IEF 20413

Ex-werkneemster moet voormalig werkgever inzage verschaffen

Ktr. Rechtbank Limburg 24 november 2021, IEF 20413, IT 3753; ECLI:NL:RBLIM:2021:8896 (Vita Natura tegen Ex-werkneemster) Kort geding. Ex-werkneemster is in dienst van Vita Natura geweest. Zij heeft zakelijke e-mailberichten doorgestuurd naar haar privé e-mailaccount en zonder toestemming diverse door Vita Natura verhandelde potten van het natuurgeneesmiddel Glucolin van werk meegenomen. Bij beschikking van 27 mei 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan Vita Natura verlof verleend tot het leggen van conservatoir bewijs beslag ten aanzien van documenten, accounts en banktransacties van de oud-medewerkster. Bij e-mail heeft gerechtsdeurwaarder aan de ex-werkneemster gevraagd om wachtwoorden te verstrekken van de in beslag genomen accounts. De ex-werkneemster heeft op deze e-mail niet gereageerd. Vita Natura vordert o.a. dat de ex-werkneemster wordt bevolen om te gehengen en gedogen dat Vita Natura inzage neemt in en kopie en/of uittreksel ontvangt van de ten processe bedoelde in beslag genomen documenten, deel uitmakende van de administratie van de ex-medewerkster.

 In art. 843a lid 4 Rv is bepaald dat in twee gevallen degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan de vordering te voldoen: indien daarvoor gewichtige redenen zijn en indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. De ex-werkneemster doet geen beroep op het bestaan van gewichtige redenen. Zij stelt wel dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de door Vita Natura gevraagde gegevens is gewaarborgd. Dit verweer wordt verworpen omdat de ex-medewerkster niet heeft toegelicht hoe anders een behoorlijke rechtsbedeling gewaarborgd zou zijn. Op grond hiervan wijst de kantonrechter de vordering van Vita Natura toe. Zie ook de bijbehorende kort geding uitspraken [IEF 19586 en IEF 20346].

4.5. In art. 843a lid 4 Rv is bepaald dat in twee gevallen degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan de vordering tot - kort gezegd - inzage van de bescheiden te voldoen:

1. indien daarvoor gewichtige redenen zijn,
2. indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder

verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] doet geen beroep op het bestaan van gewichtige redenen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt wel dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de door Vita Natura gevraagde gegevens is gewaarborgd. Dit verweer wordt verworpen omdat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] niet heeft toegelicht hoe anders een behoorlijke rechtsbedeling gewaarborgd zou zijn. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt daarnaast dat de vordering van Vita Natura afgewezen moet worden omdat de bewaarder van de in beslag genomen stukken zich niet heeft gehouden aan zijn geheimhoudingsplicht. Ook dit verweer slaagt niet omdat het niet kwalificeert als een beroep op het bepaalde in art. 843a lid 4 Rv.