IEF 19779

Reactie op consultatie voor het initiatief wetsvoorstel Dwanglicenties

Rogier de Vrey plaatst enkele kanttekeningen bij het voorstel van de Tweede Kamerleden Ellemeet en Ploumen om de regels in de Rijksoctrooiwet 1995 inzake dwanglicenties te wijzigen zodat farmaceutische producten sneller en makkelijker op de markt komen.

'Zoals gezegd juich ik de ambitie toe om toegankelijkheid van farmaceutische producten in noodsituaties te waarborgen. Het probleem is echter dat gezien het bovenstaande het voorstel daar geen oplossing voor biedt. Het voorstel verandert ook niets (wezenlijks) aan de reeds bestaande dwanglicentie regeling.

De meerwaarde en de praktische uitvoerbaarheid van het voorstel wordt betwijfeld. Het is niet waarschijnlijk dat door het verlenen van een dwanglicentie de productie van farmaceutische producten zal worden versneld dan wel makkelijker wordt gemaakt. Naast het octrooirecht is ook andere wet- en regelgeving van toepassing op de productie van farmaceutische producten. Deze zullen ook moeten worden opgevolgd. Daarbij is het echte knelpunt de (bij Covid-19 extreem) hoge vraag tegenover beperkte productiecapaciteit.

Het verlenen van een dwanglicentie door de overheid moet worden gezien als een ultimum remedium. Naar mijn mening zijn er genoeg andere maatregelen te nemen om de productie van farmaceutische producten in noodsituaties te versnellen zoals vrijwillige samenwerking tussen fabrikanten van farmaceutische producten, iets wat in deze Covid-19 crisis gelukkig al gebeurt.

Tot slot wordt benadrukt dat met het niet toepassen van de Europese regels betreffende data-exclusiviteit en marktexclusiviteit, Nederland het recht van de Europese Unie zou schenden met alle gevolgen van dien.'

Lees hier de gehele reactie van Rogier de Vrey.