IEF 16906

Portret ex-veroordeelde mag in boek 'De Gekooide Recherche'

Hof Den Haag 27 juni 2017, IEF 16906 (T tegen Princen c.s.) Portretrecht. Zie eerder IEF 15800. In het door Princen geschreven boek 'De Gekooide Recherche' wordt de strafzaak tegen T. beschreven [ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9641]. De naam, toenaam en een herkenbare foto van T worden gebruikt, waartegen bezwaar wordt gemaakt. Vorderingen zijn gebaseerd op i) schending van ambstgeheim, ii) schending van recht op eerbieding persoonlijke levenssfeer iii) schending Wbp. De uitingsvrijheid van Princen prevaleert boven het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van T. De publicatie van het boek is daarom niet onrechtmatig. Het vonnis waarvan beroep wordt bekrachtigd: de vorderingen zijn daarin afgewezen.

leestips: 4.5, 4.13, 4.13.1, 4.13.2, 4.14

4.13.2 (...) Ook de passage in het boek die gaan over T. en het in dat kader noemen van diens naam en het tonen van een foto van hem dienen, anders dan T. meent, niet louter de bevrediging van publieke nieuwsgierigheid. Princen heeft toegelicht dat hij ervoor heeft gekozen de problemen binnen de recherche inzichtelijk te maken aan de hand van het verloop van het onderzoek in strafzaken waarover in de media al breed was bericht, zoals de zaken tegen H., P. en T. Die koppeling van het bekende (de strafzaken) aan de boodschap (de opsporingsproblemen) kan de controleerbaarheid en geloofwaardigheid en daarmee de zeggingskracht vergroten. In die zin draagt ook het noemen van de naam van T. en het tonen van zijn portret bij aan het hiervoor genoemde algemeen belang. Het betoog van T. dat Princen het nagestreefde doel ook had kunnen bereiken zonder zijn naam te noemen treft in zoverre dus geen doel.