IEF 18695

Offline streaming copies zijn thuiskopieën in zin van art. 16c Aw

Rechtbank Den Haag 18 september 2019, IEF18695, IEFbe 2869; ECLI:NL:RBDHA:2019:9876 (HP cs tegen Sont cs) HP en Dell zijn producenten van ICT-apparatuur. SONT is bij wet belast met het vaststellen van de hoogte van de thuiskopievergoeding. In SONT zijn (organisaties van) rechthebbenden respectievelijk betalingsplichtigen vertegenwoordigd.
Geoordeeld wordt dat offline streaming copies, kopieën gemaakt met als bron een legale streaming dienst, thuiskopieën zijn in de zin van art. 16c Aw. Voor die kopieën is een billijke vergoeding verschuldigd. Dat er daarmee twee keer zou worden betaald (licentievergoeding en thuiskopievergoeding) staat daaraan niet in de weg. Een eventueel verleende toestemming voor het maken van de kopie heeft geen impact, nu het maken van een privékopie niet aan toestemming onderhavig is. 

Privékopieën die worden opgeslagen in de Cloud (zgn. cloudkopieën) zijn thuiskopieën waarvoor een billijke vergoeding verschuldigd is. Die vergoeding mag worden geïncasseerd via een heffing op voorwerpen die worden gebruikt om cloudopslagruimte te benaderen, nu deze apparaten onderdeel zijn van een keten van apparaten die in gezamenlijkheid (ieder apparaat niet autonoom) worden gebruikt voor het maken van de privékopie.

Deze oordelen volgen volgens de rechtbank uit de bestaande jurisprudentie van het Hof van Justitie (Actes Eclairés), zodat het stellen van prejudiciële vragen niet nodig is.

5.6. Nu de offline streaming copies feitelijk reproducties zijn die worden gemaakt voor privé gebruik, zijn het thuiskopieën in de zin van artikel 1 6c AW. Dat de gebruiksmogelijkheden van deze privé kopieën zijn beperkt, maakt dat niet anders. Artikel
16e Aw stelt aan de gebruiksmogelijkheden immers geen andere eisen dan dat het moet gaan om gebruik zonder commercieel oogmerk en uitsluitend tot eigen oefening, studie of gebruik. Derhalve is in het SONY-Besluit 201$ met juistheid aangenomen dat het maken van offline streaming copies een binnen de reikwijdte van artikel 16e lid 1 Aw vallende  vorm van thuiskopiëren is, waarvoor de rechthebbende op grond van het tweede lid recht heeft op een billijke vergoeding.

5.14. De slotsom luidt dat het bezwaar van HP cs aangaande het in dethuiskopievergoeding verdisconteren van de offline streaming copies niet opgaat. De door HP cs aangedragen argumenten leiden ook niet tot de conclusie dat offline streatning copies in de thuiskopievergoeding op een met artikel 5 ArI strijdige wijze zijn verdisconteerd in de thuiskopievergoeding in het SONY-besluit 2018.

5.15. De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals HP cs voorstellen. prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU, hoewel het door HP cs geformuleerde bezwaar over het in de Nederlandse thuiskopievergoeding verdisconteren van offiine streaming copies en de vraag of dit leidt tot een onder de Ari ontoelaatbare overcompensatie van de rechthebbenden, niet precies zo zijn voorgelegd aan het HvJEU. De voor de door HP es opgeworpen bezwaren relevante rechtsvraag is al beantwoord in het Copydan-arrest (zie 5.5), al was het onderliggende feitencomplex afwijkend.