IEF 17817

Rectificatie afgewezen wegens onvoldoende hinder voor aanbestedingen Parkietenbos

Vzr. Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 29 juni 2018 IEF 17817 ECLI:NL:OGEAA:2018:387 (Aruba tegen gedaagde) Rectificatie. Vrijheid van meninguiting. Land Aruba is doende met de voorbereiding van de aanbesteding van de sanering van de openbare vuilstortplaats Parkietenbos en de verandering van de wijze van afvalverwerking. Gedaagde heeft zich publiekelijk uitgelaten over deze aanbesteding en daarbij te kennen gegeven dat sprake is van “corruptie”. Aruba vordert rectificatie. De vordering wordt afgewezen. Er is onvoldoende aangetoond dat de aanbesteding gehinderd wordt door de uitlatingen en dat zijn meningsvrijheid daarom beperkt moet worden door rectificatie.

2.1 Land Aruba is doende met de voorbereiding van de aanbesteding van de sanering van de openbare vuilstortplaats Parkietenbos en de verandering van de wijze van afvalverwerking (van ‘solid waste management’ naar ‘sustainable and sanitary waste management’). In dat verband heeft Land Aruba op 8 februari 2018 een request for information (RFI) gepubliceerd. De voor de afvalverwerking verantwoordelijke minister is de heer [Minister van Infrastructuur en Milieu] (verder: [Ministervan Infrastructuur en Milieu]).

2.2 [Gedaagde] heeft zich publiekelijk uitgelaten over deze (voorgenomen) aanbesteding en daarbij – kort gezegd – te kennen gegeven dat sprake is van “corruptie”.

4.6 Het enkele feit dat [Gedaagde] door zijn uitlatingen het project in een slecht daglicht plaatst is geen reden om hem te beperken in de uitoefening van zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in overweging dat, anders dan Land Aruba meent, geen sprake is van gepresenteerde feiten maar van een mening die [Gedaagde] persoonlijk koestert. Daarbij gebruikt hij meermaals het woord “corruptie” maar duidelijk is dat dat zijn persoonlijke conclusie is, geen als objectief feit gepresenteerde stelling. De term “corruptie” wordt overigens in Aruba zodanig vaak gebezigd, ook door politici, dat inmiddels sprake is van betekenisinflatie in die zin dat het woord verworden is tot een containerbegrip voor alles wat in de ogen van de gebruiker daarvan om uiteenlopende redenen niet kan kloppen. In dit geval spreekt [Gedaagde] de, in zijn ogen gerechtvaardigde, verwachting uit dat de openbare aanbesteding niet eerlijk zal verlopen en nu al bekend is aan wie het werk zal worden aanbesteed. Dat staat hem vrij, ook al is daarvoor de bewijsvoering naar objectieve maatstaven moeilijk te volgen, uiterst mager en in wezen speculatief

4.7 Dat Land Aruba door de uitlatingen van [Gedaagde] zodanig gehinderd wordt dat van een behoorlijke aanbesteding niet meer kan worden gesproken en [Gedaagde] daarom ernstig in zijn meningsvrijheid moet worden beknot door rectificatie en een verbod zich in de toekomst over de aanbesteding uit te laten, is onvoldoende aangetoond. Uit de overgelegde e-mail blijkt dat niet. Het moet voor Land Aruba bovendien gemakkelijk zijn om publiekelijk en/of aan de afzender van de e-mail duidelijk te maken dat en waarom de aanbesteding conform de regels zal verlopen en de uitkomst – kort gezegd – geen gelopen race is.
Dat de uitlatingen mogelijk jegens minister [Minister van Infrastructuur en Milieu] onrechtmatig zijn blijft in dit geding buiten beschouwing. Niet gebleken is dat minister [Minister van Infrastructuur en Milieu] daar zelf niet tegen kan optreden en/of in zijn werkzaamheden als minister door de uitlatingen van [Gedaagde] zodanig gehinderd wordt dat Land Aruba daardoor geschaad wordt.