IEF 19399

Incidentele inzagevordering Biomet is 'hengeltochtje'

Rechtbank Rotterdam 2 september 2020, IEF 19399; LS&R 1855; C/10/581437 / HA ZA 19-817 (Heraeus tegen Biomet) Bedrijfsgeheimen. Vonnis in incident. Heraeus en Biomet c.s. houden zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van botcement. Heraeus brengt het botcement onder de merknaam Palacos op de markt. Biomet c.s. hebben een botcement op de markt gebracht met eigenschappen die (nagenoeg) gelijk waren aan de eigenschappen van het Palacos botcement. Dit leidt tot een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen. Biomet c.s. vorderen in incident Heraeus te veroordelen inzage in en afgifte van een zeer groot aantal bescheiden van diverse aard te verstrekken. Deze vordering is te beschouwen als een 'hengeltochtje', aangezien de gevorderde inzage geen betrekking heeft op ‘bepaalde’ bescheiden. Hierdoor hebben Biomet c.s. geen rechtmatig belang bij de gevorderde inzage. De incidentele vordering van Biomet c.s. wordt afgewezen.

5.8. Zoals Heraeus heeft aangevoerd, is de vordering tot inzage in alle hiervoor genoemde bescheiden te beschouwen als een hengeltochtje. Het gaat om een zeer groot aantal bescheiden van zeer diverse aard. Biornet c.s. verlangen niet alleen inzage in stukken die betrekking hebben op andere partijen met wie Heraeus heeft samengewerkt, maar ook op stukken die zien op de interne controle en de werknemers van Heraeus. De verlangde bescheiden hebben bovendien (grotendeels) betrekking op een zeer lange periode van bijna vijftigjaar, te weten van 1958 tot en met 2005. Dit leidt tot de conclusie dat de door Biomet c.s. gevorderde inzage geen betrekking heeft op "bepaalde" bescheiden. De verlangde documenten zijn voorts in het algemeen niet concreet omschreven. Ten aanzien van al die bescheiden kan niet gezegd worden dat Biomet c.s. daarbij een rechtmatig belang hebben.

5.22. Uit hetgeen Biomet c.s. naar vorenhebben gebracht volgt dat zij enkel veronderstellen dat Heraeus voorbereidingen heeft getroffen voor een octrooiaanvraag. Dat leidt ertoe dat sprake is van een hengeltochtje. Dat geldt ook voor zover de vordering van Biomet c.s. erop is gebaseerd dat zij willen betwisten dat Heraeus veel tijd en moeite heeft gestoken in haar knowhow. De relevantie van dat verweer valt niet direct in te zien. De in artikel 843a Rv gegeven mogelijkheid tot het verkrijgen van inzage in bescheiden is niet bedoeld om op basis van een bij de wederpartij op te vragen veelheid aan bescheiden te kunnen gaan onderzoeken of een bepaald te voeren of gevoerd verweer mogelijk van enige (nadere) onderbouwing kan worden voorzien. Dat inzage wordt verzocht in een vrij ruim omschreven groot aantal bescheiden (zie ook onder 5.8) waarvan niet direct aannemelijk is dat deze relevant zouden kunnen zijn voor enig te voeren zinvol verweer, rechtvaardigt de conclusie dat geen sprake is van 'bepaalde" bescheiden ten aanzien waarvan Biomet c.s. een rechtmatig belang bij inzage hebben.

5.23. Gelet op al het voorgaande zal de incidentele vordering van Biomet cs, tot inzage in dan wel afschrift van de verlangde bescheiden worden afgewezen.