IEF 18164

Verzoek gedeeltelijk toegewezen, "AMSTERDAM UNIVERSITY" niet beschrijvend voor merchandise

Beschikking Hof Den Haag 18 december 2018, IEF 18164 (UvA tegen BBIE) Merkenrecht. UvA heeft een Benelux-depot verricht van het woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY. Het BBIE heeft de UvA medegedeeld de inschrijving te weigeren omdat het teken beschrijvend is en onderscheidend vermogen mist. Het woordmerk is beschrijvend voor leermiddelen en onderwijsmaterialen, maar niet voor merchandise. Aanhalen HvJ EU Neuschwanstein terecht. Niet valt in te zien waarom de geldigheid van het teken AMSTERDAM UNIVERSITY voor diverse waren en diensten die als souvenir worden aangeboden, afhankelijk zou zijn van de geldigheid van dat teken voor de door UvA aangeboden onderwijsdiensten. Verzoek gedeeltelijk toegewezen.

19. Daarenboven miskent het Bureau dat de hiervoor weergegeven overwegingen van het HvJ EU, waarop UvA zich heeft beroepen, uitgaan van het gebruik van de aanduiding 'Neuschwanstein' als naam voor het kasteel, zoals nadrukkelijk is overwogen in nr. 45 van het arrest. Ook daarom valt niet in te zien waarom deze overweging (die dus niet ziet op de vraag of 'Neuschwanstein' moest worden gezien als een geografische aanduiding) niet gelijkelijk van toepassing zou kunnen worden geacht op souvenirs waarop het teken AMSTERDAM UNIVERSITY is aangebracht. Dat de overwegingen waarop UvA zich beroept overwegingen ten overvloede zouden zijn (hetgeen het hof overigens niet inziet) maakt dat niet anders.

20. Het standpunt van het Bureau ten slotte dat de premisse in Neuschwanstein een heel andere was - namelijk het teken Neuschwanstein werd wél als een geldig merk gezien voor de diensten die in en rond het kasteel werden verleend (zoals het verzorgen van rondleidingen), terwijl in het onderhavige geval het teken AMSTERDAM UNIVERSITY geen geldig merk is voor onderwijsdiensten (wegens het beschrijvend karakter ervan) - kan evenmin tot een ander oordeel leiden. Niet valt in te zien immers waarom de geldigheid van het teken AMSTERDAM UNIVERSITY voor diverse waren en diensten die als souvenir worden aangeboden, afhankelijk zou zijn van de geldigheid van dat teken voor de door UvA aangeboden onderwijsdiensten. Uit het Neuschwanstein-arrest kan dat geenszins worden afgeleid.

21 . Toepassing van de overwegingen uit het Neuschwanstein-arrest op onderhavige zaak leidt tot de conclusie dat het hiervoor in punt 17 weergegeven standpunt van het Bureau moet worden verworpen. Het enkele feit dat de waren of diensten door het in aanmerking komend publiek als merchandising of souvenirs worden beschouwd doordat het teken AMSTERDAM UNIVERSITY erop wordt aangebracht of daaraan wordt verbonden, vormt op zich geen wezenlijk kenmerk dat die waren of diensten beschrijft.