DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 20 januari 2026
IEF 23226

Raad voor Cultuur waarschuwt voor structurele druk op artistieke vrijheid

Het onderstaande betreft een beknopte weergave van het advies van de Raad voor Cultuur, Maken (z)onder druk. Artistieke vrijheid als democratisch fundament (Den Haag: Raad voor Cultuur, 2026).

Artistieke vrijheid als democratisch fundament onder druk

In het advies Maken (z)onder druk concludeert de Raad voor Cultuur dat de artistieke vrijheid in Nederland in toenemende mate onder druk staat en dat sprake is van een structureel patroon, niet slechts van losse incidenten. Kunstenaars en culturele instellingen worden steeds vaker geconfronteerd met maatschappelijke weerstand, intimidatie en pogingen om kunstuitingen te verhinderen of te beïnvloeden. Volgens de raad raakt deze ontwikkeling aan een wezenlijke functie van kunst binnen de democratische rechtsstaat. Kunst vormt, naast onder meer journalistiek, wetenschap en rechtspraak, een onderdeel van het zogeheten democratisch middenveld: een vrije publieke ruimte waarin uiteenlopende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan en kunnen schuren. Wanneer die ruimte onder druk komt te staan, bestaat het risico van zelfcensuur en verschraling van het maatschappelijke debat.

Verticale en horizontale druk: overheid en samenleving

De raad analyseert de druk op artistieke vrijheid langs een verticale en een horizontale as. De verticale as ziet op de verhouding tussen kunst en overheid. Artistieke vrijheid is in Nederland juridisch beschermd via artikel 7 Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen, maar de raad signaleert dat politici en bestuurders zich in toenemende mate inhoudelijk uitlaten over kunstuitingen of subsidierelaties ter discussie stellen. Dat kan op gespannen voet staan met het Thorbecke-adagium, dat voorschrijft dat de overheid geen inhoudelijk oordeel velt over kunst. De meeste druk manifesteert zich echter op de horizontale as: de relatie tussen kunst en samenleving. Kunstenaars en presentatie-instellingen krijgen te maken met protesten, online campagnes, intimidatie en bedreigingen, vaak rond maatschappelijk beladen thema’s zoals identiteit, religie en geopolitiek. Deze maatschappelijke druk, veelal niet strafbaar maar wel effectief, leidt volgens de raad in de praktijk tot terughoudendheid en zelfcensuur, met name in het onderwijs en bij instellingen met een publieke functie

Noodzaak van actieve ‘dijkbewaking’

De Raad voor Cultuur benadrukt dat juridische bescherming alleen onvoldoende is om artistieke vrijheid te waarborgen en pleit voor actieve ‘dijkbewaking’. Politiek en overheid moeten het publieke belang van kunst expliciet verdedigen en het Thorbecke-adagium wettelijk verankeren, bijvoorbeeld in de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Daarnaast adviseert de raad terughoudendheid bij het stellen van aanvullende subsidie-eisen, versterking van de bescherming tegen maatschappelijke druk en een steviger inzet op kunstonderwijs in relatie tot burgerschapsvorming. Ook de culturele sector, het onderwijs en het publiek dragen verantwoordelijkheid voor het behoud van een vrije publieke ruimte voor kunst. Volgens de raad kan kunst haar democratische functie alleen vervullen wanneer makers en instellingen zonder druk of vrees voor repercussies kunnen werken en presenteren.