IEF 16106

Scheidslijn van octrooilicenties functional foods en medische toepassing

Hof Den Haag 7 juni 2016, IEF 16106; IEFbe 1866; LS&R 1345 (Abylynx tegen Unilever)
Zie eerder IEF 14519 en IEF 13316. Octrooirecht. Licenties. Uitleg 'gereserveerde sector'. Toepassing Belgisch/Nederlands recht. Unilever kreeg een licentie voor exploitatie van de Hamers-octrooien voor o.a. verpakte functional foods, Ablynx voor medische toepassingen. Het gaat over de scheidslijn van die twee gebieden. Het hof verklaart voor recht dat Unilever inbreuk maakt voor zover VHH Product een therapeutische of profylactische werking heeft ten aanzien van specifieke pathogenen. Het opleggen van een moratorium is te beschouwen als een vorm van schadevergoeding, het hof is van oordeel dat de verklaring voor recht voldoende is.

 

4.11 Naar het oordeel van het hof doet de door Ablynx ter zitting geformuleerde scheidslijn — inhoudende dat het Unilever c.s. in elk geval niet vrjstaat producten met therapeutische of profylactische werking ten acinzien van specij7ekepathogenen, van welke aard die producten ook zijn — recht aan hetgeen partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst voor ogen stond en redeljkerwijs van elkaar mochten verwachten. Unilever heeft dat onvoldoende gemotiveerd bestreden. Die scheidslijn doet in het bijzonder recht aan de — door Ablynx erkende — redelijke verwachting die Unilever mocht hebben dat zij onder de licentie fluictionalJoods mocht ontwikkelen en verhandelen, die een ‘algemene’ gezondheid bevorderende werking hebben, in die zin dat daarmee beoogd wordt het intrinsieke functioneren van het lichaam te bevorderen. Daaronder zijn te begrijpen voedingsmiddelen ter verhoging van de eerstand, ter erlaging van het cholesterolniveau en/of de bloeddrtik, het optimaliseren van het functioneren van de darmen en van organen als de lever en nieren. Alleen in zoverre kunnen (verpakte) voedingsmiddelen die onder de licentie vallen (vielen) derhalve therapetitische of profylactische werking hebben — namelijk voor zover deze niet is gericht op het genezen of voorkomen van een door specifieke pathogenen veroorzaakte aandoening. Dergelijke voedingsproducten behoorden ook al tot het productenassortiment van Unilever ten tijde an het aangaan van de overeenkomst en zij had aan Ablynx duidelijk gemaakt in haar voornoemde brieven van 26 april en l4jtmi 1993 dat zij de geoctroo leerde technologie wenste te gebruiken voor toepassing in haar ‘producten range”. Daarmee wordt derhalve recht gedaan aan de wens van Unilever c.s. de gelicentieerde technologie op een zinvolle wijze te kunnen toepassen. Anderzijds doet deze scheidslijn ook recht aan de verwachting van VUB dat niet onder de licentie waren te begrijpen producten — of deze nu wel of niet ook als voedingsmiddelen zijn aan te merken — ter genezing (therapeutische werking) of preventie (profylactische werking) van aandoeningen die worden veroorzaakt door pathogenen (ziekteverwekkers van biologische oorsprong. waarvan virussen, bacteriën en schimmels de meest voorkomende zijn).

Moratorium
4.15 Het standpunt van Unilever c.s. dat Ablynx niet ontvankelijk is in haar vorderingen en geen belang zou hebben daarbij ordt verworpen. Ablynx heeft toegelicht dat haar belang bij de gevorderde verklaring voor recht daarin is gelegen dat zij, daardoor ondersteund, de octrooihouder kan verzoeken jegens Unilever handhav end op te treden door een vordering in te stellen tot het opleggen van een moratoriurn bij de introductie van een niet onder de licentie vallend product dat gedurende de looptijd van de Hamers-octrooien is ontwikkeld. Het opleggen van een moratorium is te beschouwen als een vorm van schadevergoeding anders dan in geld, terwijl voorts niet is bestreden dat de mogelijkheid van schade wegens inbreuk op de Hamers-octrooien aannemelijk is. (...)