IEF 19079

Innova pleegt deels onrechtmatige concurrentie jegens VATfree

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 maart 2020, IEF 19079, IT 3068; ECLI:NL:RBAMS:2020:1467 (VATfree tegen Innova) VATfree biedt aan inwoners van buiten de EU een dienst aan die inhoudt dat zij de btw-teruggave regelt indien die personen in Nederland privé-aankopen hebben gedaan en die aankopen vervolgens meenemen naar een land buiten de EU. VATfree levert daarnaast diensten aan Nederlandse winkeliers, gericht op het faciliteren van btw-teruggave aan bovengenoemde particulieren. Innova biedt op de Nederlandse markt dezelfde dienst aan als VATfree. Innova heeft op enig moment een aantal e-mails gestuurd naar klanten van VATfree, waarin zij zich negatief uitlaat over VATfree. Laatstgenoemde stelt dat de manier waarop dit gebeurd is onrechtmatig is en vordert schadevergoeding en rectificatie van de e-mails van Innova.

Er wordt geoordeeld dat de meeste handelingen van Innova binnen de grenzen van toegestane concurrentie vallen. Wat echter niet is toegestaan is dat Innova haar voordeel doet met de formulieren waarop persoonsgegevens staan van klanten, die zijn bestemd voor VATfree en die per ongeluk in de brievenbussen van Innova worden gedeponeerd. Wat evenmin is toegestaan is dat Innova VATfree in een negatief daglicht stelt, zoals Innova heeft gedaan in haar e-mails. De vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen. De vordering tot rectificatie wordt echter niet nodig geacht.

4.4. Wat echter niet is toegestaan is dat Innova haar voordeel doet met de formulieren waarop persoonsgegevens staan van klanten, die zijn bestemd voor VATfree en die per ongeluk in de brievenbussen van Innova worden gedeponeerd. Wat evenmin is toegestaan is dat Innova VATfree in een negatief daglicht stelt, zoals Innova heeft gedaan in de laatste twee e-mails van 5 mei 2019 en 23 oktober 2019 (zie onder 2.3). Het is Innova wèl toegestaan de desbetreffende winkeliers te benaderen indien de namen van die winkeliers (ook) te vinden zijn op de website van VATfree of uit een andere openbare bron zijn af te leiden, mits Innova VATfree hierbij niet in een negatief daglicht stelt. Informatie die aantoonbaar juist is, bijvoorbeeld dat VATfree niet op Schiphol aanwezig is en dat VATfree een rechtszaak hierover tegen Schiphol heeft verloren, mag Innova hierbij wèl melden. Ten aanzien van de mededelingen van Innova dat klanten van VATFree hun btw vaak niet terugkrijgen of pas (te) laat, geldt dat in dit kort geding, dat zich niet leent voor een nader onderzoek naar de feiten, niet kan worden vastgesteld of die mededelingen juist zijn. Partijen hebben hun standpunten hierover niet met stukken onderbouwd, dus dit blijft onduidelijk. Het standpunt van Innova dat zij alleen maar een feitelijk juiste en op waarheid berustende vergelijking heeft getrokken kan dan ook niet worden aangenomen.

4.6. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot toewijzing van vordering I van VATfree op de in het dictum opgenomen wijze. Een verbod “deze” partijen te benaderen (onderdeel van vordering I) is te algemeen om te kunnen worden toegewezen. Dit zou tot executiegeschillen kunnen leiden. Vordering II is toewijsbaar. Ook vordering III is toewijsbaar, waarbij geldt dat zolang de onduidelijkheid over juistheid van de negatieve vergelijking tussen VATfree en Innova blijft bestaan, het belang van VATFree dat Innova zich van dergelijke uitlatingen onthoudt zwaarder weegt dan het belang van Innova om daar voorlopig mee door te gaan. Dit betekent dat uitlatingen met de strekking zoals opgenomen in de e-mails van 5 mei 2019 en 23 oktober 2019 (zie onder 2.3) niet zijn toegestaan. Vordering IV zal worden afgewezen. VATfree heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Innova de desbetreffende 47 winkeliers heeft benaderd. Aan degenen die wel benaderd zijn (zie de e-mails genoemd onder 2.3) kan VATfree dit vonnis tonen. Daarmee kan zij waar gewenst de inhoud van de e-mail recht zetten. Een rectificatie is dus niet nodig. De dwangsommen zullen worden gemaximeerd als na te melden. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zal Innova worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.