IEF 20802

Encyclopedie mag verkocht worden zonder dat duidelijk is dat Jiskefet niet maker is

Hof Amsterdam 28 juni 2022, IEF 20802; ECLI:NL:GHAMS:2022:1851 (Noblesse tegen Jiskefet c.s.) In de zaak van Jiskefet tegen Noblesse is in hoger beroep het kortgedingvonnis van de rechtbank vernietigd en zijn alsnog de vorderingen van Jiskefet afgewezen. Jiskefet maakt bezwaar tegen de ‘Jiskefet Encyclopedie’, die zonder haar medeweten en instemming is gemaakt en door uitgeverij Noblesse is gepubliceerd. Op grond van het Beneluxmerk JISKEFET vorderen Jiskefet c.s. dat de uitgeverij wordt bevolen dat bij de verkoop en op elk exemplaar van het boek duidelijk wordt gemaakt dat het boek niet afkomstig is van (de makers van) Jiskefet. De rechtbank had hun vorderingen eerder grotendeels toegewezen, [IEF 20292]. Het hof is het eens met de rechtbank dat gebruik van de naam Jiskefet als onderdeel van de titel van het boek niet kan worden aangemerkt als gebruik door Noblesse voor haar waren of diensten. De titel van een individueel boek is namelijk een onderdeel van de waar zelf (het boek) en is niet een onderscheidingsteken waarmee een uitgever aanduidt dat dat boek van hem afkomstig is. Het uitbrengen van de encyclopedie maakt volgens het hof ook verder geen inbreuk op het merkrecht van Jiskefet BV. De door Noblesse gebruikte titel Jiskefet Encyclopedie is een voor de hand liggende aanduiding voor het door haar uitgegeven boek en daarom heeft zij een geldige reden voor dat gebruik. Zij trekt daarmee geen ongerechtvaardigd voordeel. Ook doet zij geen afbreuk aan de reputatie van het merk.

4.5.1. De grieven stellen primair de vraag aan de orde of Noblesse door het uitbrengen van het boek inbreuk maakt op het merkrecht van Jiskefet BV. Het hof is, anders dan de voorzieningenrechter, van oordeel dat dat niet het geval is.

4.5.3. De voorzieningenrechter heeft op zichzelf terecht geoordeeld dat gebruik van de naam Jiskefet als onderdeel van de titel van het boek niet kan worden aangemerkt als gebruik door Noblesse voor haar waren of diensten in de hiervoor bedoelde zin. De titel van een (individueel) boek vormt immers een onderdeel van de waar zelf en is niet een onderscheidingsteken waarmee een uitgeverij die waar als van haar afkomstig wil onderscheiden. Dat betekent dat het gebruik door Noblesse geen inbreuk oplevert in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a, sub b of sub c. Van merkinbreuk door Noblesse kan dus alleen sprake zijn indien haar gebruik van het merk voldoet aan het bepaalde in de genoemde bepaling sub d.

4.5.4. Partijen zijn het erover eens dat het Noblesse op zichzelf vrijstaat een boek met deze inhoud te publiceren. Voor een dergelijk boek vormt de titel ‘Jiskefet Encyclopedie’ een zeer voor de hand liggende aanduiding van de inhoud ervan en daarom heeft Noblesse, mede gelet op het grondrecht van de informatievrijheid, een geldige reden voor gebruik van die titel.

4.5.5. Het moge zo zijn dat gebruik van deze titel voor Noblesse als uitgever een voordeel oplevert in die zin, dat voor (een deel van) de potentiële kopers en lezers direct duidelijk zal zijn dat het boek betrekking heeft op (het televisieprogramma) ‘Jiskefet’, maar een dergelijk voordeel kan, gelet op de op zichzelf toelaatbare aard en beschrijvende inhoud van het boek zoals hiervoor aangeduid, niet worden beschouwd als ongerechtvaardigd.

4.5.6 Ook afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het merk of aan de reputatie daarvan is in dit geval niet aan de orde. Van aantasting van het onderscheidend vermogen van een merk is sprake als het merk door gebruik van het inbreukmakende teken verwatert. Jiskefet c.s. verwoorden dit door de stelling dat het merk als gevolg van het gebruik in de titel van het boek minder uniek is. Dat doet zich echter hier niet voor, nu de door Noblesse voor het onderhavige boek gebruikte titel juist uitsluitend verwijst naar de activiteiten van de Jiskefet c.s. respectievelijk het cabarettrio zelf, en daardoor de unieke band tussen het merk en die activiteiten eerder wordt onderstreept dan dat het merk verwatert.

4.5.6 Jiskefet c.s. hebben in dit verband nog betoogd dat het boek wat hen betreft geenszins humoristisch is, hetgeen afbreuk zal doen aan de reputatie van het merk dat staat voor humor. Deze mening van Jiskefet c.s. kan hun echter niet baten, reeds omdat de vraag wat humoristisch is een subjectief oordeel vergt en uit de stelling van Jiskefet c.s. nog niet volgt dat ook het in aanmerking komende publiek die mening deelt en, zo ja, het humoristisch gehalte van het boek ervaart als afbreuk aan de reputatie van het merk. De bedoelde stelling van Jiskefet c.s. getuigt wellicht ook van een zekere overschatting van wat het merkenrecht vermag, nu de aan een merk verbonden rechten geen exclusieve zeggenschap bieden over wat humor is en wat niet.