IEF 17266

Over het maken van kledingontwerpen is niets in de managementovereenkomst bepaald

avelon collection spring summer 2017

Vzr. Rechtbank Den Haag 10 november 2017, IEF 17266; ECLI:NL:RBDHA:2017:13013 (Avelon Fashion) Auteursrecht op kledingontwerpen. Geen werkgeversauteursrecht. Avelon Fashion houdt zich bezig met ontwerp en verkoop van kleding in het hogere (prijs)segment. Gedaagde is ontwerper en manager die een managementovereenkomst van Avelon uitvoert, waaronder het ontwerpen van pre- en main spring/summer collecties 2017. Onder een eigen label heeft gedaagde identieke kledingstukken aangeboden. Avelon vordert staking op grond van 8 Auteurswet en 3.29 BVIE. Bij de openbaarmaking van de collectie aan (vertegenwoordigers van) winkeliers is gedaagde als maker vermeld. Alle aanwezigen bij de presentaties wisten dat hij de maker was, dit is onderbouwd met diverse producties, waaronder perspublicaties waarin hij als ontwerper van het label Avelon wordt genoemd en het ‘Avelon company Profile’ van Avelon Fashion zelf, waarin hij als “The designer” van alle Avelon-collecties wordt gepresenteerd. Over het maken van ontwerpen is in de managementovereenkomst niets bepaald. Vorderingen worden afgewezen.

4.4. De auteur of feitelijk maker van voormelde werken is [gedaagde] . Hij heeft de kledingstukken uit de collectie immers ontworpen. Ter zitting heeft Avelon Fashion opgemerkt dat [gedaagde] daarbij ondersteuning kreeg van mevrouw [X] en mevrouw [Y] . Voor zover zij daarmee bedoelt te zeggen dat sprake is van mede-makerschap of gemeenschappelijke werken, gaat de voorzieningenrechter hieraan voorbij. Niet aannemelijk is gemaakt dat genoemde personen met betrekking tot één of meer ontwerpen uit de onderhavige collectie een creatieve inbreng hebben gehad die maakt dat van (één of meer) gemeenschappelijke werken sprake is. De stellingen van Avelon Fashion en de door haar overgelegde verklaring van [X] zijn daarvoor te weinig concreet, terwijl de door [gedaagde] overgelegde verklaring van [Y] weerspreekt dat van een dergelijk inbreng sprake was.

4.5. Het standpunt dat aan haar de auteursrechten op de ontwerpen uit de collectie toekomen, baseert Avelon Fashion in de eerste plaats op artikel 8 Aw, waarin kort gezegd is bepaald dat een vennootschap als maker van een werk wordt aangemerkt als dat werk als van haar afkomstig openbaar wordt gemaakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker te vermelden. Het gaat daarbij om de eerste openbaarmaking van een werk. Vermelding van een natuurlijk persoon als maker kan ook op andere wijze plaatsvinden dan door vermelding op/ bij het werk zelf.

4.8. Het betoog van Avelon Fashion dat zij krachtens de artikelen 3.8 lid 2 en 3.29 BVIE auteursrechthebbende op de ontwerpen uit de collectie is, faalt eveneens. Naar voorlopig oordeel is namelijk geen sprake van een door Avelon Fashion gedane bestelling voor die ontwerpen, zoals op grond van artikel 3.8 lid 2 BVIE is vereist. Avelon Fashion beroept zich in dit kader op de tussen haar en FF Holding gesloten managementovereenkomst, waaraan [gedaagde] feitelijk uitvoering gaf. De managementovereenkomst behelst echter een (algemene) opdracht om te zorgen voor het management en de directievoering van Avelon Fashion. Over het maken van ontwerpen is in de managementovereenkomst niets bepaald. Deze overeenkomst kan daarom niet worden aangemerkt als bestelling of opdracht van Avelon Fashion voor het maken van de hier in geding zijnde ontwerpen. Dat [gedaagdes] hoofdtaak binnen de samenwerking het ontwerpen van collecties was met de bedoeling dat deze door Avelon Fashion op de markt werden gebracht, zoals Avelon Fashion met verwijzing naar artikel 5 van de aandeelhoudersovereenkomst heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Die (samenwerkings)afspraken tussen de aandeelhouders van Avelon Holding, kunnen evenmin als opdracht of bestelling van Avelon Fashion worden gekwalificeerd. De afspraken maken Avelon Fashion dan ook niet tot auteursrechthebbende op grond van de artikelen 3.8 lid 2 en 3.29 BVIE.