IEF 18686

Eenvoudig herstel fout griffierecht

Rechtbank Den Haag 12 september 2019, IEF 18686; ECLI:NL:RBDHA:2019:9592 (Griffierecht) Kort geding. Intellectuele eigendom. Herstelvonnis. Verbetering m.b.t. berekend griffierecht. Geen herstel van beslissing om aan eiseres 2 in conventie proceskosten toe te wijzen. Er is geen kennelijke fout, zodat hoger beroep de geëigende weg is.

2.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het vonnis van 30 augustus 2019 sprake is van een kennelijke fout met betrekking tot het in het vonnis genoemde griffierecht zoals betaald door [gedaagde sub 2 c.s.] , welke fout zich voor eenvoudig herstel leent. De voorzieningenrechter zal het verzoek van [gedaagde sub 2 c.s.] dan ook toewijzen als volgt.

2.3. Voor wat betreft het in het vonnis genoemde griffierecht zoals door [eisende partij sub 2] (en/of [eisende partij sub 1] ) is betaald, betreft dit eveneens een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het in het vonnis vermelde bedrag is immers onjuist. De voorzieningenrechter dient ambtshalve na te gaan welk bedrag aan griffierecht door de desbetreffende partij is betaald, zodat - in tegenstelling tot hetgeen [gedaagde sub 2 c.s.] thans nog heeft betoogd - aan toewijzing van griffierecht geen (specifieke) vordering ten grondslag hoeft te liggen.

Voor wat betreft de beslissing òm aan [eisende partij sub 2] proceskosten toe te kennen, overweegt de voorzieningenrechter dat dit een rechterlijk oordeel is en geen kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijf-, reken- of andere fout in de zin van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [gedaagde sub 2 c.s.] betoogt in feite dat bij dit rechterlijk oordeel haar verweer niet is meegenomen. Daarvoor is evenwel een hoger beroep de geëigende weg.