IEF 17237

Schadevergoeding vanwege het plaatsen valse Google Reviews

Rechtbank Amsterdam 18 oktober 2017, IEF 17236; IT&R 2392; ECLI:NL:RBAMS:2017:8063 (Het Kinderdagverblijf tegen X). Mediarecht. Het echtpaar T. is indirect bestuurder van Het Kinderdagverblijf. N. is een bekende van het echtpaar T. en kampt sinds enige tijd met burn-out-, concentratie en geheugenklachten. Via Google Reviews zijn enkele valse reviews over 'Het Kinderdagverblijf' geplaatst onder verschillende namen. Google heeft geweigerd de recensies te verwijderen, maar is na een eerdere rechtsgang [IEF 15729] overgegaan tot het verwijderen van de recensies en het verstrekken van de e-mail- en telefoongegevens en IP-adressen waarmee de reviews geplaatst zijn. Via de IP-adressen geregistreerd bij KPN is 'Het Kinderdagverblijf' er achter gekomen dat N. achter een van de reviews zit. Aanvankelijk weigerden Ziggo en T-Mobile om gegevens omtrent de IP-adressen te verstrekken, maar voorafgaand aan de zitting heeft Ziggo deze gegevens alsnog verstrekt. Hieruit blijkt dat N. achter meerdere accounts zit. Er wordt voor recht verklaard dat N. onrechtmatig heeft gehandeld jegens Het Kinderdagverblijf door de Google Reviews te plaatsen. Het staat onomstotelijk vast dat N. achter de accounts zit die de Reviews hebben geplaatst. Tevens wordt N. veroordeeld in het betalen van de geleden materiële schade en de gemaakte kosten in de procedure tegen Google. Dit omdat de procedure tegen Google noodzakelijk was om de IP-adressen te achterhalen. De procedure tegen Ziggo/T-mobile voldoet niet aan de dubbele redelijkheidstoets uit art. 6:96 lid 2 BW nu Het Kinderdagverblijf minder ingrijpende mogelijkheden ter beschikking stond om de NAW-gegevens van N. te achterhalen.

4.3. Omdat N. niet gemotiveerd heeft weersproken dat hij in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en hij daarmee jegens Het Kinderdagverblijf een onrechtmatige daad heeft gepleegd, is de vordering onder I toewijsbaar. Dat geldt in het bijzonder nu Het Kinderdagverblijf onweersproken heeft gesteld belang te hebben bij het uitspreken van de gevorderde verklaring voor recht omdat die verklaring het sluitstuk vormt waarmee zij tegenover haar klanten en anderen (afnemers, beleidsmedewerkers en overige geïnteresseerden) duidelijk kan maken dat deze periode van valse recensies is afgerond en dat de rechter heeft vastgesteld dat een bepaald persoon, N., de recensies heeft geplaatst. 

4.4. N. heeft niet weersproken dat de onrechtmatige daad hem kan worden toegerekend. Dat betekent dat N. op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) verplicht is de schade te vergoeden die Het Kinderdagverblijf door de onrechtmatige daad van N. heeft geleden. Omdat Het Kinderdagverblijf in deze procedure betaling van die schadevergoeding heeft gevorderd (zie hierna) en niet gebleken is dat Het Kinderdagverblijf daarnaast nog belang heeft bij toewijzing van de onder II gevorderde verklaring voor recht, zal die vordering worden afgewezen. 

4.7. De loonkosten van de bestuurders voor de tijd die zij niet hebben kunnen besteden aan hun eigenlijke werkzaamheden voor Het Kinderdagverblijf komen, anders dan N. meent, voor vergoeding door N. in aanmerking nu deze schade N. als gevolg van zijn onrechtmatige daad kan worden toegerekend. Dat Het Kinderdagverblijf die loonkosten toch zou hebben moeten maken, ook zonder het plaatsen van de valse recensies, zoals N. heeft betoogd, is niet van belang. De door Het Kinderdagverblijf gestelde schade is immers dat het echtpaar T. de tijd waarvoor zij loon hebben ontvangen niet hebben kunnen besteden aan de benodigde werkzaamheden voor Het Kinderdagverblijf. Omdat N. de hoogte van de gevorderde loonkosten verder niet heeft betwist, en de hoogte daarvan onder de gegeven omstandigheden redelijk is, wordt deze schadevergoeding toegewezen als gevorderd. De vermeerdering met wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) is eveneens toewijsbaar als gevorderd. 

4.10. Voor toewijzing van de door Het Kinderdagverblijf gevorderde immateriële schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:106 BW is noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat sprake is van ander nadeel dan vermogensschade. Hiervoor heeft Het Kinderdagverblijf echter onvoldoende gesteld. Dat, zoals Het Kinderdagverblijf stelt, sprake is van reputatieschade die voor vergoeding in aanmerking komt, volgt, niet uit haar stellingen als opgenomen onder 4.8. Het in dat kader door Het Kinderdagverblijf gestelde nadeel dat haar bestuurders veel last hebben ondervonden van de door N. geplaatste valse recensies vertaalt zich reeds in de vermogensschade die onder 4.7 toewijsbaar is geoordeeld. De overige door Het Kinderdagverblijf gestelde feiten hebben betrekking op een risico dat nadeel kan ontstaan door het opzettelijk plaatsen van valse recensies op Google Maps. Uit de door Het Kinderdagverblijf gestelde feiten volgt echter niet dat dit risico zich daadwerkelijk heeft gemanifesteerd. Gelet op de betwisting door N. had het daarom op de weg van Het Kinderdagverblijf gelegen dit gestelde nadeel nader toe te lichten, bijvoorbeeld door kwantificering van het aantal kinderen dat van het kinderdagverblijf is afgehaald door de ouders, de daling van inschrijvingen op Het Kinderdagverblijf ten opzichte van andere relevante lokale cijfers (zoals geboortecijfers en inschrijvingen van kinderen op andere kinderdagverblijven in de regio/buurt), of door een peiling onder de ouders over het imago van het kinderdagverblijf. Nu Het Kinderdagverblijf dit heeft nagelaten en in het geheel niet inzichtelijk heeft gemaakt in hoeverre de reputatie van Het Kinderdagverblijf in de regio Amsterdam Noord (daadwerkelijk) is geschaad, wordt het onder IV gevorderde afgewezen. Onder deze omstandigheden vormt de onder I toegewezen verklaring voor recht een afdoende genoegdoening voor het immateriële nadeel dat Het Kinderdagverblijf stelt te hebben geleden. 

4.18. Van groot gewicht is voorts dat Google alle valse recensies in maart 2016 al had verwijderd. Die vergden derhalve geen nadere actie. In dat kader is voorts van belang dat N. Het Kinderdagverblijf bij eerder genoemd bericht van 15 mei 2016 heeft gewezen op de omstandigheid dat hij in een hersteltraject zat vanwege de ziekte waaraan hij lijdt. De advocaat van N. heeft in dezelfde trant gecommuniceerd met (de advocaat van) Het Kinderdagverblijf en heeft vermeld dat N. vanwege zijn gezondheidssituatie nog niet in staat was een gesprek te voeren. Omdat de druk van de ketel was, had Het Kinderdagverblijf dat gesprek met N. dienen of te wachten in plaats van nog meer kosten te maken door op 13 juni 2016 de procedure tegen Ziggo/T-Mobile te starten. Het betoog van Het Kinderdagverblijf dat zij wel met enige voortvarendheid heeft moeten optreden omdat internetproviders slechts gedurende een periode van zes maanden de NAW-gegevens van hun abonnees bewaren en N. tegenover Het Kinderdagverblijf ontkende een Ziggo-abonnement te hebben (terwijl het merendeel van de recensies wel via Ziggo was geplaatst), maakt dat niet anders. Niet gebleken is immers dat er voor Het Kinderdagverblijf geen minder ingrijpende mogelijkheden bestonden om te voorkomen dat de NAW-gegevens voor Het Kinderdagverblijf verloren zouden gaan, bijvoorbeeld door Ziggo en T-Mobile te vragen die gegevens te bewaren. 

4.19. Slotsom is dat de kosten die zijn gemaakt voor de procedure tegen Ziggo/T-Mobile (van € 15.000,00) niet voldoen aan de in artikel 6:96 lid 2 BW besloten liggende zogenoemde dubbele redelijkheidstoets en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komen. 

4.20. De procedure tegen Google is (wel) noodzakelijk geweest om de IP adressen te verkrijgen waarmee de valse recensies op Google Maps waren geplaatst zodat vervolgens de identiteit van de gebruiker(s) kon worden achterhaald. Dit zijn gemaakte kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid voor de schadeveroorzakende gebeurtenis (artikel 6:96 lid 2 sub b BW). Daarnaast zijn deze kosten noodzakelijk geweest om de valse recensies te laten verwijderen (en daarmee ter beperking van de schade als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub a BW). De door Het Kinderdagverblijf gevorderde vergoeding van haar vermogensschade (van € 11.000,00) ter zake van de kortgedingprocedure jegens Google staat daarom in zodanig verband met de onrechtmatige daad van N., dat zij hem als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend als bedoeld in artikel 6:98 BW en voldoet ook overigens aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 BW, zodat deze schadevergoeding zal worden toegewezen.