IEF 18765

Angad-Gaur: 'De waarde van auteursrecht'

Toespraak door Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers, tijdens de bijeenkomst 'De waarde van Auteursrecht' op 10 oktober jl.
"Geen week lijkt voorbij te gaan zonder dat wij direct of indirect over het auteursrecht horen,  op 10 oktober jl. Een fotografenstaking, een geruchtmakende plagiaatzaak, afkoop van rechten door De Persgroep, vertalers die de noodklok luiden, de inkomenspositie van kunstenaars, door zowel de SER als de Raad voor Cultuur op de agenda geplaatst; de Arbeidsmarktagenda Cultuur. Maar ook het debat over ‘artikel 13’ (inmiddels artikel 17) in de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn, discussies over handhaving en Stichting BREIN, de stijgende omzet van platenmaatschappijen uit streamingdiensten – en de achterblijvende inkomsten van artiesten. Het auteursrecht lijkt aanweziger en dichterbij dan ooit. Maar toch – in al zijn details en nuances – vaak onbekend, bij zowel beleidsmakers als consumenten, gebruikers en veel makers zelf.

Cijfers van het Ministerie van Economische Zaken onderstrepen het belang: de ‘auteursrechtrelevante sectoren’ zijn goed voor 6 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product en 7,4 procent van de totale werkgelegenheid in ons land. De sector levert een positieve bijdrage aan het handelsoverschot. De BV Nederland heeft veel aan het auteursrecht te danken.
De sector is van groter economisch belang dan de bouw. Het is alleen daarom al vreemd dat er niet meer beleidsmatige aandacht voor het Auteurs- en Naburig Recht is. Het beeld is daarbij vaak scheef. Vraag op straat mensen waaraan ze denken bij het woord “Auteursrecht” en velen zullen direct antwoorden: “Buma/Stemra”. Velen zullen denken aan collectief beheer. Een belangrijk element, maar de auteursrechtelijke vergoedingen die via collectief beheersorganisaties worden geïncasseerd en verdeeld zijn maar een klein aandeel van alle economische transacties die door het auteursrecht gereguleerd worden. Een sterk collectief beheer is van groot belang. Het kan juist in de digitale wereld een belangrijke oplossing bieden voor het stroomlijnen en reguleren van transacties, in het belang van zowel de gebruiker, de consument, als in het belang van makers. Maar het auteursrecht is vele malen breder en veelzijdiger. Het is er zelfs niet enkel om het belang van auteurs en artiesten te dienen.
Om hoogleraar Informatierecht Bernt Hugenholtz te citeren: “Het auteursrecht is er (…) niet alleen voor de auteurs (of voor de exploitanten), het is er voor ons allemaal. Het auteursrecht vervult een veelheid aan maatschappelijke en economische functies: het bevordert de productie van cultuur-goederen, het stimuleert de informatie-economie, het houdt juristen van de straat, enzovoorts. Een van de belangrijkste functies is misschien wel dat het auteurs in staat stelt zelfstandig van hun werk te leven, zonder te hoeven dansen naar de pijpen van een baas, een opdrachtgever, een suikeroom of vadertje staat. Het is belangrijk deze kwetsbare groep in stand te houden − voor de diversiteit van onze cultuur, voor de pluraliteit van het informatieaanbod, als remedie tegen de voortgaande mediaconcentratie, voor onze democratie.”

Helder is dat daar iets ernstig mis gaat. Het doel auteurs en artiesten in staat te stellen zelf hun broek op te houden, economisch onafhankelijk te zijn en te blijven wordt steeds minder behaald. Er wordt veel aan de rechten verdiend. Elke transactie, elk contract en elke exploitatie, elk platencontract, elke opdracht aan een fotograaf of journalist, elke verkoop van een foto, een tekst, van beeld en geluid in de brede cultuursector, van pers tot filmindustrie is gebaseerd op het auteursrecht van de maker en op het naburig recht. Maar die maker of artiest mag vaak blij zijn als hij of zij er ook een grijpstuiver aan over houdt.
Dat is niet alleen moreel onverkoopbaar. Het is slecht voor onze economie – want zij vormen de basis van een belangrijke sector - en, zeg ik Hugenholtz na, het is slecht voor onze democratie. Een goed functionerende vrije pers is van levensbelang, evenals een professionele vrije kunst- en cultuursector.
Het auteursrecht is geen hindernis voor de vrijheid van meningsuiting, zoals soms in verhitte discussie wel eens fact-free geroepen wordt, het is er een belangrijke ondersteuning van en voorwaarde voor een vrije democratische samenleving. Daarnaast: bescherming van eigendom – ook van intellectueel eigendom – is niet voor niets een mensenrecht. Iets wat in dergelijke discussies al te vaak vergeten wordt.
Daar ligt kortom een verantwoordelijkheid bij de overheid en bij de Tweede Kamer. En een belangrijke taak binnen het cultuurbeleid en in ons economisch beleid. Wetgeving alleen helpt niet, heeft ook het nieuwe Auteurscontractenrecht bewezen. Naast wettelijke regels is handhaving van belang. Dat geldt voor bijna alle wetgeving. Er is behalve verdere verbetering en modernisering van wetgeving flankerend beleid nodig. Daar waar de overheid de markt beïnvloeden kan, middels subsidies aan culturele instellingen, aan bibliotheken, aan de publieke omroepen, aan de pers, via het Filmfonds of het fonds podiumkunsten, ga zo maar door, kan de overheid een eerlijke contractpraktijk en een eerlijke betaling aan auteurs en artiesten als subsidievoorwaarde stellen. En daarmee een voorbeeld stellen voor de niet-gesubsidieerde sectoren.
Aan Fair Practice als subsidievoorwaarde worden mooie woorden gewijd. Dat is goed en positief, maar daadwerkelijk doorpakken blijft, zeker in bijvoorbeeld het omroepbeleid, nog steeds uit.
Het blijft bizar om te zien dat in de memorie van toelichting op het auteurscontractenrecht, vier jaar geleden, als voorbeeld van onwenselijke en onredelijke bedingen de contractpraktijk van de publieke omroep expliciet benoemd werd. De bepalingen zijn inmiddels 4 jaar ingevoerd, maar de contractpraktijk van de omroep is gewoon blijven bestaan. De publieke omroepen hebben daarnaast tot op heden geweigerd zich aan te sluiten bij de geschillencommissie Auteurscontractenrecht, zoals de meeste exploitanten dat tot op heden weigeren.

De overheid staat erbij en kijkt ernaar. “We hebben u toch een wet gegeven? Haal uw recht,” lijkt de boodschap. Dat kan en mag niet zo zijn en zo blijven. Natuurlijk hebben wij als belangenbehartigers en hebben auteurs en artiesten zelf een verantwoordelijkheid. Maar ook de overheid. Ook omdat het belang als gezegd breder is dan het individuele belang van de betrokken auteurs en artiesten zelf.
Tot slot: De Kamer heeft de komende periode drie belangrijke momenten en middelen om een verschil te maken:
- in het cultuur- en omroepbeleid;
- bij de komende evaluatie van het Auteurscontractenrecht, volgend jaar;
- en bij de implementatie van de nieuwe Europese Auteursrecht Richtlijn, ook eind volgend jaar of het jaar erop.
Het Auteursrecht is in beweging, nationaal en internationaal. Dat biedt kansen. We moeten die samen met de overheid en de wetgever pakken. In ons aller belang."