbouwing/herinrichting
4.27. Indien daarentegen een geval onmiskenbaar wel thuishoort in de toets van artikel 25 lid 1, aanhef en onder d Aw, omdat sprake is van een misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, zoals in het onderhavige geval, is de afweging van belangen al gemaakt en wint het belang van de architect het in beginsel van het belang van de maker indien aan de nadere voorwaarde van aantasting van de eer of de naam is voldaan.

4.28. Dat betekent echter niet dat het de architect in alle gevallen vrijstaat de eigenaar te beletten het werk aan te tasten als dat zijn eer of naam of zijn waarde in de hoedanigheid van architect nadeel kan toebrengen. Niet ondenkbaar is dat verzet, ook tegen wijzigingen van het werk die voldoen aan de criteria van artikel 25 lid 1, aanhef en onder d Aw, misbruik van bevoegdheid door de architect oplevert in gevallen als in artikel 3:13 lid 2 BW bedoeld. Binnen dat artikel is wel ruimte voor een zekere afweging van de belangen van de eigenaar en van de architect. Nu door Naturalis echter geen beroep is gedaan op misbruik van bevoegdheid door [eiser] , komt de rechtbank aan die beoordeling niet toe.

4.29. Ook het beroep op het Handvest kan Naturalis niet baten. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat de in het Handvest vervatte grondrechten, zoals het recht van eigendom en de vrijheid van ondernemerschap, geen absolute gelding hebben maar in het licht van hun functie in de maatschappij moeten worden beschouwd. De uitoefening van die rechten kan volgens artikel 52 van het Handvest aan beperkingen worden onderworpen, mits die beperkingen bij wet zijn gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Beperkingen kunnen alleen worden gesteld indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen beantwoorden.

4.30. Naturalis heeft niet gesteld dat de met artikel 25 lid 1, aanhef en onder d Aw bij voorbaat door de wetgever gemaakte afweging tussen het eigendomsrecht en het persoonlijkheidsrecht in het voordeel van het laatste recht in het algemeen in strijd moet worden geacht met het Handvest. Dat brengt mee dat kennelijk niet in geschil is dat artikel 25 lid 1, aanhef en onder d Aw op zich noodzakelijk is en een legitiem doel van algemeen belang nastreeft, te weten de bescherming van de persoonlijkheidsrechten van de maker van een werk tegen ingrijpende wijzigingen van zijn werk met mogelijk reputatieschade tot gevolg, ook indien die wijzigingen door de eigenaar van het werk worden aangebracht.

4.31. Volgens Naturalis geven de concrete omstandigheden van dit geval toch aanleiding voor de conclusie dat ongeoorloofd inbreuk wordt gemaakt op de in het Handvest vervatte rechten van Naturalis ingeval [eiser] zich met een beroep op zijn persoonlijkheidsrechten tegen de voorgenomen verbouwing van het Naturalisgebouw zou kunnen verzetten. De bijzondere omstandigheden die daartoe redengevend zouden moeten zijn, somt Naturalis op in haar conclusie van antwoord en in haar pleitnota onder randnummer 61, genummerd i. tot en met xii (zie 3.3.10). Van geen van die omstandigheden valt in te zien waarom die de al in artikel 25 lid 1, aanhef en onder d Aw gemaakte afweging anders zou moeten maken of het eigendomsrecht of de vrijheid van ondernemerschap alsnog in de kern zou aantasten. Gesteld noch gebleken is immers dat Naturalis bij het uitoefenen van haar eigendomsrechten met betrekking tot het Naturalisgebouw – ook indien de gebruiksfunctie en de beperkte houdbaarheid van het als museum ontworpen Naturalisgebouw en de noodzaak tot herinrichting van het Naturalisgebouw in aanmerking worden genomen – geen alternatieven voorhanden heeft gehad die te verenigen zouden zijn (geweest) met het persoonlijkheidsrecht van [eiser] .

De vorderingen en de stand van zaken
4.36. Dat neemt niet weg dat een thans op te leggen verbod mogelijk door Naturalis niet (geheel) meer kan worden nagekomen omdat verbouwingswerkzaamheden reeds zijn uitgevoerd. Voorts is nog te onderzoeken het beroep van Naturalis op artikel 6:168 BW. Om daarover te kunnen oordelen, is nodig dat de rechtbank door Naturalis nader ingelicht wordt over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de voorgenomen plannen en dat partijen zich nader uitlaten over de (on)wenselijkheid van een eventueel op te leggen verbod (naast toewijzing van de vordering tot het vergoeden van schade) en de omstandigheden die daarbij in aanmerking zouden moeten worden genomen. Het tijdens de comparitie van partijen genoemde eerste aanvangsmoment van uitvoering van de plannen is immers kort na de zitting verstreken en de datum van 1 september 2016 is inmiddels ook geweest, terwijl Naturalis al op de zitting heeft aangegeven dat bij toewijzing van de vorderingen van [eiser] voor haar grote problemen zouden ontstaan. [eiser] lijkt daar ook op te hebben geanticipeerd door (de formulering van) zijn vordering onder D.