Procesrecht  

IEF 19559

Uitspraak ingezonden door Marcel de Zwaan, Bremer & De Zwaan.

Opschorting dwangsom wegens procedure ex art. 611d Rv

Rechtbank Amsterdam 5 nov 2020, IEF 19559; ECLI:NL:RBAMS:2020:5373 (Gemeente Amsterdam tegen kunstenares), https://www.ie-forum.nl/artikelen/opschorting-dwangsom-wegens-procedure-ex-art-611d-rv

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 november 2020, IEF 19559; ECLI:NL:RBAMS:2020:5373 (Gemeente Amsterdam tegen kunstenares) Kort geding. Procesrecht. De gemeente Amsterdam heeft de kunstenares opdracht gegeven tot de vervaardiging van een definitief ontwerp van haar kunstwerk. De plaatsing van het kunstwerk is uiteindelijk na protest van buurtbewoners niet doorgegaan. Het hof Amsterdam heeft geoordeeld [IEF 17472] dat de gemeente het kunstwerk binnen twee jaar op een alternatieve locatie moet plaatsen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Dit heeft de gemeente niet gedaan. De gemeente vordert samengevat primair de kunstenares te verbieden het arrest ten uitvoer te leggen, althans subsidiair totdat het hof heeft beslist op een door de gemeente nog in te stellen vordering om de dwangsom te matigen of op nihil te stellen op de voet van artikel 611d Rv.

IEF 19558

Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding IE-zaak

Rechtbank Gelderland 5 okt 2020, IEF 19558; ECLI:NL:RBGEL:2020:5868 (Philips tegen Hesdo), https://www.ie-forum.nl/artikelen/proceskostenveroordeling-na-intrekking-kort-geding-ie-zaak

Vzr. Rechtbank Gelderland 5 oktober 2020, IEF 19558; ECLI:NL:RBGEL:2020:5868 (Philips tegen Hesdo) Kort geding. Procesrecht. Philips heeft een dagvaarding uitgebracht waarin zij een verbod voor Hesdo vorderde om verdere inbreuk te maken op de auteursrechten van Philips op de Avent flessenwarmer. Vooruitlopend op de zitting heeft Hesdo producties in het geding gebracht, waarop zij zich ter zitting zou gaan beroepen. Naar aanleiding van deze producties trok Philips de zaak in, omdat zij nader onderzoek moest verrichten naar de houdbaarheid van haar vorderingen. Hesdo vordert € 25.052,62 aan proceskosten ter voorbereiding van de ingetrokken inbreukzaak. Vooropgesteld wordt dat de Hoge Raad in zijn uitspraak van 3 juni 2016 [IEF 15988] heeft geoordeeld dat het mogelijk is voor een gedaagde partij om alsnog een proceskostenveroordeling te vorderen, in geval een eisende partij een kort geding intrekt. Dat geldt ook voor kort gedingen met betrekking tot het intellectueel eigendomsrecht. Hesdo heeft echter de door haar gestelde kosten niet voldoende gespecificeerd, waardoor Philips zich niet, althans niet behoorlijk heeft kunnen verweren. De te vergoeden kosten worden daarom op de gebruikelijke wijze begroot op € 1.636,00.

IEF 19366

Uitspraak ingezonden door Carja Mastenbroek en Sander Verbeek, Good Law.


Bevoegdheidsincident in procedure over bedrijfsgeheimen

Rechtbank Amsterdam 29 jul 2020, IEF 19366; (EWAC tegen Curium c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bevoegdheidsincident-in-procedure-over-bedrijfsgeheimen

Rechtbank Amsterdam 29 juli 2020, IEF 19366, LSR 1850; C/13/675729 (EWAC tegen Curium c.s.) Bedrijfsgeheimen. Procesrecht. EWAC spreekt Curium c.s. aan voor het onrechtmatig gebruikmaken van bedrijfsgeheimen, omdat Curium c.s. tekortgeschoten zou zijn in de nakoming van de geheimhoudingsovereenkomst. Curium c.s. vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak naar de rechtbank Den Haag verwijst. Gelet op het bepaalde in artikel 108 Rv is de rechtbank Amsterdam op grond van zowel de MCA als de MNDCA bij uitsluiting (deels naast de rechtbank Noord-Holland) bevoegd kennis te nemen van de naar aanleiding van deze overeenkomst gerezen geschillen tussen EWAC, Curium en ECN. Dit kan betekenen dat de door EWAC ingestelde vordering wordt opgeknipt, maar om redenen van doelmatigheid en de ook door partijen aangegeven samenhang tussen de vorderingen, acht de rechtbank Amsterdam zich bevoegd kennis te nemen van de gehele zaak. Dit vonnis is interessant, omdat er drie opeenvolgende overeenkomsten zijn gesloten op grond waarvan geheime informatie is gedeeld. Het ging steeds om andere informatie en er is steeds een andere rechter als bevoegd aangewezen. De discussie in het bevoegdheidsincident ging impliciet al over de hoofdzaak: geldt alleen de jongste overeenkomst en zet die de oudere overeenkomst opzij? Dan moet die bevoegde rechter aangewezen worden. Als de oudere overeenkomsten, inclusief bevoegdheidsregel, niet meer gelden, dan zou ook de geheimhouding op grond van die overeenkomsten niet meer gelden. De uitspraak over de bevoegdheid en geldigheid van de forumkeuze heeft dus grote gevolgen voor de uitkomst in de hoofdzaak. In het onderhavige geval heeft de rechter besloten dat alle overeenkomsten, inclusief het forumkeuzebeding (en dus ook geheimhoudingsbeding) geldend zijn en naast elkaar bestaan.

IEF 19361

Artikel ingezonden door Willem Hoyng, Hoyng Rokh Monegier.

Indicatietarieven octrooizaken per 1 september a.s.

Indicatietarieven octrooizaken per 1 september a.s.

1. Sinds de inwerkingtreding van de Handhavingsrichtlijn op 29 april 2006 is in octrooizaken art. 14 van die Richtlijn (respectievelijk na de implementatie van art. 14) art. 1019h Rv toegepast: "De verliezende partij wordt veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten tenzij de billijkheid zich daartegen verzet."

2. Anders dan in andere IE-zaken wordt de grote meerderheid van octrooizaken behandeld door een kleine groep gespecialiseerde advocaten bijgestaan door een of meer octrooigemachtigden voor (in de feitelijke instanties) gespecialiseerde colleges. Bestudering van beslissingen in octrooizaken met betrekking tot kosten ex art. 1019h Rv leert dat in ongeveer de helft van de zaken (en met name in de grotere zaken) partijen overeenstemming bereiken over de kosten. Hoewel de rechter ambtshalve toeziet op de kostenveroordeling heb ik geen uitspraak kunnen vinden waar de rechter hetgeen is afgesproken als niet redelijk, evenredig en/of billijk oordeelde.



3. Nergens in de Richtlijn of de implementatiewetgeving wordt aangegeven dat de gewenste wijze van praktische uitvoering van de bepalingen met betrekking tot proceskosten bestaat uit door de rechter vastgestelde zgn. "indicatietarieven".

IEF 19362

Uitspraak ingezonden door Sophie ten Bosch en Rutger Stoop, Brinkhof.

Auteursrecht grafisch ontwerp uitgeput na wederverkoop vrachtwagens

Rechtbank Midden-Nederland 5 aug 2020, IEF 19362; ECLI:NL:RBMNE:2020:4686 (Auteursrecht grafisch ontwerp), https://www.ie-forum.nl/artikelen/auteursrecht-grafisch-ontwerp-uitgeput-na-wederverkoop-vrachtwagens

Rechtbank Midden-Nederland 5 augustus 2020, IEF 19362; ECLI:NL:RBMNE:2020:4686 (Auteursrecht grafisch ontwerp) Auteursrecht. Procesrecht. Lukassen had in het verleden een aantal vrachtwagens gekocht waarop een grafisch ontwerp was aangebracht waarin foto’s van eiseres waren verwerkt. Lukassen had een sticker met haar eigen bedrijfsnaam geplakt over de bedrijfsnaam van de vorige eigenaar en heeft de vrachtwagens daarna voor zichzelf in gebruik genomen. Eiseres stelt dat daarmee haar auteursrechten op haar foto’s en de aan haar overgedragen auteursrechten ten aanzien van het gehele grafische ontwerp zouden worden geschonden. De kantonrechter oordeelt echter dat de auteursrechten van eiseres zijn uitgeput. Het gaat om dezelfde vrachtwagens die eerder met toestemming van eiseres in het verkeer zijn gebracht. Een beroep van eiseres op het arrest iz. NUV/Tom Kabinet (m.b.t. uitputting bij digitale verspreiding) slaagt niet, omdat het daar om digitale werken gaat. Omdat het auteursrecht van het grafische ontwerp (waarvan de foto’s van eiseres onderdeel uitmaakten) oorspronkelijk bij iemand anders lagen, kan eiseres geen persoonlijkheidsrechten inroepen. Ook als die auteursrechten overgedragen zouden zijn aan eiseres maakt dat niet dat zij ook de (niet-overdraagbare) persoonlijkheidsrechten van die derde partij kan uitoefenen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, maar de rechter gaat niet mee in de vordering van Lukassen tot volledige vergoeding van de proceskosten. Het stond eiseres namelijk vrij om Lukassen te dagvaarden. Zij heeft in de dagvaarding stellingen opgenomen die haar vorderingen onderbouwen en ter onderbouwing bewijsstukken overlegd.

IEF 19328

Verzoek tussentijds openstellen van hoger beroep gehonoreerd

Rechtbank Den Haag 8 jul 2020, IEF 19328; ECLI:NL:RBDHA:2020:6166 (DTS tegen Samsung c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-tussentijds-openstellen-van-hoger-beroep-gehonoreerd

Rechtbank Den Haag 8 juli 2020, IEF 19328; ECLI:NL:RBDHA:2020:6166 (DTS tegen Samsung c.s.) Procesrecht. Octrooirecht. Samsung c.s. verzoekt de rechtbank om verbetering en aanvulling van het op 13 mei 2020 gewezen vonnis, omdat er sprake zou zijn van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv en het vonnis aangevuld moet worden op de voet van artikel 32 Rv. Hiertoe voert Samsung aan dat omdat zij in beide procedures volledig in het gelijk gesteld is, de rechtbank DTS had moeten veroordelen in de proceskosten zoals bedoeld in artikel 1019h Rv. DTS verzocht de rechtbank om hoger beroep tegen het tussenvonnis open te stellen. De rechtbank wijst zowel het verzoek om verbetering als het verzoek om aanvulling af. Er is geen sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In het vonnis van 13 mei heeft de rechter er expliciet voor gekozen om het vonnis aan te houden, dus het niet beslissen zoals Samsung c.s. verzoekt levert geen kennelijke fout op. Het verzoek om aanvulling wordt afgewezen, omdat het gaat om een tussenvonnis waarin de beslissing over de proceskosten is aangehouden. Het verzoek van DTS tot het tussentijds openstellen van hoger beroep wordt wel gehonoreerd. In dit geval bestaan voldoende zwaarwegende redenen om van de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Rv af te wijken.

IEF 19322

Conclusie A-G in Laroche tegen 4 EW

Hoge Raad 19 jun 2020, IEF 19322; ECLI:NL:PHR:2020:687 (Laroche tegen 4 EW), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-laroche-tegen-4-ew

Parket bij de HR 19 juni 2020, IEF 19322, IEFbe 3103; ECLI:NL:PHR:2020:687 (Laroche tegen 4 EW) Merkenrecht. Procesrecht. Heeft 4 EW door het aanbieden en verkopen van een restvoorraad merkproducten van Laroche die overbleef na loyaliteitsspaaracties van supermarktketen Carrefour in Frankrijk en België, inbreuk gemaakt op Laroche’s merkrechten of is hier sprake van uitputting? Het hof oordeelt - in tegenstelling tot de rechtbank - dat er sprake is van merkenrechtelijke uitputting. Laroche gaat hiertegen in cassatie. A-G van Peursem overweegt onder meer dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat “achteraf toestemming geven” kan worden gekwalificeerd als “instemming” van de merkhouder. Met “duur van de licentie” in artikel 22 lid 2 sub a UMVo wordt volgens Van Peursem - mede gelet op de aangehaalde Duitse, Zweedse en Tsjechische tekst van de verordening - ook daadwerkelijk de duur van de licentie bedoeld en niet de duur van de overeenkomst waarin de licentie is opgenomen. Tot slot concludeert de A-G tot vernietiging van de uitspraak van het hof.

IEF 19287

Uitspraak ingezonden door Jeroen Lubbers, Dirkzwager legal & tax.

Geen mogelijkheid tot Skype-apparatuur geen reden voor aanhouden mondelinge behandeling

Rechtbank Gelderland 3 jun 2020, IEF 19287; ECLI:NL:RBGEL:2020:1991 (Afwijzing aanhoudingsverzoek), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-mogelijkheid-tot-skype-apparatuur-geen-reden-voor-aanhouden-mondelinge-behandeling

Vzr. Rechtbank Gelderland 3 juni 2020, IEF 19287; ECLI:NL:RBGEL:2020:1991 (Afwijzing aanhoudingsverzoek) Kort geding. Auteursrecht. Eiser stelt dat gedaagde auteursrechtelijk beschermde werken van eiser heeft overgenomen en/of bewerkt en openbaar heeft gemaakt en vordert staking van deze inbreuken. Gedaagde verzoekt een dag voor de geplande mondelinge behandeling de kort-geding-administratie een nieuwe datum te bepalen, omdat hij zelf niet beschikt over Skype-apparatuur, het niet mogelijk is om de computer van het bedrijf daarvoor te gebruiken en omdat hij koorts heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat de behandeling van het kort geding toch op de geplande datum zal plaatsvinden. Drie minuten voor aanvang van de mondelinge behandeling, verzoekt de advocaat van gedaagde per mail om een verzoek tot aanhouding. Dit verzoek om aanhouding wordt afgewezen, omdat gedaagde meer dan genoeg tijd heeft gehad om maatregelen te treffen om bij de mondelinge behandeling aanwezig te kunnen zijn en zich tot een advocaat te wenden. Bovendien brengt het spoedeisend belang bij de vorderingen mee dat geen uitstel kan worden verleend. De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden derhalve bij verstek toegewezen.

IEF 19052

AIB/Novisem-maatstaf geldt niet voor alle rechtsbetrekkingen

Hoge Raad 7 feb 2020, IEF 19052; ECLI:NL:PHR:2020:128 (Semtex tegen X), https://www.ie-forum.nl/artikelen/aib-novisem-maatstaf-geldt-niet-voor-alle-rechtsbetrekkingen

Parket bij HR 7 februari 2020, IEF 19052; ECLI:NL:PHR:2020:128 (Semtex tegen X) Semtex, een onderneming in kleding, heeft op grond van art. 843a Rv en art. 1019a Rv een inzagevordering ingesteld tegen twee ex-werknemers wegens onrechtmatige concurrentie, schending van bedingen die behoren bij de voormalige arbeidsovereenkomst en inbreuk op IE-rechten van Semtex. De rechtbank heeft de vorderingen van Semtex afgewezen. Het hof heeft dit vonnis bekrachtigd en daarbij het AIB/Novisem-criterium [IEF 16485] gehanteerd. De P-G stelt dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen een rechtsbetrekking die voortvloeit uit onrechtmatige daad en overeenkomst. Voor zover de inzagevordering is gebaseerd op de inbreuk op IE-rechten is in ieder geval de AIB/Novisem-maatstaf van toepassing. Deze maatstaf mag echter niet worden toegepast op de gestelde schendingen van de in de arbeidsovereenkomsten met de werkneemsters opgenomen nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbedingen. De P-G concludeert tot vernietiging van het arrest.

IEF 18863

Bevoegdheidsincident en incident schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad verstekvonnis

Rechtbank Den Haag 25 sep 2019, IEF 18863; ECLI:NL:RBDHA:2019:10407 (Hikvision tegen LITB), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bevoegdheidsincident-en-incident-schorsing-uitvoerbaarheid-bij-voorraad-verstekvonnis

Rechtbank Den Haag 25 september 2019, IEF 18863; ECLI:NL:RBDHA:2019:10407 (Hikvision tegen LITB) Volgens Hikvision heeft LITB inbreuk gemaakt op de aan Hikvision toekomende merkrechten en merklicentierechten.  Hikvision vorderde een verklaring voor recht dat LITB inbreuk maakt op haar merk-/ merklicentierechten en daarnaast een inbreukverbod in de EU.  Bij verstekvonnis zijn beide vorderingen toegewezen. In het verzet in de hoofdzaak vordert LITB onder andere de vernietiging van het verstekvonnis, althans te worden ontheven van de tegen haar uitgesproken veroordelingen, en vaststelling van de niet-ontvankelijkheid van Hikvision in diens vorderingen, althans de afwijzing van de vorderingen van Hikvision, met hoofdelijke veroordeling van Hikvision in de proceskosten. De rechtbank heeft in deze zaak bij tussenvonnis verklaard dat zij onbevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van de Chinese dochteronderneming van Hikvision. Voorts schorst zij de executie van het verstekvonnis totdat uitspraak in de hoofdzaak is gedaan.