IEF 17671

Uitgesproken wens om franchisesamenwerking te beëindigen is nog geen rechtsgeldige opzegging

Vzr. Rechtbank 21 maart 2018, IEF 17671; ECLI:NL:RBOVE:2018:1335 (Mooi tegen A) Contractenrecht. Franchise. Mooi is als franchisegever actief op de drogisterij- en parfumeriemarkt. Al vanaf maart 2017 heeft [A] de wens om de samenwerking met Mooi zo spoedig mogelijk te beëindigen. Zij had daarvoor de franchiseovereenkomsten kunnen opzeggen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Gesteld noch gebleken is dat [A] dat heeft gedaan. Vordering tot betaling van franchisefee's totdat de franchiseovereenkomsten rechtsgeldig zijn geëindigd, wordt toegewezen. De voorzieningenrechter veroordeelt [A] per 1 maart 2018 ten aanzien van haar vestigingen de maandelijkse franchisefee’s ter grootte van 4% over de door haar gerealiseerde omzet exclusief btw te voldoen aan Mooi, totdat de franchiseovereenkomsten rechtsgeldig zijn geëindigd.

4.5. Dat neemt niet weg dat als vaststaand kan worden aangenomen dat partijen afspraken hebben gemaakt over het gebruik van de franchiseformule en het betalen van franchisefee’s. [A] heeft erkend dat zij jarenlang tot 27 februari 2017 in termijnen van vier weken fee’s aan Mooi heeft betaald ten bedrage van 4% van haar omzet exclusief btw. Dit leidt ertoe dat het ervoor moet worden gehouden dat [A] op grond van mondelinge franchiseovereenkomsten gehouden was om fee’s te betalen aan Mooi. Indien zal komen vast te staan, dan wel voldoende aannemelijk is, dat de mondelinge franchiseovereenkomsten onverkort van kracht zijn, zal de vordering tot nakoming onder sub I.a voor toewijzing gereed liggen. Daartoe zal als eerste bezien worden of de overeenkomsten opzegbaar zijn, en zo ja of die zijn opgezegd.

4.6. Mede gelet op het feit dat de documenten niet kunnen dienen tot bewijs van de afspraken tussen partijen is onvoldoende gebleken dat de franchiseovereenkomsten zijn aangegaan voor bepaalde tijd. Dit brengt mee dat de voorzieningenrechter er vanuit gaat dat er sprake is van duurovereenkomsten die zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Of en zo ja onder welke voorwaarden deze duurovereenkomsten opzegbaar zijn, wordt bepaald door de inhoud van deze overeenkomsten en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is niet aannemelijk geworden dat partijen afspraken hebben gemaakt over de opzegging van de franchiseovereenkomsten. Specifieke wettelijke opzeggingsregels zijn er in dit verband evenmin. Daardoor heeft te gelden dat de overeenkomsten in beginsel opzegbaar zijn. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomsten en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. onder meer HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141).

4.7. Al vanaf maart 2017 heeft [A] de wens om de samenwerking met Mooi zo spoedig mogelijk te beëindigen. Zij had daarvoor de franchiseovereenkomsten kunnen opzeggen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Gesteld noch gebleken is dat [A] dat heeft gedaan.

4.8. Wel heeft [A] bij genoemde brief van 28 november 2017 de franchiseovereenkomsten buitengerechtelijk ontbonden. Ingevolge artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding niet rechtvaardigt.

4.9. Volgens [A] mocht zij van Mooi ondersteuning verwachten op de navolgende terreinen, en op de daarbij genoemde wijze.

Marketing en promotie. Het samenstellen door Mooi van een jaarkalender waarin nationale promoties worden afgestemd en acties worden ingezet, met folders, huis aan huis, op social media, en met diverse winkelmaterialen.

Inkoop. Het centraal inkopen door Mooi van nieuwe items en het opzetten van een eigen distributiecentrum. Het afstemmen door Mooi van de condities voor de Mooi-ondernemers met de leveranciers. Het afstemmen door Mooi van extra inkoopdeals. Het realiseren van een margeverbetering door Mooi.

Coaching. Het coachen en trainen van winkelmanagers en winkelpersoneel door Mooi.

4.10. Mooi heeft niet betwist dat zij op basis van de franchiseovereenkomsten gehouden is op de hierboven genoemde terreinen steun te bieden aan [A] , op de wijze zoals hiervóór is beschreven. Volgens Mooi biedt zij die ondersteuning ook. Wel moet daarbij bedacht worden, aldus Mooi, dat (veel van) haar verplichtingen inspanningsverplichtingen en derhalve geen resultaatsverbintenissen zijn. [A] heeft daar onvoldoende tegenover gesteld. Zij heeft onvoldoende concreet gemaakt en aan de hand van stukken onderbouwd, dat Mooi is tekortgeschoten jegens [A] . Aldus is niet aannemelijk geworden dat het gerechtvaardigd was om de franchiseovereenkomsten te ontbinden.

4.11. Het bovenstaande brengt mee dat voorshands wordt geoordeeld dat [A] evenmin een beroep toekomt op opschorting van de betaling van fee’s. Een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, is bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen. Nu niet aannemelijk is dat Mooi is tekortschoten jegens [A] , is evenmin aannemelijk dat [A] een opeisbare vordering heeft op Mooi wegens wanprestatie. Opschorting kan dan niet aan de orde zijn.