IEF 17380

Chanel handhaaft merkenrecht tegen Marktplaatsreplicaverkoper

Rechtbank Den Haag 20 december 2017, IEF 17380, ECLI:NL:RBDHA:2017:15591 (Chanel tegen X). Merkenrecht. X biedt op het internet meerdere tassen aan voorzien van met Chanel-merken overeenkomstige tekens. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE en veroordeelt X staking van inbreuk. Opgaveverplichting. Schadvergoeding of winstafdracht €325,00.

4.7. Voor wat betreft de winstafdracht, vordert Chanel het volgens haar in de e-mail van door erkende bedrag van € 325,-. heeft dit bedrag niet bestreden en zelfs verklaard dat de door haar genoten winst hooguit € 500,- is geweest. De rechtbank is van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarde voor toewijzing van de gevorderde winstafdracht dat bij de vastgestelde merkinbreuk te kwader trouw heeft gehandeld. Dit volgt al uit de beschrijving in één van haar advertenties: “Kwaliteit: zéér mooie 1.] schoudertas, bijna niet te onderscheiden van de echte” en uit de tekst van haar e-mail aan (zie onder 2.3). Waar in haar e-mail aan Chanel nog heeft geschreven dat zij niet wist dat het te koop aanbieden en verkopen van de inbreukmakende producten niet toegestaan was, heeft in deze procedure ook niet (meer) bestreden dat zij te kwader trouw merkinbreuk heeft gepleegd. De vordering tot afdracht van het door erkende bedrag aan winst is dan ook toewijsbaar op de wijze als aangegeven onder overweging 4.5, inclusief de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf de dattim van dagvaarding.