IEF 19216

Hof vernietigt uitspraak over publicatie historische foto's

Hof Den Haag 19 mei 2020, IEF 19216; 200.239.160/01 (Uitgever tegen Erfgoed Leiden en Omstreken) In 1982 hebben een Rotterdamse uitgever en wijlen fotograaf Roovers een overeenkomst gesloten waarmee de auteursrechten van 35.000 foto's van Roovers zijn overgedragen aan de uitgever. Erfgoed Leiden, een regionaal kennis- en adviescentrum, heeft in haar beeldbank 25 afbeeldingen van Roovers opgenomen. De kantonrechter oordeelde in 2018 dat Erfgoed Leiden hiermee inbreuk maakte op het auteursrecht van de uitgever en wees een vergoeding van € 75,- per foto toe [IEF 17607].
Dit vonnis wordt vernietigd. 11 afbeeldingen zijn anonieme werken die voor 1946 openbaar zijn gemaakt, de beschermingsduur van 70 jaar is inmiddels verstreken. Voor de overige 14 foto’s neemt het hof de auteursrechtenorganisatie Pictoright tot uitgangspunt en stelt het de vergoeding voor het gebruik van 14 foto's gedurende een jaar vast op de Pictoright-vergoeding van € 60,- (€ 50,-- plus 20%). Hierdoor heeft het hof ook rekening gehouden met de niet betwiste stelling van de uitgever dat de Roovers-foto's een hogere waarde hebben dan andere foto's.

Lees meer op ErfgoedLeiden.nl. Op 4 juni organiseert de Universiteit Leiden een gratis online seminar over deze uitspraak

23. Op grond van het in 1972 toegevoegde lid 3 van artikel 38 Aw geldt voor de duur van het auteursrecht de termijn van artikel 37 Aw (van, kort gezegd, 70 jaar na overlijden van de maker) als de maker zijn identiteit voor het verstrijken van de termijn van lid 1 van artikel 38 Aw openbaart. Voor een beroep op lid 3 is nodig dat de openbaarmaking van de identiteit
geschiedt door de maker zelf (vergelijk de memorie van antwoord, Tweede Kamer) ten aanzien van het in het geding zijnde werk op zodanige wijze dat de belanghebbenden kunnen worden geacht daarvan niet onkundig te zijn gebleven (vergelijk de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van 1972). Dat Roovers zich als maker van de onderhavige foto's van
Leiden en Voorschoten heeft geopenbaard is gesteld noch gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat belanghebbenden, waaronder (ook) derden, zoals Erfgoed Leiden, daarvan op de hoogte waren of hadden kunnen zijn. Daaraan kan niet afdoen de stelling van X dat het Stadsarchief Rotterdam van het bestaan van Roovers en van het feit dat hij de maker was van
(een aantal) Rotterdamse foto's voor 2016 op de hoogte was en dat dit wellicht ook geldt voor de andere genoemde (rechts)personen of instellingen. Het beroep van X op lid 3 van artikel 38 Aw faalt derhalve.

24. Het bovenstaande brengt mee dat het beroep op het verval van het auteursrecht ten aanzien van de acht foto's van Leiden .uit 1942 (op negen prentbriefkaarten) en de twee foto's van Voorschoten uit 1943 en grief II slagen.

37. Het bovenstaande leidt er toe dat het hof een bedrag van € 60,-- zal toewijzen en grief IV grotendeels slaagt. Het hof ziet geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over de hoogte van de vergoeding, nog daargelaten of hier voldaan is aan de eisen van artikel 392 Rv, daar de hoogte van de vergoeding in verschillende zaken afhankelijk is van
de (verschillende) omstandigheden van het geval en hetgeen partijen daaromtrent stellen.