IEF 19618

Google niet verplicht om URL's te verwijderen

Rechtbank Noord-Nederland 5 november 2020, IEF 19618, IT 3341; ECLI:NL:RBNNE:2020:3897 (Eiser tegen Google) AVG. Waarschuwingsfunctie zoekresultaten. Eisers in deze zaak vorderen verwijdering van URL's van Google. Deze URL's verwijzen onder andere naar een aflevering van het programma #BOOS van BBNVARA. Eisers werden genoemd in dit programma, omdat huurders klachten hadden tegen de eisers. Eisers vorderen verwijdering van hun persoonsgegevens. De verzoeken worden afgewezen. Niet gebleken is dat de publicaties waarnaar de zoekresultaten verwijzen, vol onjuistheden staan. De berichtgeving waarnaar de zoekresultaten verwijzen, heeft een waarschuwingsfunctie en maakt deel uit van een (lokaal) maatschappelijk debat over onder meer de huursector waarin verzoekers actief zijn geweest. Het belang van waarschuwing aan het publiek weegt in dit geval zwaarder dan het recht op privacy.

7.17.

De rechtbank overweegt voorts dat de berichtgeving door Sikkom, BNNVARA en SBS een waarschuwingsfunctie heeft en deze berichtgeving deel uitmaakt van een (lokaal) maatschappelijk debat over onder meer de huursector en dat [eiser 1] (en voorheen [eiser 2] ) publieke figuren zijn op de Groningse vastgoedmarkt (hetgeen de rechtbank overigens ook ambtshalve bekend is). Naar het oordeel van de rechtbank hebben [eiser 1] en [eiser 2] , tegen de hiervoor omschreven achtergrond, in beginsel, dan ook te dulden dat hun handelen in de media ter discussie moet kunnen worden gesteld. Dat [eiser 1] en [eiser 2] met de verzoeken tot het verwijderen van de URL's uit het zoekresultaat hetzelfde resultaat beogen als zij deden met de procedure in kortgeding en bij de Raad, is door hen onvoldoende gemotiveerd weersproken. Daar komt bij dat door Google onweersproken is aangevoerd dat een dergelijk effect van verwijdering van zoekresultaten en het op die wijze onvindbaar maken van publicaties een disproportioneel effect heeft dat niet gerechtvaardigd is.

7.18.

De berichtgeving over [eiser 1] en [eiser 2] ziet bovendien voornamelijk op het handelen als verhuurder dan wel aanhuurmakelaar. Inbreuk op het recht op eerbiediging van het privéleven is dan ook in mindere mate aan de orde. Dat [eiser 2] thans niet meer op die markt werkzaam is, maakt dat niet anders nu zij mogelijk wel weer in dezelfde markt kan gaan opereren. Daar komt bij dat het de rechtbank ook ambtshalve bekend is dat [eiser 1] dan wel de door hem geëxploiteerde rechtspersonen en Spot IN meerdere malen bij procedures in deze rechtbank zijn betrokken waarbij veelal hun handelen als verhuurder c.q. aanhuurmakelaar ter discussie stond. [eiser 1] en [eiser 2] , dan wel de rechtspersonen die aan hen gelieerd zijn/waren, zijn daarbij ook meerdere malen in het ongelijk gesteld. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van het publiek bij kennisname van de berichtgeving over [eiser 1] en [eiser 2] zwaarder weegt dan het belang dat [eiser 1] en [eiser 2] hebben bij verwijdering van de URL’s. De huidige of toekomstige huurder van [eiser 1] (een in de verhouding tot [eiser 1] als verhuurder over het algemeen zwakkere partij), kan via deze berichtgeving op de hoogte raken van de achtergronden van [eiser 1] en de (politieke) discussies omtrent [eiser 1] , wat relevant kan zijn voor de afweging of men (nog langer) van [eiser 1] wil huren.