IEF 18521

Bijzondere zorgplicht voor ICT-dienstverlener Stepco

Vzr. Rechtbank Utrecht 23 mei 2019, IEF 18521, IT 2798 (ANVA tegen Stepco) Verbintenissen. Zorgplicht. Stepco is ICT-dienstverlener, gespecialiseerd in cloud-beheer en security, en leverancier van een ICT-platform. ANVA is reseller van software en diensten en maakt daarbij gebruik van hostingdiensten van Stepco. Stepco en ANVA hebben drie overeenkomsten gesloten met betrekking tot drie verschillende diensten. De partnerovereenkomst is door partijen beëindigd. Stepco heeft vervolgens ook de overige overeenkomsten opgezegd met een opzegtermijn van één maand. ANVA is voor de uitvoering van haar dienstverlening aan haar klanten afhankelijk van Stepco en is van mening dat Stepco conform de partnerovereenkomst mee moet werken aan een soepele exit, conform de geldende tarieven. ANVA is van mening dat Stepco geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen met betrekking tot de overige overeenkomsten. ANVA vordert nakoming van de op Stepco rustende verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten. Het lukt Stepco niet om de vermeende wanprestatie aan de kant van ANVA aan te tonen. Stepco moet de op haar rustende verplichtingen nakomen. Er rust daarbij een bijzondere zorgplicht op Stepco.

4.7. Vast staat dat de opzeggingen over en weer van de Partnerovereenkomst in maart 2019 zijn gedaan. Vanaf dat moment was het ANVA duidelijk dat zij op zoek moest naar een andere leverancier. Bij beëindiging van de Partnerovereenkomst is Stepco B.V. op basis van artikel 15.2 van die overeenkomst en de met de Partnerovereenkomst samenhangende Sub-Bewerkersovereenkomst in beginsel gehouden haar overeengekomen diensten met inachtneming van de voorwaarden van elke respectievelijke overeenkomst gedurende de resterende looptijd van de betreffende overeenkomsten voort te zetten en - tegen een redelijke vergoeding - alle nodige medewerking te verlenen aan de migratie. Daarbij komt dat door Stepco niet is weersproken dat de overeenkomsten tussen ANVA en haar klanten en de overeenkomsten tussen Stepco en ANVA, zoals door ANVA gesteld, moeten worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Op grond van artikel 7:401 BW heeft de opdrachtnemer een zorgplicht jegens zijn opdrachtgever. Een dergelijke zorgplicht blijkt ook uit artikel 19.1 van de algemene voorwaarden met betrekking tot OAS Webhosted en artikel 10 en 12 van de Partnerovereenkomst. Evenmin is door Stepco weersproken dat een IT-leverancier, zoals ANVA stelt, zelf een bijzondere zorgplicht heeft en dat deze zorgplicht op de leverancier een zwaardere informatie- en waarschuwingsplicht legt en met zich meebrengt dat de opdrachtnemer bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal dient te stellen. De voorzieningenrechter is het met AVA eens dat zij op grond van deze zorgplicht de overeenkomsten met haar klanten niet zomaar kan beëindigen en dat Stepco niet zomaar haar dienstverlening aan ANVA kan beëindigen, of geen medewerking kan verlenen aan de migratie van de klantomgeving. Zoals ANVA stelt heeft Stepco gelet op het wezenlijke belang van de software en diensten voor ANVA (en daarmee ook de financiële dienstverlening van de klanten van ANVA), de aard van de diensten van de klanten van ANVA waarbij gevoelige klantgegevens worden verwerkt, de kans op schade en potentiële omvang daarvan, een -bijzondere-zorgplicht om haar dienstverlening voort te zetten.