IEF 19735

Vrije beschikking handelsnaam bij eigendomsvoorbehoud

Hof Arnhem-Leeuwarden 16 januari 2021, IEF 19735; ECLI:NL:GHARL:2021:745 (Yacht Support tegen MSAR) Yacht Support c.s. bouwde en verkocht jachten. In 2017 hebben zij hun aandelen verkocht aan Grim Management en in de koopovereenkomst is een eigendomsvoorbehoud opgenomen. Yacht Support c.s. is in 2018 in staat van faillissement verklaard. MSAR heeft met de curator van Yacht Support c.s. een schriftelijke overeenkomst gesloten over de overname van de daarin genoemde roerende zaken. Yacht Support c.s. hebben vanuit hun sociale media een link verspreid naar persberichten op de website met titels als 'Waarschuwing namaak jachten & merk piraterij'. Yacht Support c.s. en MSAR beschuldigen elkaar daarop over en weer van onrechtmatig handelen. Yacht Support c.s. verwijten MSAR dat zij zonder toestemming gebruik maken van de intellectuele eigendomsrechten.

Volgens MSAR hebben Yacht Support c.s geen relevante intellectuele eigendomsrechten meer door de aandelenoverdracht in 2017 en doordat Yacht Support c.s. zich negatief hebben uitgelaten in persberichten zouden zij hiermee de reputatie van MSAR hebben beschadigd. Geoordeeld wordt dat de handelsnamen niet onder het eigendomsvoorbehoud vallen. Het recht op een handelsnaam ontstaat namelijk door feitelijk gebruik en komt toe aan de onderneming die de naam gebruikt. Gelet op het diffamerende karakter van het persbericht is het aannemelijk dat de reputatie van MSAR beschadigd is. De eerdere veroordeling om op eigen kosten een rectificatie te plaatsen wordt echter niet noodzakelijk en proportioneel geacht. 

5.17 Het hof acht het aannemelijk, zoals [geïntimeerden] c.s. onbetwist stellen, dat de handelsnamen van [appellanten] Vastgoed, [appellanten] Jachtbouw en [C] niet onder het eigendomsvoorbehoud vallen, omdat de handelsnamen verbonden zijn aan die ondernemingen en daarom niet tot het vermogen van [appellant1] BV en [appellant2] BV behoorden. Het recht op een handelsnaam ontstaat namelijk door feitelijk gebruik en komt toe aan de onderneming die de naam gebruikt. Dit volgt uit artikel 1 van de Handelsnaamwet. Als aandeelhouder van [appellanten] Vastgoed en indirect aandeelhouder van [appellanten] Jachtbouw kon Grim vrij beschikken over de handelsnaam [appellanten] Jachtbouw en die daarom ook in gebruik geven of overdragen aan [geïntimeerden] c.s.. Bovendien volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2016 dat zolang de volledige koopprijs niet is betaald, Grim onder opschortende voorwaarde eigenaar is en in die hoedanigheid bevoegd was over de onder eigendomsvoorbehoud geleverde rechten te beschikken, ook indien de handelsnamen tot het vermogen van [appellant1] BV en [appellant2] BV behoorden.

5.25 De ernst van de inbreuk rechtvaardigde naar het oordeel van het hof de door de voorzieningenrechter toegewezen rectificatie. De veroordeling om op eigen kosten de rectificatie te plaatsen in de papieren versie van het Sneeker Nieuwsblad en de Leeuwarden Courant, acht het hof niet noodzakelijk en proportioneel, omdat de op basis van het persbericht gepubliceerde nieuwsberichten alleen in de digitale versie van genoemde kranten zijn gepubliceerd. Op dit punt zal het vonnis worden vernietigd. Dit punt doet geen afbreuk aan de juistheid van de inhoud van de bevolen rectificatie en rechtvaardigt daarom niet de door [appellanten] c.s. gevorderde (tegen)rectificatie ter ongedaanmaking van de gevolgen van de door de voorzieningenrechter bevolen rectificatie.