IEF 18857

Voorzieningenrechter doet geen uitspraak omtrent beleid

Vrz. Rechtbank Den Haag 26 november 2019, IEF 18857; (Taylor Wessing tegen Griffier) In een brief aan de griffie verzocht Taylor Wessing de Rechtbank Den Haag om informatie over het beleid inzake het verstrekken van informatie over lopende procedures aan derden en werd de vraag gesteld of tussen twee partijen een procedure aanhangig was. De griffier geeft antwoord.

Het IE-pleidooirooster wordt vanaf 1 april 2016 niet meer gepubliceerd op de website van de rechtspraak. Reden hiervoor is onder andere de hoge werkdruk van Team Handel, sectie Intellectueel Eigendomsrecht. Daarnaast biedt de wet geen ruimte voor het verstrekken van de verzochte gegevens. Artikel 29 Rv ziet alleen op het verstrekken van afschriften van vonnissen en beschikkingen en niet op het verstrekken van overzichten van procedures waarbij een bepaalde partij betrokken is. Tegen deze beslissing is een verzetschrift ingediend. Nog voordat er een zitting plaatsvindt, verstrekt de griffier alsnog de gevraagde informatie.
In het verzetschrift is het volgende gesteld. Voor het juist adviseren van cliënten in octrooiprocedures, is het van belang om te beschikken over informatie omtrent lopende zaken. Het (digitaal) verkrijgen van informatie is momenteel beperkt mogelijk. De griffier zou op grond van artikel 838 Rv de verzochte opgave moeten verstrekken. Omdat de griffier de informatie al heeft verstrekt, voert zij aan dat er geen belang meer is bij de beoordeling van het verzoekschrift. Verzoekster stelt echter dat er een principieel belang is bij een gemotiveerde uitspraak, dat ook haar eigen belang overstijgt, nu geen duidelijk beleid bestaat bij alle rechterlijke instanties. Het verzoek wordt afgewezen.

4.1 Op 14 oktober 2019 heeft de griffier alsnog de door verzoekster verzochte informatie verstrekt. Dit betekent dat, zoals de griffier aanvoert, verzoekster in beginsel geen belang heeft bij een beoordeling van het verzetschrift tegen het besluit van de griffer. Verzoekster stelt zich echter op het standpunt een principieel belang bij een gemotiveerde uitspraak te hebben, dat ook haar eigen belang overstijgt, nu geen eenstemmig beleid bestaat dat door alle rechterlijke instanties in Nederland wordt gevolgd en zij wil voorkomen dat zij (en derden) steeds opnieuw de discussie met deze rechtbank en/of een andere rechterlijke instantie moet aangaan (en zo nodig een verzetschriftprocedure aanhangig dient te maken) om de door haar verlangde informatie te verkrijgen. Daarbij wijst zij erop dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 27 september 2012 heeft geoordeeld dat de registers van de gerechten niet als openbare registers kunnen worden aangemerkt. Zonder een andersluidende beslissing op dit onderdeel zou een eventuele beleidswijziging op gespannen voet staan met de enige uitspraak over dit onderwerp, aldus verzoekster. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de onderhavige procedure zich niet voor een beoordeling van het door verzoekster gestelde belang. Het verzoek van verzoekster zal derhalve worden afgewezen.