Artikel geschreven door Rudi Holzhauer.
Worden IE-rechthebbenden de dupe van Dupes of van Algemene belangen?
Artikel geschreven door Rudi Holzhauer.
In het eerste BMM bulletin van 2026 bespreken de Rotterdamse advocaten Paul Trapman en Evianne Roos de grenzen die het IE recht stelt aan de handel in dupes. Dupes zijn qua prijs goedkopere duplicaten van originele dure luxe producten. En dat is iets anders dan een namaakproduct. Het is ook geen piraterij in de zin van de EU Anti-piraterijverordening.
“Bij namaakproducten is het doel het originele product zo goed mogelijk te imiteren – de vormgeving wordt zo precies mogelijk overgenomen en merk en teken zijn (vrijwel) identiek. Consumenten (of andere derden) kunnen bij namaak in beginsel niet zien dat het niet om het echte product gaat. Een dupe heeft daarentegen juist niet als doel een zogenaamde double identity6 te creëren. De dupe wordt juist gepositioneerd als een betaalbaar alternatief voor een duur luxeproduct. Daarbij worden zoveel mogelijk de stijl, de kenmerken, het design en de eigenschappen van het originele product gekopieerd, maar juist het merk, de logo’s en de precieze branding worden niet overgenomen.7 Ook de juridische definitie van een namaakproduct toont het verschil. Hoewel het Unierecht geen uniforme definitie kent van een namaakproduct,8 wordt in de praktijk veelal aansluiting gezocht bij de definitie die de Douane hanteert op grond van de Anti-piraterijverordening.” (Trapman en Roos, blz. 26)
Zij leggen e.e.a. uit in hun zeer informatieve en IE-degelijke artikel. Niets mis mee. Goede analyses en bijdrage. Zij het wel: van binnenuit. D.w.z. vanuit het nu in Nederland geldende IE-recht. Begrijpelijk natuurlijk, maar … dan haak ik bijna meteen af. Met een glimlach. En wijs ik op al die IE-blabla. En al die negatieve impact op onze economie en daarmee op onze samenleving. Een ander perspectief.
BMM en BBMM. Ooit was ik hoofddocent van die BBMM-opleiding. Verbeelding brengt je overal. In het openingsweekeinde introduceerde ik BrandManagement. Een merk is natuurlijk veel meer dan een juridisch iets. Het is een marktinstrument. Met alles wat daarbij hoort. Een eye-opener. Ik introduceerde ook de excursie naar Alicante (Het EU merken- en modellenbureau; steeds verder uitgegroeid richting EUIPO). Ook een verruimde blik. Merken zijn meer dan recht. De Benelux is niet de wereld. Allemaal wel “van binnenuit”.
Mijn onderwijs-achtergrond, samen met mijn ietwat dwarse, economische en abolitionistische (Rotterdamse) perspectieven willen altijd en overal oogkleppen openbuigen. Laat dat mijn beschouwing maar (mede) verklaren. Ofwel #NoToIP Dupes dus. “Als een Rolex, maar dan anders om je pols”. “Geen Porsche, maar zeker net zo snel”. “Geen Claeryn, maar net zo lekker, zelfde smaak en een stuk voordeliger”. “Wij zijn niet DeLex, maar bieden meer informatie over IE”. Geen sprake van verwarringsgevaar, lijkt me. Aanhaken zeker. Vergelijken zeker. Afzetten tegen zeker. Algemeen toe te staan in het voordeel van de markt, d.w.z. de gebruikers/consumenten-kant (deels staan op de schouders van voorgangers, als meer maatschappelijk en filosofisch perspectief). Verder gewoon: een eigen marktpositie. Trapman en Roos geven een aantal concrete andere voorbeelden uit de jurisprudentie. Gebaseerd op hun definitie van een dupe als betaalbaar alternatief voor een luxeproduct (Trapman en Roos, blz. 30). Zij bespreken zodoende het merkenrecht, het modellenrecht, het auteursrecht en de ongeoorloofde mededinging.
“De handel in dupes is vaak een doorn in het oog van de maker of producent van het origineel. Rechthebbenden zien zich geconfronteerd met uiteenlopende
nadelige risico’s: hun marktaandeel kan kleiner worden doordat consumenten het goedkopere alternatief kopen, consumenten kunnen denken dat de dupe afkomstig is van de rechthebbende (bijvoorbeeld via post-sale verwarring en als iemand het cadeau krijgt), de lagere kwaliteit van de dupe kan afstralen op het origineel en mogelijk verwatert het onderscheidend vermogen.” (Trapman en Roos blz. 27)
Dit soort nadelen zijn overwegend gewoon marktwerking en behoeven zeker niet door het recht te worden beschermd. Juist omdat dupes zich als los van originelen positioneren gaat het overwegend om onafhankelijke marktposities. “Kielzog varen” is overwegend een buiten-IE-juridisch criterium. Kwaliteit zal zeker minder zijn. Maar kwaliteit speelt in het merkenrecht geen enkele rol. Er is geen kwaliteitsgarantie bij een merkartikel. En dat “afstralen op” kan evengoed gunstig uitwerken voor een product met de betere kwaliteit.
Kwestie van marketing. “Wij varen altijd voorop”. Dat Klarein negatief afstraalde op Claeryn is een historisch voorbeeld van IE-blabla. Hoezo: een borrel met een zeepsmaak? Kies ik eindelijk een andere smaak – is het nog niet goed. Kies ik dezelfde smaak en vermeld ik dat – mag ook niet.
Oogkleppen open – ook richting IE
Telefooncellen op straat verdwenen. Mijnwerkers ook. Niet vanuit een intern perspectief, maar vanuit een extern perspectief. Dat externe perspectief maakt dat ik steeds kritischer ben over IE. In dit geval richting Dupes. Waarom zouden we via het recht de belangen van luxe-artikelen afschermen? Wie is daarmee gebaat? Zeker niet de hele samenleving. Mogelijk een soort nieuwe upper-class. Zeker ook in modeartikelen (schijnt Fashion te heten). Een ieder die kan en wil betalen voor het imaginaire van luxe en een bepaalde naam of vorm of drie strepen die mag dat natuurlijk doen. Kwestie van sponsoren van aandeelhouders en eigenaren. Maar wie dat niet wil … of kan … die mag toch een Dupe aanschaffen en gaan gebruiken. Dat gaat niet ten koste van het luxe product, want dat zou nooit (kunnen) worden aangeschaft door de betreffende consument. En als alle consumenten in plaats van het luxe artikel de Dupe gaan aanschaffen dan is dat marktwerking. Dan doet het luxe artikel iets niet goed in de markt. Dat moet je niet via staatsmonopolie-rechten willen regelen (of “corrigeren” of “afschermen”). In die zin heeft de markt altijd gelijk. Goodbye Fashion is altijd ook Hello Fashion. De positie van de vraag-kant, de consument, speelt dan een even grote rol als de positie van de aanbod-kant (de IE- rechthebbende). IE is er niet eenzijdig voor de rechthebbende. IE is er voor een betere dan wel optimale marktwerking. De consument is daarbij net zo belangrijk. Marktdenken is tweezijdig denken. IE-denken wordt alsmaar eenzijdiger.
Algemene maatschappelijke belangen en het publiek domein
En dan zijn er, tegenover de IE-monopolies, en naast de belangen van de vraag- kant in de markt, de algemene belangen van en in de samenleving. Die zijn niet of nauwelijks opgenomen in de bijzondere IE-wetten. “Fair use” is zoiets. Maar zoeken naar redelijkheid en billijkheid, zorgvuldigheid, algemeen belang, publiek domein e.a. is in de IE-wetten vaak vergeefs. Ze zijn eenzijdig ingericht. Ik zei dat net ook al. Zij het wel met bij het instellen er van als maatschappelijk draagvlak het bevorderen van creativiteit, innovatie en martktransparantie. Dat zijn algemene maatschappelijke doelstellingen. Maar dat draagvlak raakt n.m.m. steeds verder op de achtergrond. Art. 1 Auteurswet spreekt van “werken van wetenschap, letterkunde en kunst”. Prima. Maar wat is daarvan over? Een foto van 20 dozen oud papier op de stoep, op te halen door een plaatselijke sportvereniging, of een foto van een Nederlandse ambtsdrager in functie, is dat “kunst”? Natuurlijk niet. De meeste werken (werkhypothese 99%) voldoen niet aan dit criterium. En dus …. Laten de rechtswetenschap en de rechtspraktijk het criterium buiten beschouwing. Intern is alles in orde. Extern is het IE-blabla. “Onvoldoende toepassing” geeft vrije toepassing (via een dwanglicentie) in het octrooirecht. Maar die regel wordt – zeker ook m.b.t. medische octrooien – niet of nauwelijks toegepast. Dwanglicenties? Oogkleppen op. En die 4 inbreukcriteria in het merkenrecht (art. 2.20 lid 2 sub a, b, c en d BVIE). Ad B zou verwarringsgevaar moeten tegengaan. Een markt-conform doel. Maar wat werd het? Gevaar voor associatie. Hoezo? Nou – “doet denken aan”. So what? Mijn favoriete oom doet mij altijd denken aan mijn favoriete tante en mijn favoriete nichtje. So what? Alsof ik ze met elkaar verwar?! Markttransparantie wil verwarringsgevaar tegengaan. Niet meer, niet minder. Geen rechterlijke uitleg.Geen unierechter. Gewoon nadenken over de rationale. Dat wel – dat niet.
Associatiegevaar is IE-blabla. De criteria onder C en D gaan ongezien te ver. C is unierechtelijk ingegeven. D is Benelux. “Een bekend merk” en “Elk ander gebruik”. Over IE-blabla gesproken. “Provo” is inmiddels een merk in de Benelux. Schande natuurlijk. Hoezo inschrijving getoetst door BOIP? Getoetst waaraan? Wel eens van algemeen belang gehoord? De inschrijvings- en registratie semi overheden toetsen daar kennelijk niet aan. Dus … “elk ander gebruik” van een merk is inbreuk. Een “bekend merk” en “goodwill” worden beschermd in de markt, niet door het recht. En zeker niet door IE. Je zal het maar over de Provo-beweging willen hebben, als historicus of maatschappelijk betrokken criticus. INBREUK!! Ofwel IE-blabla. Waar blijven het algemeen belang en het publiek domein? Van daaruit zou ik elk beroep op IE strijdig daarmee benoemen als onrechtmatig, want misbruik van IE-recht. We hebben vast nog even te gaan.
Waar we heen gaan en wat volgt
Joost Smiers en ik gaan e.e.a. uitschrijven met o.a. een voorstel voor een nieuwe afdeling in Boek 6 BW. Over imitatie en toe-eigening. Met materieelrechtelijke regels (normeringen, criteria) en procesrechtelijke regels (inzake o.a. bewijs). Als onderdeel van het aldaar gegroeide privaatrechtelijk mededingingsrecht. Die regels zijn voldoende om de markt te bewaken. IE-rechten dan wel markt-monopolies zijn niet (meer) nodig. Das war einmal.
Bronnen
Paul Trapman en Evianne Roos, Van dupe influencers tot dupe fever, de dupe culture is booming. Maar welke grenzen stelt het IE-recht aan de handel in dupes? 1/2026 BMM Bulletin, jaargang 52 blz. 26-33.
Joost Smiers en Rudi Holzhauer, Eigendom en Macht. Oneigenlijk gebruik van eigendomsconstructies en machtsposities moet worden tegengegaan
https://joostsmiers-dissenting.nl/eigendom-en-macht/.
Rob Teijl en Rudi Holzhauer, De toenemende complexiteit van het intellectuele eigendomsrecht – een economische analyse, Rechtseconomische Verkenningen Deel 1, Gouda Quint, Arnhem, 1991.
Rudi Holzhauer, Zeitenwende – ook voor IE, Iustitia Scripta Journaal, 12 augustus 2024, https://www.iustitiascripta.com/post/zeitenwende-ook-voor-ie.