IEF 19933

Opslag- en bewaarnemingskosten portretschilderijen

Rechtbank Amsterdam 14 april 2021, IEF 19933; C/13/683552 / HA ZA 20-479 (ARRS tegen gedaagde) Geschil over de nakoming van een bewaar- en onderhoudsovereenkomst van een drietal portretschilderijen. ARRS vordert betaling van twee facturen die aan gedaagde zijn verstuurd. Gedaagde betwist dat hij opslagkosten is verschuldigd en voert aan dat met het afronden van de onderzoeks- en restauratiewerkzaamheden in 2008 ook een einde kwam aan de overeenkomst. Daardoor ontbreekt de juridische grondslag voor het in rekening brengen van opslagkosten. De rechtbank is het met gedaagde eens dat de overeenkomst niet als grondslag kan dienen. Wel oordeelt de rechtbank dat er sprake was van een bewaarnemingsovereenkomst (7:601 BW), nu de drie portretschilderijen elf jaar bij ARRS in bewaring zijn geweest. De rechtbank Amsterdam heeft gedaagde veroordeeld tot betaling van de bewaarnemingskosten.

4.12. De opslag betrof een geconditioneerde ruimte waarbij de objecten bovendien verzekerd waren. Bij een dergelijke opslag van in potentie waardevolle kunstobjecten mocht gedaagde er niet van uit gaan dat dit kosteloos zou zijn. Dat ARRS bemiddelde bij verkoop van de portretten en dat zij daarmee een eigen belang had bij opslag in eigen beheer, zoals gedaagde heeft aangevoerd, ontslaat gedaagde niet van zijn verplichting tot betaling van bewaarloon. Een vastlegging van een bemiddelingsafspraak met ARRS ontbreekt in het dossier, maar ook los daarvan brengt bemiddeling op zich zelf niet mee dat ARRS geen recht heeft op bewaarloon. Ook het feit dat gedaagde met een van de vennoten van ARRS een succes fee is overeengekomen bij eventuele verkoop maakt niet dat zonder verkoop geen bewaarloon is verschuldigd.