IEF 19789

Voldoende spoedeisend belang aanwezig

Vzr. Rechtbank Den Haag 17 februari 2021, IEF 19789; ECLI:NL:RBDHA:2021:1280 (All4Trade tegen Big Trade) All4Trade importeert en verhandelt levensmiddelen en is in Europa exclusief distributeur van rijstproducten afkomstig van de onderneming Al Shalan uit Saudi-Arabië. Al Shalan verhandelt haar rijstproducten wereldwijd en is eigenaar van de Al Shalan-merken. Big Trade drijft een eenmanszaak en verhandelt rijstproducten waarop zonder toestemming van Al Shalan de Al Shalan-merken zijn aangebracht. Big Trade betwist de inbreuk op de merkrechten van Al Shalan in de zin van artikel 9 lid 2 sub (a) en/of sub (b) UMVo2 en artikel 2.20 lid 2 sub (a) en/of sub (b) BVIE niet, maar voert verweer ten aanzien van het spoedeisend belang en de proceskosten. Er is sprake van voldoende spoedeisend belang. Voor All4Trade was er geen enkele zekerheid met betrekking tot de door Big Trade toegezegde staking van het inbreukmakend handelen.

4.13.
Doordat Big Trade, na het gesprek dat hij met All4Trade heeft gehad naar aanleiding van de sommatie van 18 september 2021, niets meer van zich heeft laten horen en vervolgens eerst verstek heeft laten gaan, heeft All4Trade dit kort geding tot en met de pleitnota moeten voorbereiden vanuit de aanname dat er inhoudelijk verweer gevoerd zou kunnen gaan worden. De door haar gemaakte kosten zijn dus grotendeels gemaakt zonder te weten dat Big Trade alleen het spoedeisend belang en de proceskosten zou betwisten. Door het verstek pas tijdens de eerste video-zitting te zuiveren, heeft All4Trade bovendien meer kosten moeten maken, onder meer door niet één maar twee zittingen voor te bereiden en bij te wonen. De door de advocaat van All4Trade aan deze zaak bestede tijd komt in dat licht bezien niet onredelijk of onevenredig voor.

4.14.
Anders dan in de jurisprudentie waarop Big Trade wijst (met name foto-auteursrecht zaken) zijn de door All4Trade gemaakte kosten ook niet disproportioneel ten opzichte van het met de zaak gemoeide belang. Uit de overgelegde vervoersdocumenten blijkt dat Big Trade op 14 juni 2020 1150 zakken inbreukmakende rijst heeft geïmporteerd. 100 Zakken heeft hij voor een prijs van in totaal € 2.990,00 verkocht aan [de VOF] . Het betreft dus niet een inbreuk met slechts een heel klein financieel belang.

4.15.
Big Trade beroept zich verder nog op matiging van de proceskosten en stelt daartoe onder meer dat hij een kleine eenmanszaak heeft die pas in 2018 is opgericht. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding voor matiging van de proceskosten. De opstelling van Big Trade in en voorafgaand aan deze procedure heeft ertoe geleid dat de proceskosten aan de zijde van All4Trade inmiddels zijn opgelopen tot bijna het maximumtarief voor eenvoudige kort geding zaken. Big Trade had in een veel eerder stadium de kosten kunnen beperken door het ondertekenen van een met boete versterkte onthoudingsverklaring en opgave van in- en verkoopgegevens. Voor zover Big Trade bedoeld heeft te stellen dat hij door het betalen van de proceskosten onevenredig financieel wordt geraakt, gaat de voorzieningenrechter daar aan voorbij. Uit de stukken blijkt dat Big Trade wel voldoende middelen had om een grote partij rijst in te kopen en in te voeren. Daarnaast heeft Big Trade onnodig geld uitgegeven door het aanvragen – uit boosheid – van een overeenstemmend Uniemerk.