IEF 13829

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Vrijspraak kinderontvoering, maar toch in programma "Ontvoerd"

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 24 april 2014, IEF 13829 (eiser tegen RTL)
Uitspraak mede ingezonden door Bertil van Kaam en Nils Winthagen, Van Kaam. Mediarecht. Eiser vordert een verbod op de uitzending van een aflevering van Ontvoerd, omdat eiser verwacht in deze uitzending ten onrechte in verband te worden gebracht met kinderontvoering, terwijl hij daarvoor strafrechtelijk is vrijgesproken. Afweging van belangen, vrijheid van meningsuiting versus recht op privacy en bescherming van persoonlijke levenssfeer leidt tot afwijzing van de vordering. Onvoldoende aanwijzingen aanwezig dat de voorgenomen uitzending een dreigende, onrechtmatige inbreuk op de rechten van eiser oplevert.


[eiser] en [A] woonden samen in [woonplaats ] Op 20 november 2012 zijn [eiser], [A] en [B] naar Bosnië vertrokken. [eiser] heeft zichzelf per 20 november 2012 uit laten schrijven uit de gemeentelijk basisadministratie met als reden emigratie naar Marokko.

4.5. Afweging van de betrokken belangen leidt tot de conclusie dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de voorgenomen uitzending een dreigende, onrechtmatige inbreuk op de rechten van [eiser] oplevert. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat hetgeen in de uitzending terugkomt voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. Er is derhalve geen sprake van een lichtvaardige verdachtmaking van [eiser] bij betrokkenheid bij kinderontvoering. Zoals blijkt uit de in deze procedure vastgestelde feiten staat in ieder geval vast dat [B] bij beschikking van 20 maart 2013 voorlopig is toegewezen aan [A] en dat [eiser] [B] desondanks bij zich heeft gehouden, terwijl hij in ieder geval vanaf eind april dan wel in ieder geval begin mei 2013 wist dat hij [B] diende over te dragen aan [A]. Op 13 mei 2013 is er daarnaast een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd voor [eiser] en [eiser] heeft na aanhouding door de Kroatische politie ook daadwerkelijk in detentie gezeten. [eiser] wordt op dit moment nog steeds als verdachte aangemerkt van kinderontvoering en daar ook nog steeds voor vervolgd. Weliswaar is hij recentelijk vrijgesproken van ontvoering, maar tegen deze uitspraak is het openbaar ministerie in hoger beroep gegaan zodat deze uitspraak (nog) niet onherroepelijk is geworden. Daarnaast is van belang dat [eiser] niet herkenbaar in beeld zal worden gebracht. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat het enkele onherkenbaar maken van het gelaat en het niet noemen van zijn achternaam er niet aan af hoeft te doen dat hij nog steeds herkenbaar zal zijn indien zijn leefomgeving, zijn zoon [C], [A] en [B] wel herkenbaar in beeld zullen worden gebracht, maar onvoldoende aannemelijk is dat deze herkenbaarheid zich zal uitstrekken buiten zijn naaste kring.

4.7. Het beroep van [eiser] op schending van zijn portretrecht faalt eveneens. Weliswaar behoeft het geheel of gedeeltelijk onherkenbaar maken van het gelaat van de afgebeelde persoon er niet aan af te doen dat er sprake is van portret in de zin van art. 21 Auteurswet, nu ook uit hetgeen die afbeelding overigens toont, de identiteit van die persoon kan blijken, maar dit portretrecht is niet absoluut en dient te worden afgewogen tegen het recht van RTL op vrijheid van meningsuiting. Deze belangenafweging valt zoals hiervoor reeds overwogen in het voordeel van RTL uit.

4.8. [eiser] heeft zich er ter zitting nog op beroepen dat RTL opnamen gaat uitzenden van zijn minderjarige dochter, zonder dat daarvoor toestemming is gegeven. De voorzieningenrechter begrijpt dat naar het oordeel van [eiser] deze omstandigheid er toe moet leiden dat de voorgenomen uitzending verboden wordt, zoals hij primair vordert. RTL heeft (primair) gesteld dat [eiser] niet kan optreden als vertegenwoordiger van zijn minderjarige dochter omdat [A] hiertegen bezwaar maakt, zodat hij niet namens zijn minderjarige dochter bezwaar kan maken tegen het uitzenden van opnamen die van haar gemaakt zijn.

Lees de uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2014:1816