IEF 15789

Beslag ex 28 Aw op roerende zaken gebruik voor inbreukmakende zaken, niet op software

Vzr. Rechtbank Den Haag 27 oktober 2015, IEF 15789; IT 2016; ECLI:NL:RBDHA:2015:16034 (Beslag roerende zaak)
Beslag op werktuigen. Roerende zaken. Op grond van artikel 28 lid 1 Aw kan verzoekster een recht tot afgifte uitoefenen op roerende zaken die een niet geoorloofde verveelvoudiging vormen van een auteursrechtelijk werk en op materialen of werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van de inbreukmakende zaken zijn gebruikt. De (vermeend) inbreukmakende software zelf kan naar voorlopig oordeel echter niet worden beschouwd als een roerende zaak in de zin van artikel 3:2 BW. De afgifte van werktuigen die voornamelijk zijn gebruik voor inbreuk wordt bevolen, inclusief CD-ROM of DVD, maar dragers waarop ook andere software of gegevens staan niet.

2.3. Alles afwegend komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat het woord ‘zaak’ in artikel 28 lid 1 Aw zo uitgelegd moet worden dat dragers waarop uitsluitend de (vermeend) inbreukmakende software is opgeslagen, zoals een CD-ROM of DVD waarop alleen die software is opgeslagen, daar wel toe kan worden gerekend maar dragers waarop de gebruiker ook andere software en/of gegevens heeft opgeslagen niet. Het beslag tot afgifte is derhalve slechts toewijsbaar voor zover het dragers betreft waarop uitsluitend de (vermeend) inbreukmakende [merknaam] software is opgeslagen en geen andere software en/of gegevens. Ten aanzien van deze specifieke categorie dragers is ook voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

De voorzieningenrechter:
3.1. verleent verlof tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte op de zich onder gerekwestreerden bevindende dragers met daarop uitsluitend het softwareprogramma [merknaam], zoals omschreven in 2.3, voor zover die zich bevinden op [het adres] te [plaats A];
3.2. verleent verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag in de zin van artikel 1019b en c jo 843a Rv onder gerekwestreerden op de in 2.6 genoemde bescheiden, voor zover die zich bevinden op [het adres] te [plaats A];
3.3. bepaalt dat het beslag tot afgifte en het bewijsbeslag uitgevoerd moeten worden met inachtneming van de waarborgen beschreven in de paragrafen 14 en 16 van het verzoekschrift;
3.5. bepaalt dat, voor zover het maken van kopieën niet mogelijk is ter plaatse van de beslaglegging, de documenten en/of gegevensdragers worden vervoerd naar het kantoor van de deurwaarder of de gerechtelijke bewaarder om aldaar kopieën te maken, waarbij die gegevensdragers en/of documenten zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee werkdagen dienen te worden geretourneerd;

pdf ; ECLI