IEF 19271

Branche-overeenkomst van muziekauteurs en muziekuitgevers

Muziekauteurs dienen over audio- en audiovisuele exploitatie in Nederland minimaal 2/3 van hun auteursrecht te ontvangen. Een muziekuitgever kan maximaal 1/3 meedelen in collectief (door onder meer Buma, Stemra, Leenrecht en Thuiskopie) geïncasseerde vergoedingen. Dit staat in de op 15 juni tussen de gezamenlijke verenigingen voor muziekuitgevers (NMUV en VMN) en muziekauteurs (VCTN, BAM!, Popauteurs.nl, BCMM, Nieuw GeNeCo en Kunstenbond/Ntb) afgesloten brancheovereenkomst.

De overeenkomst gaat gepaard met een Code of Conduct, waarin de gezamenlijke partijen ook verdere afspraken maken over de inhoud van muziekuitgavecontracten. Hierin is onder meer afgesproken dat muziekauteurs helder inzicht behoren te krijgen in subuitgave in het buitenland en wordt herbevestigd dat ‘kickback contracten’ (contracten waarin een muziekauteur meer dan het uitgeversdeel aan de uitgever of opdrachtgever moet betalen) onredelijk moeten worden geacht.

Ook bepaalt de Code of Conduct dat uitgevers in de toekomst, na de zgn. wettelijke ‘reprobelfix’, enkel in thuiskopie- en leenrechtvergoedingen audio en video kunnen meedelen als dit expliciet in het contract is afgesproken. De uitgevers en auteursorganisaties beogen hiermee de transparantie in onderlinge samenwerking te vergroten.

De Code of Conduct creëert op deze punten duidelijkheid en een nadere invulling van het “Auteurscontractenrecht” (wettelijke bepalingen ter bescherming van de auteur tegen onredelijke contractuele voorwaarden) en omgang met de voorgenomen wettelijke ‘reprobelfix’ in de implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt. Daarnaast spraken de vertegenwoordigers van muziekuitgevers en muziekauteurs uit gezamenlijk zo spoedig mogelijke invoering van deze wet te steunen.

De branche-overeenkomst bevat de volgende kernpunten:

• Met betrekking tot in Nederland via een collectieve beheerorganisatie (zoals Buma/Stemra) ontvangen vergoedingen voor exploitatie en gebruik in audio- of audiovisuele vorm (zoals vastgelegd in het Buma/Stemra Repartitiereglement) dient een aandeel van 2/3 voor de auteurs gezamenlijk, te worden aangemerkt als een (minimale) billijke vergoeding in de zin van art. 25c Auteurswet. Een ‘kickbackregeling’ waarbij de auteurs gezamenlijk minder ontvangen dan 2/3 van de in Nederland collectief geïncasseerde vergoedingen voor audio- en audiovisuele exploitatie en gebruik, is in strijd met artikel 25c en artikel 25f Auteurswet. De omgekeerde situatie, waarin de auteurs gezamenlijk een royalty ontvangen over het deel dat uitgevers ontvangen, is wel toegestaan.

• Toekomstige uitgavecontracten dienen een opsomming van de te exploiteren rechten te bevatten, zodat de auteur weet en ziet waar hij wel of niet voor tekent. Bij het tekenen van de overeenkomst wordt vermeld welke sub-uitgevers in het buitenland zijn aangewezen door de uitgever.

• Muziekauteurs en muziekuitgevers ondersteunen de algemene ‘reprobelfix’ als opgenomen in het voorgestelde artikel 3 Auteurswet, zoals deze nu bij de Tweede Kamer voorligt. Zij dringen bij regering en parlement aan op een spoedige aanvaarding van het Implementatiewetsvoorstel richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt, inclusief deze algemene ‘reprobelfix’.

• Muziekauteurs en muziekuitgevers zullen bij Stemra bepleiten en bespoedigen dat de verdeling van Thuiskopiegelden conform de tezamen uitgedragen Code of Conduct wordt uitgevoerd.

• Muziekauteurs en muziekuitgevers dringen bij Stemra en het CvTA aan op een praktische oplossingvoor de periode tot de implementatie de richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt.