IEF 19421

Het marktonderzoek in Lacoste tegen Hema

Op 11 augustus 2020 wees het hof Den Haag een kennelijk spraakmakend arrest waarin Hema een pan-Europees inbreukverbod werd opgelegd ten aanzien van al het Hema-krokodillenondergoed [IEF 19365].
In dit arrest wordt uitdrukkelijk stilgestaan bij en ingegaan op de marktonderzoeken die van beide zijden werden ingebracht. Weliswaar stelt het hof dat resultaten van marktonderzoeken in het algemeen moeten worden gerelativeerd, maar anderzijds ook dat dit er niet aan af doet dat zij als hulpmiddel van belang kunnen zijn. Als marktonderzoeker kan ik niet anders dan het hiermee eens zijn, en ik ben blij met de uitgebreide aandacht die de ingebrachte onderzoeken in het arrest krijgen.
Helaas echter moet ik constateren dat de beoordeling van de uitgevoerde marktonderzoeken en de interpretatie van de uitkomsten daarvan vanuit marktonderzoek-perspectief te wensen over laat. Of en in hoeverre een naar mijn oordeel meer correcte beoordeling van de marktonderzoeken tot een ander oordeel van het hof zou hebben geleid, kan ik niet overzien. Hieronder ga ik in op met name de vraagstellingen die door de partijen in de onderzoeken werden gehanteerd, en ook kort op het begrip ‘marktleiderseffect’.
Lees verder.