IEF 16720

Ingezonden brief staat vol met niet onrechtmatige waardeoordelen

Vzr. Gerecht in EA van Curaçao 5 april 2017, IEF 16720; ECLI:NL:OGEAC:2017:39 (Flocker Camelia Winkel Legal tegen Lichtveld (pdf) Mediarecht. FCW is een advocatenkantoor dat opdracht heeft gekregen om de bouw van een nieuwe ziekenhuis (Hospital Nobo Otrobanda) tussentijds te evalueren. Gedaagde heeft in de vorm van een ingezonden brief, getiteld 'De zelfkant van het HNO-project' gepubliceerd. De uitlating dat FCW het HNO-rapport heeft gemanipuleerd betreft een kwalificatie en dus een waardeoordeel van [gedaagde]. Dit heeft een voldoende feitelijke basis, de formulering is niet zo excessief. Dat het [gedaagde] beter lijkt om het adviseren van de regering door FCW ‘aansturen’ te noemen, is een overduidelijke mening. De overige onderdelen bevatten vooral waardeoordelen die niet zodanig excessief zijn dat ze niet toegelaten zijn. De vorderingen worden afgewezen.

 

(verzoekschrift)

De uitlatingen worden als volgt samengevat:
a) FCW heeft het HNO-rapport gemanipuleerd door Sona geen wederhoor toe te staan en haar het rapport te onthouden.
b) FCW is een onguur, louche advocatenkantoor dat louche praktijken hanteert.
c) FCW adviseert de regering (‘aanstuurt’ lijkt een beter woord).
d) FCW schrijft rapporten die haar het beste uitkomen en zet de regering op het verkeerde been.
e) FCW heeft grote invloed gehad op het formatieproces.
f) FCW heeft geen smetteloze reputatie.
g) Er wordt veel energie gestopt in het monddood maken van Sona (aan Sona is mediastilte verzocht) en het wegwerken van Sona uit het HNO-project.
h) Het gemanipuleer en gesjoemel achter de schermen moet ophouden.

@a: 4.5.
De uitlating dat FCW het HNO-rapport heeft gemanipuleerd betreft een kwalificatie en dus een waardeoordeel van [gedaagde]. Dit oordeel heeft, gezien voorgaande overwegingen, een voldoende feitelijke basis. Wat de inhoud en formulering betreft is het waardeoordeel niet zo excessief dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

Ad b) FCW is een onguur, louche advocatenkantoor dat louche praktijken hanteert
4.6.
Deze uitlating betreft een waardeoordeel. Het woord louche betekent volgens ‘de Dikke van Dale’: onguur of verdacht. Het gebruik van deze termen door [gedaagde] kan niet los worden gezien van de verdere inhoud van het artikel (zie hiervoor onder 2.11. sub ii). Met zijn uiting heeft [gedaagde] (onder meer) het niet toepassen van wederhoor en het niet verstrekken van het (concept)evaluatierapport door FCW van een waardeoordeel voorzien. Dit oordeel is negatief omdat [gedaagde] meent dat Sona op grond van het evaluatierapport in de media ten onrechte in de media in een kwaad daglicht wordt gesteld, terwijl zijzelf onbekend is met het rapport en zich dus niet kan verdedigen. Gezien het kader waarin de uitlating is gedaan (een ingezonden brief in een krant) en de verdere inhoud van het artikel kan over het feit dat het de mening van [gedaagde] betreft bij het publiek redelijkerwijs geen twijfel hebben bestaan. Uit hetgeen hiervoor onder 4.4. is overwogen en uit de hiervoor onder 2.8. en 2.9. vermelde krantenartikelen volgt dat van deze uitlating niet kan worden gezegd dat deze zonder feitelijke basis is. Wat de inhoud en formulering betreft is de uitlating niet zo excessief dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

Ad c) FCW adviseert de regering (‘aanstuurt’ lijkt een beter woord)
4.7.
Deze uitlating betreft, anders dan FCW meent, een waardeoordeel. Dat het [gedaagde] beter lijkt om het adviseren van de regering door FCW ‘aansturen’ te noemen, is een overduidelijke mening. Bezien in de context van het gehele artikel is deze uitlating niet zo excessief te achten dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

Ad d) FCW schrijft rapporten die haar het beste uitkomen en zet de regering op het verkeerde been
4.8.
Ook deze uitlating betreft, anders dan FCW meent, een waardeoordeel. Het is de mening van [gedaagde] - en geen feit - dat FCW rapporten schrijft die haar het beste uitkomen en de regering op het verkeerde been zet. Met deze uiting heeft [gedaagde] eveneens het niet toepassen van hoor en wederhoor en het niet verstrekken van het (concept)evaluatierapport door FCW van een waardeoordeel voorzien. Gezien het kader waarin de uitlating is gedaan (een ingezonden brief in een krant) en het gebruik van de tekst ‘het beste’ en ‘verkeerde been’, is duidelijk dat het een waardeoordeel betreft. Van deze uitlating kan in het licht van het vorenstaande niet worden gezegd dat deze zonder feitelijke basis is of - wat de inhoud en formulering betreft - zo excessief dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

Ad e) FCW heeft grote invloed gehad op het formatieproces
4.9.
Deze uitlating is (deels) feitelijk van aard en vindt in voldoende mate steun in het feit dat een van de aan het kantoor verbonden advocaten, de heer Camelia, als formateur dan wel adviseur betrokken is geweest bij de formatie van verschillende kabinetten. Mede gelet op de aard van de jegens FCW geuite beschuldiging, de ernst van de door haar te verwachten gevolgen en de ernst van de misstand die de uitlating aan de kaak beoogt te stellen, weegt het belang van [gedaagde] om dit in het openbaar te zeggen, zwaarder dan het belang van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit. [gedaagde] noemt de invloed op het formatieproces ‘groot’. Dat is een waardeoordeel waarvan niet kan worden gezegd dat dit excessief is.

Ad f) FCW heeft geen smetteloze reputatie
4.10.
Deze uitlating is (deels) feitelijk van aard en vindt steun in de niet weersproken stelling dat een van de oprichters strafrechtelijk is veroordeeld. Mede gelet op de aard van de jegens FCW geuite beschuldiging, de ernst van de door haar te verwachten gevolgen en de ernst van de misstand die de uitlating aan de kaak beoogt te stellen, weegt het belang van [gedaagde] om dit in het openbaar te zeggen, zwaarder dan het belang van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit. Volgens [gedaagde] is de reputatie ‘geen smetteloze’. Dat is een waardeoordeel waarvan niet kan worden gezegd dat dit excessief is.

Ad g) Er wordt veel energie gestopt in het monddood maken van Sona (aan Sona is mediastilte verzocht) en het wegwerken van Sona uit het HNO-project
4.11.
Deze uitlating is algemeen geformuleerd en niet zonder meer tegen FCW gericht. Voor zover dat wel het geval is, betreft het een waardeoordeel met een voldoende feitelijke basis. De woorden ‘wegwerken’ en ‘monddood maken’ zijn kwalificaties die [gedaagde] geeft aan het verzoek om mediastilte respectievelijk de aanbeveling van FCW om de samenwerking met Sona te beëindigen; twee vaststaande feiten. [gedaagde] is van mening dat daarin veel energie is gestopt. Ook dat is een waardeoordeel. Gezien het kader waarin de uitlating is gedaan (een ingezonden brief in een krant) en de verdere inhoud van het artikel kan over het feit dat het de mening van [gedaagde] betreft bij het publiek redelijkerwijs geen twijfel hebben bestaan. In het licht van het vorenstaande kan van deze uitlatingen niet worden gezegd dat deze zonder feitelijke basis zijn noch dat deze - wat de inhoud en formulering betreft - zo excessief zijn dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

Ad h) Het gemanipuleer en gesjoemel achter de schermen moet ophouden
4.12.
Deze uitlating is algemeen geformuleerd en niet zonder meer tegen FCW gericht. Voor zover dat wel het geval is, betreft het kwalificaties die [gedaagde] aan een en ander geeft. Dat valt onder de vrijheid die een schrijver van een opiniestuk geniet. Bezien in de context van het gehele artikel kan - in het licht van het vorenstaande - niet worden gezegd dat deze uitlating zonder feitelijke basis is of, wat de inhoud en formulering betreft, zo excessief of buitensporig dat daarmee, in aanmerking genomen de belangen van FCW bij bescherming van haar eer, goede naam projectuitvoerder en integriteit, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.