IEF 20176

Onderwijsinspectie mag rapport publiceren

Vzr. Rechtbank Den Haag 7 september 2021, IEF 20176; ECLI:NL:RBDHA:2021:9833 (De Gomarus tegen de Inspectie) De Gomarus is een reformatorische scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs. Naar aanleiding van een stuk dat in NRC is verschenen heeft de onderwijsinspectie een onderzoek gestart. Het stuk betrof de wijze waarop omgegaan wordt met homoseksualiteit op de Gomarus. In het definitieve rapport staat in de conclusie onder meer vermeld dat er tekortkomingen zijn in de zorglast die scholen dragen voor de psychische, fysieke en sociale veiligheid van alle leerlingen. De Gomarus vordert, onder andere, de inspectie te verbieden om over te gaan tot openbaarmaking van dit rapport. Dit zou een onjuist beeld van de situatie geven en daardoor onrechtmatig zijn jegens de scholengemeenschap. De voorzieningenrechter oordeelt dat de passages over sociale veiligheid en beleid aanvaardbaar zijn en ziet ook geen redenen om te twijfelen aan de conclusies die zijn getrokken in het rapport. De vorderingen worden afgewezen en de inspectie mag het rapport onverkort publiceren.

4.12. De Inspectie heeft de conclusie dat de gebeurtenissen uit 2016 niet op zichzelf staan onder andere gebaseerd op aanwijzingen die uit de gevoerde interviews volgen. Uit deze interviews volgt blijkens het rapport: dat niet alle leerlingen zich veilig voelen op school, dat docenten zich soms handelingsverlegen voelen (voorzieningenrechter: dat wil zeggen, zich niet in staat voelen de juiste ondersteuning te bieden), dat geïnterviewde leerlingen met vragen over geaardheid niet in gesprek durven of durfden te gaan met mentoren of anderen binnen de school, dat er is gesproken over een omgangscultuur waarbij docenten zich niet vrij voelen doordat uitspraken anoniem worden gemeld bij de directie. Vanwege de vertrouwelijkheid van deze interviews maken de verslagen van deze interviews geen deel uit van het rapport en heeft ook de Gomarus daar geen kennis van kunnen nemen. Hoewel begrijpelijk is dat de Gomarus daar moeite mee heeft, betekent dit niet dat de conclusies van de Inspectie niet mede op deze interviews gebaseerd konden worden. De vertrouwelijkheid van de gespreksverslagen is het gevolg van de aard van de werkzaamheden van de Inspectie, zeker daar waar het onderzoek een (op de Gomarus uiterst) gevoelig onderwerp betreft. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding eraan te twijfelen dat de Inspectie aan deze interviews de juiste conclusies heeft verbonden, te minder omdat de Inspectie in het rapport ook de positieve terugkoppeling uit deze interviews heeft weergegeven.