IEF 19410

Dirk Visser: Szpunar gooit BestWater uit het raam

Maciej Szpunar is een held. Hij verdient een standbeeld en een eredoctoraat. Of je het er nu helemaal mee eens bent of niet, de manier waarop hij de rechtspraak van het HvJ EU over hyperlinken in zijn conclusie in de zaak VG Bild-Kunst [IEF 19408] probeert de goede kant op te buigen is meesterlijk. Lees de conclusie van hem, lees ‘m helemaal. (zie ook het persbericht).


“72.      Stelt u zich namelijk eens voor wat de gevolgen zijn van het arrest Svensson e.a.(61) in een soortgelijke situatie als die welke tot het arrest Renckhoff heeft geleid. Volgens laatstgenoemd arrest is er sprake van schending van de rechten van een auteursrechthebbende wanneer zijn beschermde werk is gedownload van een website waarop het met diens toestemming voor het publiek beschikbaar was gesteld, en op een andere website wordt geplaatst. Het plaatsen van een link op de tweede website naar hetzelfde werk dat op de eerste site beschikbaar is, zelfs door middel van framing, zodat het werk wordt weergegeven alsof het op de tweede site is geplaatst, zou evenwel niet onder het alleenrecht van de auteur vallen en dus geen inbreuk op dat alleenrecht maken.(62) Het publiek van de oorspronkelijke beschikbaarstelling zou in beide gevallen echter hetzelfde zijn: alle internetgebruikers!

73.      In navolging van het Hof in het arrest Renckhoff(63) moet dus worden geoordeeld dat het publiek dat de auteursrechthebbende bij de beschikbaarstelling van een werk op een website in aanmerking heeft genomen, bestaat uit het publiek dat die website raadpleegt. Een dergelijke definitie van het publiek dat door de houder van het auteursrecht in aanmerking is genomen, vormt mijns inziens een goede afspiegeling van de werkelijkheid van internet. Een vrij toegankelijke website kan in theorie immers door iedere internetgebruiker worden bezocht. In de praktijk echter is het aantal potentiële gebruikers dat zich daar toegang toe verschaft dan wel variabel in grootte, maar het ligt bij benadering vast. Bij het verlenen van toestemming voor de beschikbaarstelling van zijn werk neemt de houder van het auteursrecht de omvang van deze kring potentiële gebruikers in aanmerking. Dit is met name van belang wanneer deze beschikbaarstelling onder licentie plaatsvindt, omdat het potentiële aantal vermoedelijke bezoekers een belangrijke factor kan vormen bij de vaststelling van de prijs van die licentie”.

Het Bestwater arrest gooit hij helemaal uit het raam (in 109 t/m 113) en het ‘nieuw publiek criterium’ van Svensson wordt ook de goede kant op gebogen 9 zie boven). Nu maar hopen dat het HvJ EU deze zeer goed geschreven conclusie gaat volgen. Of nog een stapje verder gaat…

Natuurlijk zijn er weer nieuwe en andere vragen. Wat is precies ‘aanklikken’? Een filmpje moeten starten is dat in ieder geval niet, zie noot 68. Leuk, mooi, interessant. Wat is het toch een prachtig vak dat auteursrecht.

De intro is ook weer mooi:

“De helden van de filmsaga Star Wars van George Lucas konden zich met behulp van „hyperaandrijving” sneller dan het licht verplaatsen in de „hyperruimte”. Op dezelfde wijze kunnen internetgebruikers door middel van hyperlinks „reizen” in de „cyberruimte”. Hoewel deze links niet de natuurwetten tarten, zoals wel het geval is met hyperaandrijving van de ruimteschepen in Star Wars, brengen zij vanuit het oogpunt van de wet en met name van het auteursrecht een aantal uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen zijn onder meer in de rechtspraak van het Hof reeds gedeeltelijk aan bod gekomen. De onderhavige zaak biedt de gelegenheid om deze rechtspraak te herzien en aan te vullen”.