IEF 18756

Bescherming van reputatie onderneming leidt niet tot beperking vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 11 oktober 2019, IEF 18756, IT 2903; (V tegen Noordkaap) V exploiteert samen met haar echtgenoot een uitvaartonderneming in Voorburg. Noordkamp heeft onderzoek naar de bedrijfsvoering van de uitvaartonderneming verricht en, na confrontatie van V met de onderzoeksresultaten, een uitzending vervaardigd voor het programma Undercover in Nederland. De opnames zijn gemaakt door Noordkaap en Spijker waarmee V gedurende enige tijd heeft samengewerkt. V vordert onder andere een verbod op uitzending door Noordkaap, althans de uitzending aan te doen passen aan door haar gestelde eisen. Kan dit verbod worden toegewezen, gezien het preventieve censuur verboden in artikel 7 van de Grondwet? Een dergelijk verbod worden gegeven, mits (i) de publicatie tot onherstelbare schade zou leiden, (ii) de publicatie achteraf onrechtmatig zou worden geacht en (iii) de gevolgen achteraf niet kunnen worden hersteld door middel van een op dat moment uitgesproken veroordeling tot rectificatie of vergoeding van schade. Daarnaast moet een afweging worden gemaakt tussen de belangen van Noordkaap in het verband met de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en de belangen van V die worden beschermd door artikel 8 EVRM. In het onderhavige geval wegen de belangen bij openbaarmaking zwaarder dan het bedrijfsbelang van V.  Het gaat om de bescherming van de reputatie van V. De voorgenomen uitzending is niet onrechtmatig en er is geen grond voor inperking van de uitingsvrijheid van Noordkamp. Het reputatieverlies is te wijten aan het eigen handelen van de echtgenoot van V en niet aan de publicatie door Noordkaap.

4.7. De beschuldigingen betreffen uitsluitend de professionele activiteiten van V en haar echtgenoot. Hun achternaam wordt in de voorgenomen uitzending afgekort tot V. De naam van haar onderneming is wel in woord en beeld in voorgenomen uitzending verwerkt. De onderneming zelf heeft als zodanig geen privacy; haar belang is beperkt tot bescherming van haar reputatie. In dit geval zal het reputatieverlies het voorzienbare gevolg zijn van het eigen handelen van in ieder geval de echtgenoot van V. Hij kon er redelijkerwijs niet van uitgaan dat zijn praktijken acceptabel zijn. 

4.8. V heeft voldoende gelegenheid gekregen tot het geven van een weerwoord. Bij de confrontatie heeft haar echtgenoot Stegeman te woord gestaan. Hij heeft Stegeman laten weten hem te zullen uitnodigen om langs te komen op het uitvaartcentrum om daar zijn kant van het verhaal te vertellen, zo blijkt uit correspondentie. Vervolgens is het geruime tijd stil gebleven. Na ongeveer twee maanden heeft V Noordkap laten weten toch haar zegje te willen doen. In reactie daarop heeft Noordkaap een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd. In haar reactie valt geen antwoord op de vragen te lezen. Noordkaap is niet gehouden een dergelijk weerwoord, dat inhoudelijk niet leidt tot weerlegging van de feiten waarop de voorgenomen uitzending stoelt, te verwerken in het programma. Wat betreft de tegenwerpingen van V met betrekking tot het lichaam in de schuur wordt in de voorgenomen uitzending gemeld dat dit niet verboden is. Wat betreft crematie in het buitenland, wordt alleen betoogd dat het vervoer zonder voorafgaand laissez passer niet is toegestaan. In de voorgenomen uitzending wordt in voldoende mate rekening gehouden met deze tegenwerpingen. 

4.9. Op grond van het bovenstaande legt het belang bij openbaarmaking van deze misstanden meer gewicht in de schaal dan het bedrijfsbelang van V. De voorgenomen uitzending is niet onrechtmatig en er is geen grond voor inperking van de uitingsvrijheid van Noordkaap. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.