IEF 19246

Website is gelet op vormgevingserfgoed geen beschermd werk

Vzr. Rechtbank Overijssel 4 juni 2020, IEF 19246; C/08/246156 (Vendic tegen Meubelplaats.nl) Kort geding. Vendic houdt zich bezig met het produceren van software en het ontwikkelen van webshops. Meubelplaats is actief in de meubelbranche en verkoopt onder meer meubels via een webshop. Meubelplaats schakelde Vendic in voor de ontwikkeling van een webshop met PWA-techniek. Meubelplaats beëindigt de samenwerking met Vendic. Vendic stelt zich op het standpunt dat Meubelplaats het design van de website niet mag gebruiken zonder toestemming van Vendic en beroept zich op het auteursrecht. Deze vorderingen worden afgewezen op drie gronden:

(1)    De website is gelet op het vormgevingserfgoed geen beschermd werk;

(2)    Voor het geval de website wel beschermd is: Vendic kan niet aantonen dat zij de maker is van het design, zulks mede gelet op de betrokkenheid van externe designers. Daarbij is het ook van belang dat Vendic voor de techniek is ingeschakeld en Vendics rol in de designwerkzaamheden beperkt is;

(3)    Voor het geval Vendic toch maker is: er is geen sprake van inbreuk gelet op de door Meubelplaats verrichte aanpassingen; dit in het licht van het vormgevingserfgoed.

4.20.       Hiervoor is al geoordeeld dat de Vormgeving niet auteursrechtelijk beschermd is en dat Vendic daarvan ook niet de maker is in de zin van de Auteurswet. Maar ook als dat wel zo zou zijn, dan maakt de Nieuwe Webshop naar voorlopig oordeel geen inbreuk op de Vormgeving.  Daartoe dient het volgende.

4.21.       Bij de beoordeling of sprake is van inbreuk op de Vonngeving moet worden beoordeeld  in welke mate de totaalindrukken van het de Nieuwe Webshop en de Vendic­ Webshop overeenstemmen.
Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat naannate de Vendic-Webshop zich qua vormgeving minder onderscheidt van andere websites/webshops -  het vormgevingserfgoed -  ook minder snel zal worden geoordeeld dat inbreuk op haar vormgeving wordt gemaakt.

4.22.       Zowel Vendic als Meubelplaats hebben in de gedingstukken vergelijkingen opgenomen tussen de vormgeving van de Vendic-Webshop en de Nieuwe  Webshop, en (al naar gelang hun procespositie) nadruk gelegd op overeenkomsten en verschillen tussen beide webshops. Mede gelet op door Meubelplaats in het geding gebrachte voorbeelden  uit het vormgevingserfgoed (zie productie 12 van Meubelplaats), is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verschillen tussen beide webshops -  zoals onder meer verbeeld en benoemd in de pleitnota namens Meubelplaats, nr. 100 -  meebrengen dat de Vendic­ Webshop en de Nieuwe Webshop een dusdanig verschillende totaalindruk wekken, dat niet kan worden gezegd dat de Nieuwe Webshop de onderscheidende elementen van de Vendic­ Webshop heeft overgenomen, en daarmee inbreuk op haar vormgeving maakt.