IEF 19672

Antoon Quaedvlieg: VOD en de niet-EU filmmakers en -auteurs

Noot van Antoon Quaedvlieg, hoogleraar industriële eigendom en auteursrecht, bij het Eindrapport Evaluatie Auteurscontractenrecht.

Op 1 september 2020 hebben het IVIR en de Universiteit Leiden gezamenlijk het licht gegeven aan een lijvig Eindrapport Evaluatie Auteurscontractenrecht. Het rapport bespreekt onder meer de mogelijkheid van verruiming van de plicht tot wettelijke proportionele billijke vergoeding van art. 45d lid 2 Aw. Die plicht geldt (kort gezegd) in het geval van iedere uitzending van het filmwerk, maar niet in geval van (online) ter beschikking stelling. De huidige wet kent die vergoeding slechts toe aan een beperkte categorie van makers (de hoofdregisseur en de scenarioschrijver van het filmwerk); het rapport wil dat uitbreiden naar alle makers. Daarnaast zondert art. 45d, lid 2 in zijn huidige vorm als gezegd gevallen van (online) beschikbaarstelling met zoveel woorden uit. Het rapport hanteert in navolging van de praktijk de term VOD-exploitatie ((Video on demand). Voor VOD-exploitatie geldt de plicht om een proportionele billijke vergoeding krachtens art. 45d, lid 2 dus niet. Er bestaat echter wel een VOD-regeling op vrijwillige basis voor een proportionele vergoeding. Daarover bestaat, stelt het rapport, in de praktijk echter veel onvrede. Het rapport staat daarom de invoering voor van een wettelijke VOD-heffing.
Lees hier verder.