DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 8 juni 2026
IEF 23606
HvJ EU ||
21 mei 2026
HvJ EU 21 mei 2026, IEF 23606; ECLI:EU:C:2026:426 (Viktor Orbán tegen 24.hu Szerkesztősége), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-europese-mediavrijheidsverordening-niet-van-toepassing-op-publicatie-van-voor-8-november-2024

HvJ EU: Europese mediavrijheidsverordening niet van toepassing op publicatie van vóór 8 november 2024

Hof van Justitie EU 21 mei 2026, IT 5299; ECLI:EU:C:2026:426 (Viktor Orbán tegen 24.hu Szerkesztősége). De zaak speelde naar aanleiding van een op 17 maart 2024 gepubliceerd bericht van het Hongaarse online nieuwsplatform 24.hu. In dat bericht werd een verklaring aangehaald van de CEO van Spar Austria, die stelde dat de Hongaarse premier Viktor Orbán de Spar-groep zou hebben gevraagd een familielid van hem te laten investeren in de Hongaarse dochteronderneming van het concern. Orbán verzocht daarop om rectificatie, stellende dat deze bewering onjuist was. Nadat 24.hu het verzoek niet had ingewilligd maar wel een aanvulling had geplaatst waarin melding werd gemaakt van het rectificatieverzoek, startte Orbán een procedure bij de Hongaarse rechter. De verwijzende rechter vroeg het Hof van Justitie onder meer of artikel 3 van de Europese mediavrijheidsverordening van toepassing is op een dergelijke procedure. Daarbij wees de rechter erop dat de Hongaarse rectificatieregels in de praktijk een zware bewijslast bij media leggen, ook wanneer zij slechts informatie overnemen uit publicaties die onder redactionele verantwoordelijkheid in een andere lidstaat zijn verschenen. Volgens de verwijzende rechter rees de vraag of een dergelijke regeling verenigbaar is met de doelstellingen van de Europese mediavrijheidsverordening en met de vrijheid van meningsuiting en informatie.

Het Hof stelt voorop dat artikel 3 van de verordening een materieelrechtelijke bepaling is. Volgens vaste rechtspraak zijn dergelijke bepalingen in beginsel niet van toepassing op rechtsposities die reeds definitief zijn ontstaan voordat de bepaling toepasselijk werd, tenzij de Uniewetgever uitdrukkelijk anders heeft bepaald. Hoewel de verordening op 8 mei 2024 in werking is getreden, is artikel 3 pas vanaf 8 november 2024 van toepassing. Omdat het bericht op 17 maart 2024 was gepubliceerd, was de relevante rechtspositie volgens het Hof vóór die datum definitief ontstaan. Dat later een gerechtelijke procedure over een rectificatieverzoek werd gevoerd, maakt dit niet anders. Artikel 3 van de Europese mediavrijheidsverordening kan daarom niet met terugwerkende kracht op het geschil worden toegepast. Ook het beroep op artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bood volgens het Hof geen grondslag voor beantwoording van de prejudiciële vragen. Het Handvest is slechts van toepassing wanneer lidstaten Unierecht ten uitvoer brengen. Nu artikel 3 van de verordening ratione temporis niet van toepassing was en de verwijzende rechter geen andere relevante bepaling van Unierecht had aangewezen, viel het geschil buiten de werkingssfeer van het Unierecht. Het Hof beantwoordt daarom uitsluitend de eerste prejudiciële vraag en oordeelt dat artikel 3 van Verordening 2024/1083 niet van toepassing is op een rectificatiegeschil over een bericht dat vóór 8 november 2024 is gepubliceerd. De tweede en derde prejudiciële vragen, die betrekking hadden op de verenigbaarheid van nationale bewijsregels voor media met de mediavrijheid, behoefden daardoor geen beantwoording.

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 3 van verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid)

moet aldus worden uitgelegd dat

het niet van toepassing is op een geding betreffende een verzoek tot rectificatie in de pers krachtens de regeling van een lidstaat met betrekking tot een bericht een vermeend onjuist feit uit een in een andere lidstaat verschenen publicatie is overgenomen, wanneer dit bericht is gepubliceerd vóór de datum waarop artikel 3 overeenkomstig artikel 29 van die verordening van toepassing is geworden.