IEF 16824

Poo Pourri had rechtmatig belang bij inzage ex 843a Rv vanwege aannemelijke onrechtmatige daad

Hof Amsterdam 11 april 2017, IEF ; ECLI:NL:GHAMS:2017:1282 (Reckitt tegen Poo Pourri) Kort geding. Art. 843a. Bewijsbeslag. Toiletspray. Poo Pourri ontwikkelt vanaf 2006 een spray die zij onder de naam Poo Pourri op de markt brengt. Zij hanteert voor de vermarkting deze productnaam, consequent gebruik van het woord Poo voor fecaliën, juxtapositie, rijm, branding en een stink-free garantie. Reckitt gebruikt in haar marketing het woord V.I.Poo, juxtapositie, rijm, branding en een geurvrij-garantie. Zij heeft ook een reclamevideo uitgebracht, met een prinses op een toilet. De look-and-feel van deze producten en de bijbehorende campagne wijkt af van die van andere producten van Reckitt. De rechtsbetrekking ex 843a Rv is die uit onrechtmatige daad. Gelet op de aannemelijke onrechtmatige daad had Poo Pourri het vereiste rechtmatig belang bij de inzage, nu die stukken bij uitstek geschikt waren om nader vast te stellen wat er precies was voorgevallen. De voorzieningenrechter heeft dus terecht de inzagevordering toegewezen.

3.6. Gelet op de aannemelijke onrechtmatige daad had Poo Pourri het vereiste rechtmatig belang bij de inzage, nu die stukken bij uitstek geschikt waren om nader vast te stellen wat er precies was voorgevallen. Dat dat bewijs mogelijk, ook, door middel van getuigen geleverd had kunnen worden doet daaraan niet af. De huidige interpretatie van art. 843a Rv lid 4 brengt in dit geval, anders dan Reckitt veronderstelt, niet mee dat vast moet staan dat alle andere bewijsmogelijkheden zijn uitgeput en/of ontbreken. De afweging die hier gemaakt is, vond niet louter in het kader van handhaving van IE-rechten plaats, maar met name in het kader van de gestelde onrechtmatige daad. Waar, zoals hier, aan Poo Pourri niet bekend is wie precies gehoord moeten worden terwijl de stukken in kwestie bij uitstek geschikt zijn om duidelijkheid te verschaffen staat bedoeld artikellid niet aan een inzagevordering ter zake van de reeds in beslag genomen stukken in de weg. De nadelige gevolgen voor Reckitt waren immers zeer beperkt nu de stukken reeds in bewijsbeslag genomen waren en aan haar gerechtvaardigde belangen om geen bedrijfsvertrouwelijke informatie aan haar concurrent te tonen adequaat is tegemoet gekomen door middel van het zwart maken.