IEF 19523

Onrechtmatige uitlatingen over thuiszorginstelling

Rechtbank Noord-Holland 4 oktober 2017, IEF 19523, IT 3286; ECLI:NL:RBNHO:2017:11722 (Ambachtzorg tegen gedaagden) Onrechtmatige uitlatingen. Ambachtzorg, een kleine thuiszorginstelling, had bij de voorzieningenrechter een kort geding aanhangig gemaakt tegen gedaagden omdat gedaagden stelselmatig en publiekelijk onjuiste, negatieve, smadelijke en lasterlijke informatie zouden hebben gepubliceerd over Ambachtzorg. Omdat de uitlatingen dateerden vlak na het overlijden van de vader van gedaagden, werden de uitingen niet als onrechtmatig beschouwd. Na het vonnis van de voorzieningenrechter hebben gedaagden wederom meerdere uitlatingen gedaan over Ambachtzorg. Daarin suggereerden gedaagden onder meer dat Ambachtzorg een streng verpleegregime heeft tegen de wil van de vader en zich schuldig zou maken aan dwangverpleging en ouderenmishandeling. Geoordeeld wordt dat gedaagden zich meermalen op onrechtmatige wijze hebben uitgelaten over Ambachtzorg. Het is voldoende aannemelijk geworden dat gedaagden hiermee de eer en goede naam van Ambachtzorg hebben aangetast. Gedaagden moeten de onrechtmatige uitlatingen op internet over Ambachtzorg staken, op straffe van een dwangsom.

5.10. Op 18 mei en 1 juni 2016 heeft [gedaagde 1] op haar openbare facebookpagina verwezen naar eerdere uitlatingen met betrekking tot een artikel over crowdfunding van Ambachtzorg. Onder verwijzing naar www.crowdaboutnow.nl/Ambachtzorg heeft [gedaagde 1] hierop gereageerd met:

“Wordt er door ZorgKaartNederland ook gecontroleerd of het investeerders zijn die een reactie plaatsen?... Of dat de gegevens kloppen met de KvK inschrijving.”

Op 2 juni 2016 heeft [gedaagde 2] hieraan toegevoegd:

“Er zijn thuiszorg organisaties die zogenaamd goede zorg verlenen, maar vooral gericht zijn op het eigen commerciële belang. Het belang van de patiënten is daaraan ondergeschikt. Er moet handhaving komen die deze inferieure organisaties elimineert. Er is immers veel leed berokkend. Dit moet stoppen.”

De rechtbank acht laatstgenoemde uitlating van [gedaagde 2] onrechtmatig jegens Ambachtzorg. De ernstige beschuldiging dat het belang van haar patiënten ondergeschikt zou zijn aan het eigen commerciële belang van Ambachtzorg is ongefundeerd. Dat (door Ambachtzorg) veel leed zou zijn berokkend eveneens. Ook het bestempelen van Ambachtzorg als inferieure organisatie betreft een ernstige, grievende en ongefundeerde beschuldigding.

5.11. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat [gedaagden] zich na het vonnis van de voorzieningenrechter te Rotterdam d.d. 16 oktober 2015 meermalen op onrechtmatige wijze hebben uitgelaten over Ambachtzorg. Voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagden] hiermee de eer en goede naam van Ambachtzorg hebben aangetast. De ernst van de beschuldigingen aan het adres van Ambachtzorg en de mogelijke gevolgen daarvan voor Ambachtzorg brengen, gegeven het feit dat voor de beschuldigingen geen bewijs is aangedragen, mee dat het belang van Ambachtzorg om verder gevrijwaard te blijven van de aantijgingen zwaarder moet wegen dan het recht van [gedaagden] op vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat het door Ambachtzorg onder I gevorderde toewijsbaar is.