IEF 16840

Vordering van rapper tot rectificatie door Avrotros afgewezen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 17 mei 2017, IEF 16840; ECLI:NL:RBMNE:2017:2687 (Rapper tegen Avrotros) Kort geding. Sprake van een uitzending van EenVandaag van Avrotros waarin een clip werd getoond van eiser. Het ging hier om twee Syriëgangers in die clip. Hun gezichten waren onherkenbaar. Het gezicht van eiser was echter wel herkenbaar, waardoor het misverstand ontstond dat eiser een Syriëganger was. Eiser heeft daarom een vordering ingediend tot het uitzenden van een rectificatie in het programma EenVandaag. AvroTros heeft met haar uitzending niet voldoende zorgvuldig gehandeld, maar door een reeds uitgezonden rectificatie en het eigen gedrag van betrokkene nadien, is er geen grond tot toewijzing van de gevorderde rectificatie.

4.6 Tussen partijen staat, op zichzelf bezien, vast dat Avrotros een maatschappelijk zwaarwegend belang had bij de uitzending van het item op 22 maart 2017, te weten publieke berichtgeving over (onder meer) de maatschappelijk actuele vraag hoe jongeren - zoals [A] en [B] - kunnen radicaliseren en zich als jihadstrijder naar Syrië begeven. Ook staat vast dat de clip […] van [naam] daarbij een geëigende illustratie van het onderwerp vormde, omdat [A] en [B] tot kort voor hun vertrek, gezien hun deelname aan [naam] en aan de (op YouTube geplaatste) clip van die band, toentertijd (op het oog) niet geradicaliseerd waren, maar kort nadien, gezien dat vertrek, wel. Ook staat vast dat er geen aanwijzingen zijn dat [eiser] een Syriëganger is of anderszins iets met radicalisering van doen heeft, dat Avrotros haar item daarom, ter bescherming van [eiser] ’s aanmerkelijke belang in dezen, zo diende vorm te geven dat de suggestie van het tegendeel niet zou worden gewekt en dat het ook mogelijk was die vormgeving daarop aan te passen. Het aanmerkelijke karakter van [eiser] ’s belang in dezen is gelegen in het feit dat de suggestie van betrokkenheid bij jihadisme een zware verdachtmaking vormt met te verwachten ernstige gevolgen voor de maatschappelijke positie van de betrokkene. Dat telt temeer nu het hier om een uitzending gaat van een actualiteitenprogramma met een grote kijkdichtheid. Het komt aldus, bij de afweging van de onder 4.3. omschreven belangen vooral aan op de vraag of bij die vormgeving de bedoelde suggestie voldoende is vermeden.
    4.7. Aan Avrotros moet worden toegegeven dat zij bij die vormgeving op passende wijze heeft getracht die suggestie te vermijden door de gezichten van [A] en [B] te blurren en, als zij beiden met geblurred gezicht in beeld zijn (01:06, 01:07 en 01:08), de voice-overtekst ‘hier samen in beeld’ te doen uitspreken. Daar staat echter tegenover dat tijdens het uitspreken van de tekst ‘Maar ineens verandert de rappende […] ’(01:02 en 01:03) en van de aansluitende tekst ‘ [A] en zijn vriend [B] ’ (01:04 en 01:05) op twee verschillende wijzen prominent het ongeblurrde gezicht van [eiser] in beeld komt, op de eerstgenoemde momenten samen met een ander wiens gezicht evenmin is geblurred, op de later genoemde momenten als enig (beeldvullend) gezicht. Ook staat daar tegenover dat in de uitzending van het item niet met woorden is kenbaar gemaakt dat slechts de personen met geblurred gezicht onderwerp van de radicaliseringskwestie zijn en dat de personen van wie het gezicht niet is geblurred met die kwestie niets van doen hebben. Weliswaar is het logisch te veronderstellen dat een oplettende kijker uit het feit dat sommige gezichten geblurred zijn zal afleiden dat de personen met niet geblurrde gezichten niet [A] en [B] zijn, maar die oplettendheid zal zich naar verwachting bij een niet te verwaarlozen groep andere kijkers niet hebben voorgedaan (zoals ook uit de door [eiser] overgelegde bescheiden van uitlatingen op internet is gebleken). Bovendien ligt de genoemde gevolgtrekking te minder voor de hand voor kijkers die de leden van [naam] niet (van gezicht) kennen, omdat (bij gebrek aan gesproken uitleg over het wel en niet blurren) die kijkers mogelijk hebben verondersteld dat [A] en/of [B] op sommige momenten wel en op sommige momenten niet met geblurred gezicht in beeld zijn gebracht, met name op moment 01:04 en moment 01:05.
    4.8. Een en ander tegen elkaar afwegend, komt de voorzieningenrechter hier, mede het gezag dat aan het programma EenVandaag mag worden toegekend, tot het oordeel dat Avrotros onvoldoende heeft gedaan om de bedoelde suggestie en de daarvan voor [eiser] te vrezen nadelige gevolgen te vermijden. Evenwel is voor het oordeel dat de gevorderde rectificatie toewijsbaar is, tevens noodzakelijk de onder 3.4 genoemde rectificatie van 24 maart 2017 mee te wegen. De afweging omtrent de vordering valt, aldus verstaan, in het voordeel van Avrotros uit. Het onterecht - bij sommige kijkers - opgetreden gevolg van de uitzending (de opgevatte veronderstelling dat [eiser] een Syriëstrijder is of daarbij op enige wijze betrokken is), moet immers worden geacht in voldoende mate te zijn tegengegaan met de rectificatie van 24 maart 2017. In die uitzending is immers alsnog de vereiste helderheid verschaft dat de personen die in het item van 22 maart 2017 met niet geblurred gezicht in beeld zijn gebracht, geen Syriëstrijder zijn, noch daarbij betrokken zijn. Dat de wijze waarop die rectificatie is gedaan (in de eindtune), onvoldoende is om die werking te hebben, is wel door [eiser] gesteld maar door Avrotros bestreden. Nu de voorzieningenrechter geen kennis heeft genomen van die rectificatie-uitzending (de toen uitgesproken tekst is in dit geding uitsluitend schriftelijk weergegeven), kan hier niet van het gelijk van [eiser] worden uitgegaan.
    4.9. Bij het voorgaande is voorts van belang dat [eiser] zelf, door het maken en op YouTube plaatsen van zijn voormelde track en door mee te werken aan diverse praat- en actualiteitengrogramma’s (zie 2.19), aan de uitzending van 22 maart 2017 openbare ruchtbaarheid heeft gegeven in een zin die overeenkomt met de strekking van de thans gevorderde rectificatie. Hij was daar uiteraard niet toe gehouden, maar nu hij die activiteiten heeft ontplooid, tellen zij wel mee bij de beoordeling of Avrotros tot de gewenste rectificatie gehouden is. Gegeven de rectificatie door Avrotros zelf en de daarmee strokende latere publiciteit die [eiser] zelf gezocht, valt niet in te zien wat de gevorderde rectificatie (in elk van de door [eiser] omschreven varianten) thans nog extra kan betekenen voor het wegnemen van de onder 4.8 omschreven onjuiste veronderstelling bij de personen die naar het item van 22 maart 2017 hebben gekeken.
    4.10. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen.