IEF 19173

Conclusie A-G: geen betrekking op email, telefoonnummer of ip-adres

HvJ EU A-G 2 april 2020, IEF 19173, IT 3119, IEFbe 3070; ECLI:EU:C:2020:261 (Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google) Constantin Film Verleih is een Duitse onderneming die stelt houdster te zijn van de exclusieve gebruiksrechten van twee films. Zij eist dat het internetplatform YouTube en de moedermaatschappij Google informatie verstrekken over het e-mailadres, het telefoonnummer en het IP-adres van gebruikers die de betrokken films illegaal op YouTube hebben geüpload. Er is twijfel of de verzochte informatie valt onder het begrip “de naam en het adres” in de zin van artikel 8(2)a) van de richtlijn. Enerzijds zouden deze gegevens het enige doeltreffende middel voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten kunnen vormen, anderzijds zijn IP-adressen persoonsgegevens. Het Landgericht Frankfurt am Main heeft de vorderingen afgewezen. Het Oberlandesgericht Frankfurt am Main heeft in hoger beroep YouTube en Google veroordeeld om de e-mailadressen van de betrokken gebruikers te verstrekken en de overige vorderingen afgewezen. Het Bundesgerichtshof vraagt zich af of de geëiste informatie valt onder artikel 8(2)(a) van de Handhavingsrichtlijn en stelt prejudiciële vragen [IEF 18550].

De A-G is van mening dat artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48 aldus moet worden uitgelegd dat het in deze bepaling gehanteerde begrip „namen en adressen” met betrekking tot een gebruiker die bestanden op internet heeft geplaatst die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, geen betrekking heeft op het e-mailadres, het telefoonnummer of het IP-adres dat is benut om deze bestanden online te plaatsen, noch op het IP-adres dat is benut bij de laatste toegang tot de gebruikersaccount.

35. Deze uitlegging wordt geschraagd door een bestudering van andere Uniewetgeving waarin het e-mailadres en het IP-adres aan de orde zijn. In de gevallen waarin de Uniewetgever heeft willen verwijzen naar het e-mailadres(9) of het IP-adres(10), heeft hij dit namelijk uitdrukkelijk gedaan door de term „adres” aan te vullen, zoals YouTube en Google hebben benadrukt. Bij mijn weten bestaat er geen enkel voorbeeld van Uniewetgeving waarin de termen „namen en adressen”, wanneer deze op zich en in een algemene context worden gebruikt, betrekking hebben op het telefoonnummer, het IP-adres of het e-mailadres.

36. Bijgevolg blijkt uit een letterlijke uitlegging van artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48 dat de door de Uniewetgever gebruikte bewoordingen, te weten „namen en adressen”, geen van de in de prejudiciële vragen genoemde informatiebestanddelen omvatten, zoals YouTube en Google alsmede de Commissie hebben aangevoerd.

37. Deze uitlegging wordt bevestigd door de historische uitlegging van de Commissie. De voorbereidende werkzaamheden die tot de vaststelling van richtlijn 2004/48 hebben geleid(11), bevatten namelijk geen enkele aanwijzing, zelfs niet impliciet, dat de term „adres” in artikel 8, lid 2, onder a), van deze richtlijn aldus moet worden begrepen dat het niet alleen ziet op het postadres, maar ook op het e-mailadres of het IP-adres van de betrokken personen.

42. Volgens Constantin Film Verleih heeft artikel 8 van richtlijn 2004/48 tot doel de houder van intellectuele-eigendomsrechten in staat te stellen de daarin genoemde personen te identificeren. Bijgevolg moet lid 2 van dit artikel, ongeacht de bewoordingen ervan, aldus worden uitgelegd dat het ziet op „alle informatie die het mogelijk maakt” deze personen „te identificeren”, welke informatie, afhankelijk van de beschikbaarheid ervan, het telefoonnummer, het e-mailadres, het IP-adres of de bankgegevens kan omvatten.

43. Volgens mij zou deze uitlegging er voor het Hof op neerkomen dat deze bepaling wordt herschreven. Ik begrijp uiteraard dat een rechthebbende zoals Constantin Film Verleih de wens uit dat richtlijn 2004/48 zodanig wordt gewijzigd dat deze vennootschap mogelijke inbreukplegers in de specifieke context van het internet gemakkelijker kan identificeren. Een dergelijke herschrijving valt echter niet onder de bevoegdheid van het Hof, maar onder die van de Uniewetgever.

64. In het licht van al het voorgaande ben ik van mening dat artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48 aldus moet worden uitgelegd dat het in deze bepaling gehanteerde begrip „namen en adressen” met betrekking tot een gebruiker die bestanden op internet heeft geplaatst die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, geen betrekking heeft op het e-mailadres, het telefoonnummer of het IP-adres dat is benut om deze bestanden online te plaatsen, noch op het IP-adres dat is benut bij de laatste toegang tot de gebruikersaccount.