IEF 19016

Prejudiciële vragen over hergebruik inhoud databank

Regionale rechter Riga 14 oktober 2019, IEF 19016, IT 3034, IEFbe 3039; C-762/19 (CV-Online Latvia) Verzoek om een prejudiciële beslissing. De regionale rechter in Riga onderzocht in een civiel geding de door SIA 'CV-Online Latvia' tegen SIA 'Melons' ingestelde vordering tot oplegging van een verbod om in een internetpagina links op te nemen die bij aanklikken toegang geven tot een databank. In de zaak Innoweb (C-202/12) oordeelde het Hof dat in het geval van een onderneming die een 'dedicated' metazoekmachine online op internet plaatst, sprake is van hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud van een beschermde databank, zie ook [IT 1506].

Verweerster Melons geeft aan dat de door haar beheerde internetpagina, www.kurdarbs.lv, geen databank-zoekopdrachten „realtime” vertaalt en dat deze voorzien is van haar eigen metazoekmachine. De verwijzende rechter twijfelt of de eerdere conclusies inzake de opvraging of het hergebruik van de inhoud van een databank door middel van andere vormen van transmissie relevant zijn wat betreft hyperlinks. Verder rijst ook de vraag of de in de metatags opgenomen informatie die in de zoekmachine van verweerster wordt getoond een opvraging vormt van de gehele inhoud van een databank of van een substantieel deel daarvan op een andere drager, ongeacht in welke vorm, in de zin van richtlijn 96/9/EG.

Prejudiciële vragen:

Dient de activiteit van de verwerende partij, die erin bestaat de eindgebruiker middels een hyperlink door te geleiden naar de internetpagina van de verzoekende partij, waarop een databank met vacatures kan worden bevraagd, aldus te worden uitgelegd dat die valt onder de definitie van „hergebruik” van artikel 7, lid 2, onder b), van de richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken1 , meer in het bijzonder onder het hergebruik van de databank middels een andere vorm van transmissie?

Dient de in de metatags opgenomen informatie die in de zoekmachine van de verwerende partij wordt getoond aldus te worden uitgelegd dat die valt onder de definitie van „opvraging” van artikel 7, lid 2, onder a), van de richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, meer in het bijzonder onder het permanent of tijdelijk overbrengen van de inhoud van een databank of een substantieel deel ervan op een andere drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm?