IEF 19943

Gebruikelijk tegelpatroon leidt niet tot modelinbreuk

Hof van beroep Brussel 30 maart 2021, IEF 19943, IEFbe 3214; 2015/AR/1943 (Grosfillex tegen Dumaplast)  Grosfillex is sedert 2012 houder van een Gemeenschapsmodel voor een decoratief paneel, voornamelijk gebruikt in badkamers. Dumaplast brengt eveneens quasi identieke decoratieve panelen op de markt. Grosfillex betoogt dat Dumaplast inbreuk pleegt op haar Gemeenschapsmodel. Dumaplast vordert van haar kant de nietigverklaring van het Gemeenschapsmodel wegens gebrek aan eigen karakter. Dumaplast steunt daarbij op enkele anterioriteiten waarvan de meest relevante het tegelpatroon is uit 2011 dat wordt toegepast op keramische tegels. Met extensieve verwijzing naar het Group Nivelles arrest van het Hof van Justitie (C-361/15P), oordeelt het Hof van Beroep te Brussel dat bij de beoordeling van het eigen karakter wel degelijk rekening moet worden gehouden met het oudere model niettegenstaande de vaststelling dat het ouder model (keramische wandtegels) tot een andere sector behoort dan het Gemeenschapsmodel (wandpanelen).

Bij de beoordeling van het eigen karakter van een Gemeenschapsmodel moet immers rekening gehouden worden met het ganse vormgevingserfgoed, ook bedrijfstak- of sectoroverschrijdend (overweging 102 in Group Nivelles). Het Hof is verder van oordeel dat noch het verschil in combinatie tussen stenen, noch het verschil dat bij het Grosfillex model de  horizontale voegen nooit doorlopen, noch het verschil in kleur voldoende zijn om een andere algemene indruk te creëren en verklaart het Gemeenschapsmodel nietig. Evenmin is het van belang dat het ouder model in een groter formaat van tegels dan dat van het Gemeenschapsmodel kan worden toegepast.

20. Het eigen karakter van een model blijkt uit een andere algemene indruk die wordt gewekt, of de afwezigheid van een "déjà vu", bekeken vanuit het oogpunt van de geïnformeerde gebruiker, t.o.v. iedere anterioriteit deel uitmakend van het vormgevingserfgoed, en dit zonder rekening te houden met verschillen die onvoldoende opvallend blijven om de algemene indruk te beïnvloeden, hoewel zij meer zijn dan onbelangrijke details, maar oog hebbend voor voldoende uitgesproken verschillen om algemene afwijkende indrukken te veroorzaken.

21. Noch het verschil in combinatie tussen de stenen, noch het verschil dat bij het gelaakte model de horizontale voegen nooit doorlopen, noch het verschil in kleur, zijn voldoende opvallend om een andere algemene indruk te creëren. Evenmin is het van belang dat de anterioriteit in een groter formaat van tegels dan dat van de imitatietegels op de panelen, kan worden toegepast. Zowel de anterioriteit als het ingeroepen model zijn tekeningen zonder vaste afmetingen.

Hetzelfde geldt voor de vaststelling dat het gelaakte model beperkt is tot drie banden, terwijl de anterioriteit een vierde band heeft. Bij het waarnemen van de anterioriteit springt het beeld van de drie verticale banden als een geheel in het oog, aangezien de vierde band slechts gedeeltelijk wordt weergegeven.

Aangezien de voortbrengselen waarop het gelaakte model en de anterioriteit worden toegepast, behoren tot dezelfde sector of minstens tot erg soortgelijke sectoren, kan dit element (sector en aard van de voortbrengselen) er evenmin toe leiden dat er toch geen "déjà vu" zou zijn bij de geïnformeerde gebruiker, niettegenstaande de vele gelijkenissen.

26. Het hof overweegt als volgt.

Het is vaste cassatierechtspraak dat een daad waarbij een verkoper het aanbod van een andere marktdeelnemer in verband met de waren of diensten nabootst, in beginsel toegelaten is, tenzij de verkoper hierdoor, hetzij, een door de wetgeving op de intellectuele eigendom beschermd recht miskent, hetzij dit aanbod doet onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke handelsgebruiken. De verkoper die, zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, rechtstreeks voordeel haalt uit belangrijke inspanningen of investeringen gewijd aan een creatie met economische waarde van een andere verkoper, begaat nog geen daad strijdig met de eerlijke handelsgebruiken. De rechter kan nochtans op grond van het behalen van een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen oordelen dat dit handelen onrechtmatig is. Die andere redenen bestaan niet alleen uit de miskenning van intellectuele eigendomsrechten of verwarringstichtende reclame maar kunnen elke vorm van onrechtmatig gedrag zijn (zie in die zin Cass. 29 mei 2009, NJW 10, 151).

Uit de vorige randnummers van dit arrest volgt dat Grosfillex zich niet kan beroepen op een recht van intellectuele eigendom: haar Gemeenschapsmodel is immers nietig.

Wat het risico op verwarring betreft, oordeelt het hof dat hiervan geen sprake is. Grosfillex toont niet aan dat het kenmerkende tegelpatroon een onderscheidend vermogen heeft in die zin dat de consument dit kenmerk identificeert als afkomstig van Grosfillex. Het gaat om een decoratief tegelpatroon dat een imitatie is van een patroon van wandtegels en dat, gelet op de anterioriteiten, gebruikelijk is in de sector van de wandbekleding. Het kopiëren van dat tegelpatroon zal dan ook geen verwarring veroorzaken over de commerciéle herkomst van het product.

Verder toont Dumaplast aan dat de afmetingen van de panelen qua lengte en breedte standaard zijn in de sector. Bovendien worden deze afmetingen al lang door Dumaplast gebruikt en dit voor het op de markt brengen van de litigieuze panelen.

Omdat het patroon op de panelen voor de consument zichtbaar moet zijn, worden de panelen verpakt in doorzichtige krimpfolie met op de voorzijde een papier waarop het merk wordt vermeld. Er zijn geen aanwijzingen dat Dumaplast panelen op de markt brengt zonder de duidelijke vermelding van haar merk. Ook op de verpakkingen die in de Hubo-winkels worden aangeboden staat het merk van Dumaplast duidelijk vermeld. Dat Hubo in haar reclamefolder reclame maakt voor wandpanelen zonder vermelding van een merk, doet hieraan geen afbreuk: Hubo werkt, anders dan Brico, meer met private labels en beslist zelf hoe ze de te koop gestelde producten levert.