IEF 17981

Geen sprake van een privékring in de woonkamer van woonzorgvoorziening

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 19 september 2018, IEF 17981; ECLI:NL:RBMNE:2018:4388 (eiseres tegen SENA/Buma/Stemra) Naburige rechten. Eiseres exploiteert woonzorgvoorzieningen voor ouderen met geheugenverlies op 26 locaties in Nederland. In gemeenschappelijke woonkamers staat een televisie en een muziekinstallatie. Het gaat in dit geschil dan ook om het antwoord op de vraag of zich hier de uitzondering voordoet op de regel dat een openbaarmaking in besloten kring in Nederland evenzeer tot een vergoedingsaanspraak leidt. Die uitzondering doet zich voor wanneer het gaat om een openbaarmaking in de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, zonder dat daarvoor wordt betaald; ook wel aangeduid als de ‘privékring’. Waarschijnlijk zal het geregeld voorkomen dat, gegeven de woonsituatie, vriendschappen ontstaan tussen de bewoners, maar Maar dat alle bewoners met elkaar verbonden zijn door een hechte band van persoonlijke aard is niet gesteld of gebleken en niet aannemelijk. Art. 12 lid 4 Aw en 2 lid 7 WNR openbaarmaking in besloten kring; geen sprake van privé kring. Vordering afgewezen.

4.9. [eiseres] stelt dat de leefsituatie in haar zorginstellingen zodanig is ingericht dat sprake is van die privékring. Zij wijst in dat verband op de volgende omstandigheden:

- Er heerst een besloten, huiselijke sfeer;
- De bewoners wonen bij [eiseres] samen, op vergelijkbare wijze als in een gezin;
- De zorg is dezelfde die zij thuis zouden krijgen;
- De samenwoonintensiteit is dusdanig hoog dat dit een hechte band teweegbrengt; zij spenderen meestal hun laatste levensjaren met elkaar en zien elkaar vaker dan gemiddelde gezinsleden, namelijk dag in dag uit.

4.10. Gedaagden stellen daar tegenover dat de muziek kan worden beluisterd in een bedrijfsruimte en dat er voor [eiseres] sprake is van een bedrijfsbelang, zowel voor de eigen werknemers als voor haar cliënten. Gezien de voorbeelden uit de jurisprudentie valt volgens gedaagden niet in te zien dat de relatie tussen de bewoners en het personeel in de instellingen van [eiseres] gelijkgesteld moet worden met die van een familie- en vriendenkring. Het met 20 zorgbehoevenden op hoge leeftijd samenwonen in het kader van een zakelijke huur- en zorgverleningsrelatie valt niet te vergelijken met een gezin. De bewoners kiezen elkaar, de verzorgers en de vrijwilligers niet uit, en al deze mensen vormen wel het relevante publiek dat kan kijken en luisteren, aldus gedaagden.

4.11. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van de ‘privékring’ als bedoeld in artikel 12 lid 4 Aw en artikel 2 lid 7 WNR is beslissend of tussen de deelnemers van die kring hechte banden van persoonlijke aard bestaan. Naar het oordeel van de kantonrechter kan op basis van wat [eiseres] daarover heeft gesteld die conclusie niet worden getrokken. Het feit dat de bewoners veel tijd met elkaar doorbrengen maakt wel mogelijk dat een dergelijke band ontstaat, maar een gegeven is dat niet. Van belang is daarbij dat de bewoners min of meer willekeurig in die samenstelling bij elkaar zijn gebracht. Van een keuze daarin is, anders dan bij een vriendenkring, geen sprake. Die samenstelling is ingegeven door het bedrijfsmodel van [eiseres] .

In de familiekring is overigens evenmin sprake van een keuze, maar daar wordt een (al of niet hechte) persoonlijke band gevormd juist door het feit dát men familie is van elkaar en dat element ontbreekt evenzeer bij de bewoners die bij [eiseres] samenwonen.

Waarschijnlijk zal het geregeld voorkomen dat, gegeven de woonsituatie, vriendschappen ontstaan tussen de bewoners. Maar dat alle bewoners die in een gemeenschappelijke huiskamer samenkomen met elkaar verbonden zijn door een hechte band van persoonlijke aard is niet gesteld of gebleken en de kantonrechter vindt dat ook niet aannemelijk.