IEF 17504

In rechte kan van Hello Goodbye geen excuses worden afgedwongen voor spontaan interview in het humaninterestprogramma

Hello goodbye

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 7 februari 2018, IEF 17504 (X tegen KRO-NCRV / Hello Goodbye) Mediarecht. In het tv-programma Hello Goodbye is de ex-vrouw van X aangesproken in de aankomsthal van Schiphol. In dit interview (vanaf 32:50) vertelt zij een aangrijpend verhaal over mishandeling. Een vordering tot het aanbieden van excuses in rechte kan niet worden afgedwongen. Bij excuses gaat het immers om het spontaan en oprecht berouw tonen over het eigen tekortschieten. Ook als de vordering welwillend wordt gelezen, als rectificatie, wordt afgewezen. Er is geen absoluut recht op hoor en wederhoor. Het verhaal van de ex van de vrouw is voor de gewone kijker niet te herleiden tot X. Zelfs indien eerherstel gewenst is door rectificatie, kan dat eerherstel ook op andere wijze. X heeft daar in aanmerkelijke mate zelf invulling aan gegeven door een verklaring (van geen bedreiging/mishandeling) op te stellen en deze door een aanzienlijke groep mensen uit zijn direct omgeving te laten ondertekenen.

4.4. Voorop wordt gesteld dat een vordering tot het aanbieden van excuses in rechte niet kan worden afgedwongen. Bij excuses gaat het immers om het spontaan en oprecht berouw tonen over het eigen tekortschieten. Dit betekent dat reeds om deze deze de door X onder 3.1. onder 1 en onder b. gevorderde maatregel dat KRO-NCRV wordt verplicht een mededeling te doen, beginnende met: 'Het spijt de KRO-NCRV zeer (...)' niet toewijsbaar is.

4.5. Ook als de vorderingen welwillend wordt gelezen (geen gevorderde excuses, maar bijvoorbeeld rectificatie met de mededeling dat KRO-NCRV ten onrecht heeft neergezet etc.) en alsdan een voorlopig oordeel zou moeten worden gegeven over het door Y gestelde onrechtmatig handelen van KRO-NCRV (zie laatste volzin onder 3.1.1.), leidt dit niet tot toewijzing. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.6. De door de ex-vrouw van X gedane uitlatingen over haar huwelijk met Y vormen haar relaas, waarvoor KRO-NCRV in beginsel geen verantwoording draagt. Bovendien heeft zij dat relaas verwoord nadat zij op toevallige basis door de presentator is aangesproken, in een programma waarin uitsluitend dergelijke toevallige interviews worden uitgezonden. Van een zich vereenzelvigen met de inhoud van dat relaas door de presentator of door KRO-NCRV is daarom geen sprake, naar ook voor de televisiekijker duidelijk is. Ook dat, anders dan Y ter zitting heeft gesteld, de presentator Y niet van mishandeling heeft beschuldigd. In de door Y zelf opgestelde transcriptie staat bij de bewuste passage over de mishandeling ook een vraagteken ('Want hij mishandelde jou?') . Dat het daarbij, gezien de context van het door de presentator en de geïnterviewde gevoerde gesprek, om een vraagstelling door de presentator gaat, is de voorzieningenrechter ook gebleken door kennisname van de desbetreffende uitzending.