IEF 20857

Vraagstellingen bij juridisch (IE) marktonderzoek

Artikel ingezonden door Terry Häcker, drs Terry (D.W.F.) HÄCKER Marktonderzoekadvies.

Inleiding 

“Een goede vragenlijst vormt het hart (of misschien beter: de achilleshiel) van elk juridisch marktonderzoek” (Van den Berg, Marktonderzoek in de Rechtszaal, pag. 59).

Kleine variaties in vraagformuleringen kunnen grote gevolgen hebben voor de onderzoekuitkomsten. De verwoording van vragen – is de vraagformulering begrijpelijk en eenduidig, en niet sturend – is een van de belangrijkste zo niet het belangrijkste aspect van de vragenlijst.


Op 26 april 2022 oordeelde het hof Den Haag in ‘Van Haren tegen Airwair’ onder 6.5.4 bijvoorbeeld: “De door Van Haren overgelegde marktonderzoeken kunnen niet tot een ander oordeel leiden. Aan beide rapporten kleven gebreken – zoals een te algemene en onduidelijke vraagstelling die ruimte laat voor niet relevante antwoorden, als ook onvoldoende gespecificeerd c.q. te ruim doelpubliek”.


En onder 6.5.5 over het door Airwair in die zaak verrichtte tegenonderzoek: “Niet valt in te zien dat de vraagstelling in dit marktonderzoek te sturend zou zijn, zoals door Van Haren aangevoerd.”.


Vraagstelling zijn dus ook volgens rechters van groot belang en worden in wellicht toenemende mate in uitspraken beoordeeld. Reden genoeg om een beschouwing te wijden aan vraagstellingen bij juridisch (IE) marktonderzoek.

Lees verder >>